Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-09236

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 14 juli 2022 (UHT DC I; UHT-DC I A)

Hoorzitting: 6 mei 2026

Overdracht advies aan UHT: 15 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening over 2010 en 2011 aan te passen, daarnaast een compensatie wegens hardheid over de maanden juni en juli 2011 toe te kennen en het verzoek om vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door (naam) (hierna: gemachtigde) namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen kinderopvangtoeslag van 14 juli 2022 (hierna: de bestreden besluiten).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) een definitieve compensatie toegekend van €93.696,- voor de jaren 2010 tot en met 2012 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2009.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden besluiten geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 januari 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met de persoonlijk zaak behandelaar heeft de beoordeling plaatsgevonden over de jaren 2009 tot en met 2012.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 23 mei 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2009 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden besluiten aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend van €93.696,- voor de jaren 2010 tot en met 2012 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2009.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 20 juli 2022 tegen deze besluiten een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 14 maart 2023 de gronden van het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 19 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 17 april 2026 de gronden van het bezwaar verder aangevuld.
  • UHT heeft daarop gereageerd in een aanvullende beschouwing van 22 april 2026.
  • Op 6 mei 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de compensatie over de jaren 2010 tot en met 2012 op juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor het jaar 2009 af te wijzen.

Compensatieberekening 2010 tot en met 2012
UHT heeft in reactie op het bezwaar van belanghebbende de compensatie-berekening nagerekend en vastgesteld dat die berekening op enkele punten onjuist is geweest. De toeslagrente over gemiste KOT (component o in de compensatieberekening) is onjuist. De juiste bedragen moeten zijn € 13.884,- (2010) en € 11.756,- (2011). Voor toeslagjaar 2012 is deze component te hoog vastgesteld maar omdat deze fout in het voordeel van belanghebbende is, wordt dat niet aangepast. Component f over toeslagjaar 2011 is eveneens onjuist berekend maar omdat ook deze fout in het voordeel van belanghebbende is, wordt deze component niet aangepast.

Nu het bezwaar van belanghebbende deels gegrond is, dient de immateriële schade (component n) en de 1%-vergoeding over het totaal (component p) te worden aangepast.

De Commissie neemt hiervan met instemming kennis en adviseert UHT het bezwaar tegen het bestreden besluit met kenmerk UHT-DC I gedeeltelijk gegrond te verklaren, het betreffende besluit te herroepen en de compensatieberekening aan te passen zoals hiervoor omschreven.

Toeslagjaar 2011 (juni en juli) en beroep op hardheid
Op de hoorzitting is besproken dat toeslagjaar 2009 niet langer in geschil is en dat de bezwaren van belanghebbende enkel nog zijn gericht tegen het jaar 2011.

Belanghebbende vindt dat zij over de maanden juni en juli 2011 gecompenseerd moet worden wegens hardheid.

UHT heeft op de hoorzitting toegelicht dat over 2011 een compensatie wegens vooringenomen handelen is toegekend met als grondslag het beschikkingsbedrag genoemd in de beschikking 1 oktober 2011 (beschikking T1101001, productie 37 bezwaardossier). De maanden juni en juli zijn daarin niet meegenomen omdat over die maanden het beschikkingsbedrag €0,- is.

UHT heeft op de hoorzitting alsnog erkend dat, gegeven deze uitgangspunten, naast die toegekende compensatie wegens vooringenomen handelen in een aantal maanden van 2011, ook ruimte bestaat voor compensatie over de andere twee maanden (juni en juli) op grond van hardheid en voorts dat het bedrag van de bij belanghebbende teruggevorderde KOT boven de hardheidsgrens van €1.500,- ligt.

Bij deze stand van zaken adviseert de Commissie aan UHT om aan belang-hebbende een compensatie wegens hardheid over de maanden juni en juli van 2011 toe te kennen en de compensatieberekening in die zin aan te passen. Het bezwaar van belanghebbende is in zoverre gegrond.

Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren deels gegrond zijn en zullen moeten leiden tot herroeping van het bestreden besluit met kenmerk UHT-DC I, zal de Commissie UHT adviseren de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • het bezwaar tegen het bestreden besluit met kenmerk UHT-DC I gedeeltelijk gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en om:
  • de compensatieberekening als volgt aan te passen:
    • de toeslagrente over gemiste KOT vast te tellen op € 13.884,- (2010) en        €11.756,- (2011);een compensatie wegens hardheid toe te kennen over de maanden juni en juli van 2011;de einddatum van de vergoeding van immateriële schade vast te stellen op de datum van de beschikking op bezwaar;
    • de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw te berekenen;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter