Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-09134

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: [8 juni 2022 (UHT-DC I, UHT-DHR, UHT-DH5 A en
UHT-DC-I A)

Hoorzitting: 13 februari 2025

Overdracht advies aan UHT: 13 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikkingen met kenmerk UHT DHR en UHT DC I gedeeltelijk gegrond te verklaren, deze beschikkingen gedeeltelijk te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies, en het bezwaar tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DH5 A en UHT-DC-I A ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en
vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904; hierna:
Compensatieregeling) compensatie toegekend voor een bedrag van € 92.690 voor de toeslagjaren 2008, 2009, 2010 en 2011.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder Wht.

Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaard vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS) bestemd.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 21 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012 en 2013.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende € 87.091 compensatie
    toegekend voor de toeslagjaren 2008, 2010 en 2011.
  • De Commissie van Wijzen (hierna “CvW”) heeft op 26 oktober 2021 en 8 april
    2022 geoordeeld dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet
    van toepassing is over de toeslagjaren 2012 en 2013 maar wel voor de jaren
    2008, 2010 en 2011.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking UHT-DHR (over 2009) en UHT-DC I (over
    2008, 2009, 2010 en 2011) aan belanghebbende compensatie toegekend van in
    totaal € 92.690 voor de jaren 2008, 2009, 2010 en 2011.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikkingen UHT-DH5-A en UHT-DC-I A bericht aan belanghebbende geen compensatie toe te kennen voor de jaren 2012 en 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 18 juli 2022, ingekomen op 19 juli 2022, tegen de beschikkingen (UHT-DC I, UHT-DHR, UHT-DH5-A en UHT-DC-I A) bezwaar
    gemaakt.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 8 juni 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 3 april 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 13 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.

Motiveringsbeginsel
Het bezwaar van belanghebbende dat UHT de compensatieberekening beter had moeten motiveren, wordt door UHT erkend in de schriftelijke reactie. Daarin heeft UHT de compensatieberekening uitvoerig toegelicht.

De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de
motivering van het besluit. De Commissie is van oordeel dat UHT de berekeningen bij het uitbrengen van de bestreden beschikking weliswaar niet uitvoerig heeft toegelicht, maar dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van LIC-overzichten en overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd.

De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheidsbeginsel & compensatieberekening 2008, 2009, 2010 en 2011
In reactie op het bezwaar van belanghebbende heeft UHT de compensatie-berekening voor de jaren 2008, 2009, 2010 en 2011 nagelopen en daarin een aantal omissies ontdekt. UHT heeft toegezegd deze omissies (startdatum immateriële schadevergoeding en de rentevergoeding over de gemiste KOT over de jaren 2009 en 2010 en alle daarmee verband houdende componenten) te corrigeren in de beslissing op bezwaar.

Belanghebbende heeft in het bezwaarschrift gesteld dat zij niet is gecompenseerd voor 2009. De Commissie stelt vast dat uit het dossier voldoende is gebleken dat
belanghebbende wel is gecompenseerd voor het toeslagjaar 2009. Belanghebbende heeft dat ter zitting erkend.

UHT heeft in een bijlage bij de schriftelijke reactie de compensatiebedragen over de toeslagjaren 2008, 2009, 2010 en 2011 herrekend en verklaard dat zij belanghebbende in de beslissing op bezwaar de aldus berekende hogere bedragen zal toekennen.

De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren en de bestreden beschikking UHT-DC I (alsmede de beschikking met kenmerk UHT-DHR over het jaar 2009) aan te passen in de beslissing op bezwaar.

Afwijzing compensatie 2012 en 2013
Belanghebbende heeft de juistheid van de afwijzing van de compensatie over de jaren 2012 en 2013 aanvankelijk betwist. Ter zitting heeft zij haar bezwaar tegen de afwijzing over 2012 ingetrokken. Voor het jaar 2013 voert zij aan dat als de toeslagenaffaire zich niet had voorgedaan, zij zich niet had hoeven melden bij een budgetbeheerder, waardoor zij te hard is behandeld.

Voor het jaar 2013 is gebleken dat belanghebbende geen opvang heeft afgenomen en dat zij de KOT met ingang van 1 januari 2013 heeft stopgezet. De Commissie is van oordeel dat het voorschot aan toegekende KOT voor het toeslagjaar 2013 daarom terecht van belanghebbende is teruggevorderd. Uit productie 15 (Informatie- en beoordelingsformulier) blijkt verder dat belanghebbende heeft verklaard dat zij al sinds 2008 door Budgetbeheer Plangroep werd begeleid, zodat de stelling dat zij door de toeslagenaffaire onder de hoede van Plangroep kwam, niet wordt ondersteund door het dossier. Ook de stelling dat aan de kinderopvanginstelling ten nadele van belanghebbende voor 2013 teveel KOT is betaald, is niet aannemelijk geworden uit het dossier. Uit het LIC overzicht 2013 blijkt dat de voorschotbetaling KOT 2013 is voldaan door verrekening met een openstaande vordering ter zake van KOT over 2010.

De Commissie adviseert UHT om de bezwaren tegen de beschikkingen UHT-DH5 A en UHT-DC-I A ongegrond te verklaren.

Werkelijke schade - Inkomensschade
Belanghebbende stelt over meerdere jaren inkomensschade te hebben geleden omdat zij door het handelen van B/T de toegang tot de schuldhulpverlening is geweigerd, waardoor zij noodgedwongen moest worden begeleid door Budgetbeheer Plangroep.

UHT heeft daarop toegelicht dat de integrale beoordeling alleen gaat over de berekening van de wettelijk vastgestelde standaard vergoedingen. Voor een beoordeling van de werkelijke schade is de procedure voor aanvullende compensatie (art. 2.1 lid 3 Wht) bedoeld.

De Commissie overweegt dat uit het dossier is gebleken dat belanghebbende reeds een verzoek om beoordeling van de werkelijke schade bij CWS heeft ingesteld.

De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu volgens de Commissie het bezwaar tegen de besluiten UHT-DC I en UHT-DHR
gedeeltelijk gegrond is, behoren deze besluiten te worden herroepen en moet aan
belanghebbende een vergoeding voor de proceskosten van deze bezwaar-procedure worden toegekend, te weten voor het indienen van bezwaar (1 punt) en voor het verschijnen op de hoorzitting (1 punt), overeenkomstig beleid naar factor 2 (zwaar).

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • het bezwaar tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DC I en UHT-DHR gedeeltelijk gegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies;
  • belanghebbende een proceskostenvergoeding toe te kennen;
  • de bezwaren tegen de beschikkingen met kenmerken UHT-DH5 A en UHT-DC-I A
    ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter