Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-08498

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 10 mei 2022 (UHT-DC I) en 12 juli 2022 (UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 18 november 2025

Overdracht advies aan UHT: 10 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding toe te wijzen.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 10 mei 2022 (UHT-DC I) en 12 juli 2022 (UHT-O OGS B).

In de bestreden beschikking met het kenmerk UHT-DC I heeft UHT aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend van € 33.078 voor de toeslagjaren 2009, 2010 en 2013. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna B/T) heeft over deze periode fouten gemaakt bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).

In de bestreden beschikking met het kenmerk UHT-O OGS B heeft UHT aan belanghebbende een tegemoetkoming van € 11.267 toegekend voor de kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS) voor de toeslagjaren 2011 en 2012.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 7 juli 2020 verzocht om een herbeoordeling van de KOT voor (uiteindelijk) de toeslagjaren 2008 tot en met 2013.
  • UHT heeft bij beschikking van 23 februari 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 2 december 2021 geadviseerd dat voor de toeslagjaren 2008, 2011 en 2012 de compensatieregeling van artikel 49b van de Awir en de hardheidscompensatie van artikel 49 van de Awir niet van toepassing zijn. Voor de toeslagjaren 2009 en 2010 dient de compensatieregeling alleen te worden berekend over de bedragen van de werkelijke opvangkosten. Voor de toeslagjaren 2011 en 2012 heeft belanghebbende wel recht op een tegemoetkoming voor O/GS.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met het kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 33.078 voor de toeslagjaren 2009, 2010 en 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 10 juni 2022, ingekomen op 14 juni 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met het kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende een tegemoetkoming toegekend voor een bedrag van € 11.267 voor O/GS over de toeslagjaren 2011 en 2012.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 22 augustus 2022, ingekomen op 23 augustus 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 10 juni 2025 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 18 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Gemachtigde heeft op 7 december 2025 per mail gereageerd op de door UHT op 10 juni 2025 in haar beschouwing gegeven reactie..
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel

Voor zover UHT de bestreden beslissing niet uitvoerig zou hebben toegelicht, is de Commissie van oordeel dat met het indienen van de uitgebreide schriftelijke reactie, de overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: LIC-overzichten), de aanvullende beschouwing en de overige producties, de bestreden besluiten voldoende zijn onderbouwd en zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2008, 2011 en 2012

Belanghebbende betoogt dat zij over de toeslagjaren 2008, 2011 en 2012 recht heeft op compensatie op grond van vooringenomenheid dan wel hardheid.

De Commissie stelt vast dat de KOT over deze periode is bijgesteld naar aanleiding van achteraf ontvangen informatie, zoals blijkt uit de stukken in het dossier. De Commissie overweegt dat om deze reden de verplichting tot terugbetaling van de KOT voor de toeslagjaren 2008, 2011 en 2012 het gevolg is van reguliere correcties op grond van gegevens die naderhand door belanghebbende zijn doorgegeven of anderszins bij B/T bekend zijn geworden. De Commissie vindt daarom dat hier niet gesproken kan worden van vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten, dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag uitkomt. Aan een voorschot kan niet het gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend, dat een aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat. Gelet op het voorgaande adviseert de Commissie UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren. De Commissie merkt op dat belanghebbende voor de toeslagjaren 2011 en 2012 een tegemoetkoming op grond van de kwalificatie O/GS heeft ontvangen.

O/GS toeslagjaar 2009

De Commissie overweegt dat uit de schriftelijke beschouwing van UHT volgt dat belanghebbende een aanvullende tegemoetkoming voor O/GS krijgt over toeslagjaar 2009. Belanghebbende heeft recht op de meest gunstige regeling en volgens de berekening van UHT is dit voor toeslagjaar 2009 niet de compensatie op grond van vooringenomenheid, maar de regeling op grond van O/GS. De Commissie onderschrijft dit standpunt en adviseert UHT om de berekening ten gunste van belanghebbende aan te passen in de beslissing op bezwaar.

Toeslagjaar 2013

De Commissie neemt in overweging dat uit de reactie van gemachtigde van 7 december 2025 blijkt dat belanghebbende de aangevoerde bezwaren met betrekking tot toeslagjaar 2013 niet langer handhaaft.

Rentevergoeding gemiste KOT

De Commissie overweegt dat UHT ter zitting heeft aangegeven dat de rentevergoeding gemiste KOT in de compensatieberekening aangepast zal worden bij de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert om dit enkel aan te passen, indien dit voor enig jaar ten gunste van belanghebbende is. De bedragen mogen niet ten nadele van belanghebbende worden aangepast. Hierbij neemt de Commissie in aanmerking dat de compensatie voor belanghebbende over toeslagjaar 2009, zoals eerder in dit advies is toegelicht, zal worden aangepast naar een tegemoetkoming voor O/GS waardoor de component ‘rentevergoeding gemiste KOT’ met betrekking tot toeslagjaar 2009 geen onderdeel van de compensatieberekening op grond van vooringenomenheid meer is. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie opnieuw te berekenen en ook het bedrag van de O/GS-tegemoetkoming opnieuw te berekenen mits de uitkomst van de beide berekeningen niet ten nadele van belanghebbende uitvalt.

Vergoeding van immateriële schade

Gelet op het voorgaande dient ook de vergoeding van de immateriële schade berekend te worden tot het moment van het besluit op bezwaar.

Aanvullende vergoeding

De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de aanvullende vergoeding van 1% dient te worden doorberekend tot de datum van de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert UHT om de compensatieberekening aan te passen.

Fraude Signalering Voorziening (FSV)

UHT heeft in de schriftelijke reactie een nadere toelichting gegeven op de opname van belanghebbende op de uitsluitingslijst van de FSV-lijst, maar dat deze opname zichzelf geen reden is voor compensatie nu dit niet heeft geleid tot een zero-tolerance-onderzoek.

De Commissie acht de gegeven toelichting door UHT, zoals uiteengezet in de beschouwing, navolgbaar. Hierbij neemt de Commissie ook de door gemachtigde gegeven reactie van 7 december 2025 in aanmerking waaruit blijkt dat belanghebbende dit onderdeel voldoende toegelicht acht.

Beslagvrije voet

Belanghebbende voert aan dat zij in aanmerking komt voor een compensatie van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de verrekeningen van de terugvorderingen met de nadien toegekende toeslagen. B/T heeft bij deze verrekeningen geen rekening gehouden met de beslagvrije voet. Hierdoor zat belanghebbende onder het bestaansminimum en om deze reden is sprake van hardheid van het stelsel.

De Commissie overweegt dat de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j van het Wetboek van Rechtsvordering. Zoals blijkt uit de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot uitbreiding van de beslagvrije voet is dat een bewuste keuze geweest die vooral gelegen is in het feit dat de KOT in zijn aard wezenlijk verschilt van de overige toeslagen. De KOT is namelijk juist gericht op de bevordering van arbeidsparticipatie, terwijl de overige toeslagen (huur- en zorgtoeslag, kindgebonden budget) een duidelijk inkomensondersteunend karakter hebben. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen, valt buiten de reikwijdte van het begrip vooringenomen handelen. De Commissie is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot de conclusie dat sprake is van hardheid van het stelsel. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Overige bezwaren en werkelijke schade

De Commissie overweegt dat belanghebbende in het bezwaar een aantal bezwaargronden naar voren heeft gebracht, waarvan nadien, zoals de Commissie leest in de reactie van gemachtigde van 7 december 2025, is gebleken dat belanghebbende hier voldoende over is toegelicht en deze bezwaren niet langer handhaaft.

De Commissie overweegt dat belanghebbende stelt dat de door haar geleden schade hoger is dan de toegekende compensatie. Echter is het op grond van de Wht niet mogelijk om een hogere schadevergoeding toe te kennen. Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de forfaitaire (standaard) vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Dit laat niet onverlet dat de Commissie begrip heeft voor de moeilijke periode die belanghebbende heeft gehad. Uit de reactie van gemachtigde is op te maken dat belanghebbende zich zal beraden over de verder te volgen stappen met betrekking tot vergoeding van de werkelijke schade.

Proceskostenvergoeding

Nu de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • De compensatieberekening en de berekening van de O/GS-tegemoetkoming aan te passen op voornoemde punten;
  • Het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter