Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-09188

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 9 juni 2022 (UHT-DC I, UHT-DC-I A, UHT-DH5 A, *
UHT-DHR HA)

Hoorzitting: 4 maart 2025 om 15:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 13 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Op 9 juni 2022 heeft UHT vier beschikkingen genomen ten aanzien van
belanghebbende:

  • In de beschikking met kenmerk UHT-DC I heeft UHT beslist dat aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag van € 55.692 wordt toegekend. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft over die periode bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) fouten gemaakt.
  • In de beschikking met kenmerk UHT-DC-I A heeft UHT beslist dat voor de
    toeslagjaren 2006 tot en met 2011 geen sprake is van vooringenomen handelen.
  • In de beschikking met kenmerk UHT-DH5 A heeft UHT beslist dat er geen sprake is van hardheid van het stelsel voor de toeslagjaren 2006, 2009 en 2010. De reden is dat bij de beoordeling van de KOT voor deze periode is gebleken dat de neerwaartse bijstellingen het gevolg waren van reguliere wijzigingen.
  • In de beschikking met kenmerk UHT-DHR HA heeft UHT beslist dat de
    hardheidsregeling van toepassing is voor de toeslagjaren 2007, 2008 en 2011.

Door de gemachtigde is namens belanghebbende op 19 juli 2022 tegen alle vier bovenstaande beschikkingen bezwaar gemaakt.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in artikel 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 18 februari 2020 verzocht om een herbeoordeling van
    de KOT over de toeslagjaren 2005 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij beschikking van 1 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 19 november 2021 aangegeven
    dat de hardheidscompensatie niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2006,
    2009 en 2010.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een totaalbedrag van € 54.774.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van
    € 55.692.
  • UHT heeft in de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DC-I A beslist dat voor
    de toeslagjaren 2006 tot en met 2011 geen sprake is van vooringenomen
    handelen.
  • UHT heeft in de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DH5 A beslist dat er geen sprake is van hardheid van het stelsel voor de toeslagjaren 2006, 2009 en 2010.
  • UHT heeft in de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DHR HA beslist dat de
    hardheidsregeling van toepassing is voor de toeslagjaren 2007, 2008 en 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 juli 2022, ingekomen op 19 juli 2022, tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 22 juli 2024 aanvullende gronden van bezwaar
    ingediend.
  • UHT heeft op 29 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Op 4 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten

Zienswijze
Belanghebbende stelt dat de besluiten niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen, omdat zij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om haar zienswijze kenbaar te maken.

De Commissie overweegt dat voor zover belanghebbende in de primaire fase niet in de gelegenheid is gesteld om haar zienswijze kenbaar te kunnen maken, belanghebbende in het kader van de bezwaarprocedure de gelegenheid heeft gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en te onderbouwen. Een eventuele tekortkoming kan daarmee worden gepasseerd. Omdat verder niet is aangegeven welk nadeel eventueel door belanghebbende is ondervonden in de primaire fase adviseert de Commissie aan UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel
Voor zover UHT de bestreden beslissing niet uitvoerig zou hebben toegelicht, is de
Commissie van oordeel dat met het indienen van de uitgebreide schriftelijke reactie, de overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: LIC-overzichten), de overige producties en de compensatieberekening, de bestreden besluiten voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Afgewezen toeslagjaren 2006, 2009 en 2010
Belanghebbende stelt dat zij recht heeft op compensatie voor de afgewezen toeslagjaren. Belanghebbende stelt dat B/T ten onrechte de door haar aangevraagde betalingsregeling op grond van haar draagkracht heeft geweigerd.

UHT heeft in de schriftelijke reactie en ter zitting een nadere toelichting gegeven, waarin zij per jaar heeft uiteengezet waarom er geen recht is op compensatie voor de toeslagjaren 2006, 2009 en 2010. De Commissie stelt vast dat, gelet op de informatie in het dossier, de neerwaartse bijstellingen van de voorschot-beschikkingen het gevolg zijn van reguliere wijzigingen op grond van achteraf gebleken informatie. Voor de toeslagjaren 2006 en 2010 is achteraf gebleken van een hoger toetsingsinkomen. Voor 2009 is gebleken van een wijziging in het toetsingskomen en een verlaging in de daadwerkelijk afgenomen opvanguren.

Verder heeft UHT ter zitting aangegeven dat, behalve voor 2011, belanghebbende geen recht heeft op een compensatie voor O/GS. In de systemen is niets terug te vinden over de door belanghebbende gestelde betalingsregelingen. De Commissie acht de gegeven toelichting door UHT ter zitting navolgbaar. De Commissie ziet in het bezwaar onvoldoende aanknopingspunten om het standpunt van UHT onjuist te achten. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Rentevergoeding gemiste KOT
In afwijking van de schriftelijke reactie heeft UHT ter zitting toegelicht dat belang-hebbende voor toeslagjaar 2007 geen aanvullende compensatie toekomt, omdat bij heroverweging is gebleken dat voor dit jaar geen sprake is van hardheid.
De reeds toegekende compensatie blijft staan, maar de aangegeven € 127 voor de rente gemiste KOT over 2007 zal hiermee verrekend worden. Voor toeslagjaar 2011 heeft belanghebbende wel recht op een aanvullend bedrag van € 133 voor de rente gemiste KOT.

De Commissie acht de gegeven toelichting ter zitting van UHT voor 2007 met betrekking tot het punt van hardheid over deze periode navolgbaar. Dit betekent dat er voor 2007 geen aanvullende vergoeding van € 127 aan belanghebbende toekomt. De Commissie adviseert UHT voor 2011 om de eerdere berekening van de rentevergoeding gemiste KOT over deze periode aan te passen zoals is uiteengezet in de schriftelijke reactie. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie op dit punt opnieuw te berekenen.

Immateriële vergoeding
Gelet op het voorgaande dient ook de immateriële schadevergoeding berekend te worden tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Aanvullende vergoeding
De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de
aanvullende vergoeding van 1% dient te worden berekend tot de datum van de
beslissing op bezwaar.

Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren naar de mening van de Commissie deels gegrond zijn en het advies van de Commissie ertoe strekt om de beschikking met kenmerk UHT-DC I te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de compensatieberekening voor toeslagjaar 2011 aan te passen op voornoemde punten;
  • de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
  • het verzoek om een proceskostenvergoeding toe te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter