Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-08813

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 10 mei 2022 (UHT-DC I)

Hoorzitting: 19 december 2025

Overdracht advies aan UHT: 18 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een verzoek om proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) een compensatie toegekend van € 21.219, aangevuld tot € 30.000, voor de jaren 2009 tot en met 2013.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 13 oktober 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 en 2009. Na overleg met belanghebbende is besloten om de jaren 2009 tot en met 2013 te beoordelen.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij recht heeft op een compensatie van € 21.219 voor de jaren 2009 tot en met 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 juni 2022 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 13 februari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 19 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich, gelet op de inhoud van de bestreden beschikking en de daartegen aangevoerde bezwaren, geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT de compensatie berekening over de jaren 2009 tot en met 2013 juist heeft berekend.

Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: BD/T) over de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 jegens belanghebbende vooringenomen heeft gehandeld. UHT heeft ter compensatie volgens de forfaitaire systematiek van de Wht € 21.219 aan belanghebbende toegekend. UHT heeft, blijkens het gestelde in de schriftelijke beschouwing, zelf geconstateerd dat de berekeningen van de compensatie over die jaren in de bestreden beschikking onjuist zijn geweest voor wat betreft de door belanghebbende betaalde rente en kosten (component I) en de toeslagrente over de gemiste KOT (component O). UHT heeft daarbij, onder verwijzing naar de bij die beschouwing behorende bijlage, uiteengezet hoe zij deze berekening bij de beslissing op bezwaar in het voordeel van belanghebbende zal aanpassen.

De Commissie adviseert UHT daarom deze toezegging bij de beslissing op bezwaar gestand te doen.

Wellicht ten overvloede merkt de Commissie op dat de situatie van belanghebbende en haar kinderen mogelijk ook raakt aan ondersteuning die buiten het directe bereik van dit besluit ligt. Tegen die achtergrond geeft de Commissie UHT in overweging om, indien en voor zover passend, contact te zoeken met de gemeente om te verkennen of aanvullende hulp of voorzieningen beschikbaar zijn.

Proceskosten

Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van de proceskosten. Ingevolge artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden proceskosten alleen vergoed als het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Op grond van de op dit punt heersende rechtspraak (zie bijvoorbeeld CRVB 9 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3140, JB 2021/25), is sprake van herroepen in de zin van artikel 7:15 lid 2 Awb als het primaire besluit wordt gewijzigd voor wat betreft het met dat besluit beoogde rechtsgevolg. De aanpassing van de compensatieberekening heeft niet tot gevolg dat belanghebbende recht heeft op een hoger bedrag aan compensatie dan de al eerder uitgekeerde € 30.000. De aanpassing van de compensatieberekening heeft wel tot gevolg dat het vertrekpunt voor een eventuele procedure over aanvullende compensatie voor de werkelijke schade verandert. De Commissie is daarom, in lijn met de genoemde rechtspraak en gelet op het systeem van de Wht, van mening dat er sprake is van een wijziging van het rechtsgevolg. Daarom adviseert de Commissie aan UHT om een vergoeding van de proceskosten toe te kennen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen bij de hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie UHT – de hiervoor opgeworpen vraag deels ontkennend beantwoordend-:

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH deels gegrond te verklaren en de, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zo verre herroepen;
  • het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen zoals hiervoor omschreven.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter