Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-07892

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 13 januari 2022 met kenmerk UHT-DC I

Ontvangst bezwaarschrift: 17 juni 2022

Hoorzitting: 17 december 2024

Overdracht advies aan UHT: 21 februari 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaarschrift tegen de bestreden beschikking gedeeltelijk gegrond te
verklaren en een vergoeding voor de proceskosten toe te kennen.

Onderwerp van advies

De gemachtigde heeft namens de belanghebbende op 2 juni 2022 een bezwaarschrift ingediend tegen de beschikking van 13 januari 2022 met kenmerk UHT-DC I:

  • waarbij belanghebbende is meegedeeld dat bij de beoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) is gebleken dat er fouten zijn gemaakt over de toeslagjaren 2008 tot en met 2014 waardoor belanghebbende recht heeft op een compensatiebedrag van € 213.017.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in artikel 8.6 en 9.2 Wht worden de bestreden beschikkingen geacht te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van haar KOT.
  • Op 25 maart 2021 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geadviseerd dat de compensatieregeling van toepassing is voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2014. Voor de jaren 2015 tot en met 2019 heeft de CvW geconcludeerd dat de compensatieregeling niet van toepassing is. Evenwel is de CvW van oordeel dat het aannemelijk is dat er een verband bestaat tussen enerzijds het stopzetten van de KOT en het terugvorderen van toeslagen over een aantal jaren voor 2015 zonder betalingsregeling, en anderzijds de onmogelijkheid voor belanghebbende om voor de jaren 2015 tot en met 2018 geregistreerde kinderopvang tot stand te brengen, waardoor zij aanzienlijke kosten heeft moeten maken voor kinderopvang zonder BAC 2022-07892 daarvoor een toelage te kunnen ontvangen. Belanghebbende is erop gewezen om een verzoek in te dienen bij de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CvW).
  • Bij beschikking van 13 januari 2022 is belanghebbende meegedeeld dat zij recht
    heeft op een compensatiebedrag van € 213.017.
  • Op 2 juni 2022 heeft gemachtigde een bezwaarschrift ingediend. De ontvangst is op 17 juni 2022 bevestigd.
  • Op 14 november 2023 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 23 april 2024 heeft de hoorzitting geen doorgang gevonden. Deze is verplaatst naar 17 december 2024. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Op 19 juni 2024 heeft UHT een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 5 augustus 2024 heeft gemachtigde gereageerd op de aanvullende schriftelijke beschouwing.
  • Op 3 september 2024 heeft UHT een aanvullende schriftelijke beschouwing
    ingediend.
  • Op 7 januari 2025 heeft UHT een extra aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 29 januari 2025 heeft gemachtigde hierop gereageerd.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden, heeft dit advies behandeld.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich voor de vraag gesteld of UHT op goede gronden heeft kunnen besluiten dat belanghebbende aanspraak maakt op een compensatie-bedrag van € 213.017.


Motivering van de beschikking
Belanghebbende heeft aangevoerd dat het compensatiebedrag onjuist is vastgesteld, dat er geen rekening is gehouden met haar persoonlijke situatie en dat het niet inzichtelijk is hoe het bedrag is vastgesteld. De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van de bestreden beschikking van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT de berekeningen bij het uitbrengen van de bestreden beschikking niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat van een gebrekkige motivering sprake is. De Commissie is van oordeel dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, met daarin een uitgebreide uitleg per component van de compensatie-berekening, en het verstrekken van de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC) en de overige producties, de bestreden beschikking alsnog voldoende is onderbouwd. Gelet hierop adviseert de Commissie UHT het bezwaar ten aanzien van dit punt ongegrond te verklaren.

Voorts overweegt de Commissie dat deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking heeft op de toekenning van de standaard vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor is de procedure bij de CWS bestemd.

Juridische kosten
In de aanvullende schriftelijke beschouwing heeft UHT aangegeven dit bezwaar gegrond te achten. De Commissie adviseert overeenkomstig te adviseren in de beslissing op bezwaar.


Toeslagjaar 2015
Belanghebbende heeft gesteld dat er geen uitvraagbrieven zijn verzonden. Voor zover deze wel zouden zijn verzonden, hadden deze geadresseerd moeten worden aan de bewindvoerder.
De Commissie stelt vast dat, blijkens het dossier, er een uitvraagbrief (9 september
2015) is verzonden naar het huisadres van belanghebbende. De omstandigheid dat belanghebbende onder bewindvoering stond en dat de uitvraagbrief naar de
bewindvoerder had moeten worden verzonden, maakt niet dat er sprake is van
institutioneel vooringenomen handelen. Hoewel er geen verzendadministratie is
overgelegd, acht de Commissie het aannemelijk dat de uitvraagbrief naar het huisadres van belanghebbende is verzonden. Immers, in 2014 zijn er ook brieven verzonden naar hetzelfde huisadres waarop wél is gereageerd door belang-hebbende. Gesteld noch is gebleken dat belanghebbende in 2015 is verhuisd.

Vergoeding toeslagrente over gemiste KOT
In de aanvullende schriftelijke beschouwing heeft UHT aangegeven dat component O van de compensatieberekening onjuist is vastgesteld. Onder verwijzing naar hetgeen daarover is opgemerkt in de aanvullende schriftelijke reactie, adviseert de Commissie om de rentevergoeding over gemiste KOT opnieuw te berekenen bij de beslissing op bezwaar.

Immateriële schadevergoeding
Nu de rente over gemiste KOT moet worden aangepast, en het bezwaar op dit punt
derhalve gegrond is, dient de vergoeding voor immateriële schade te worden
doorberekend tot aan de datum van de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de
hoogte van de vergoeding voor immateriële schade bij de beslissing op bezwaar opnieuw dient te worden vastgesteld.

Aanvullende vergoeding van 1 procent
Het advies van de Commissie om de vergoeding voor de rente over gemiste KOT en de einddatum van de vergoeding voor immateriële schade aan te passen, leidt ertoe dat de aanvullende vergoeding van 1 procent in de beslissing op bezwaar over een hoger subtotaal moet worden berekend dan het geval is in de definitieve
compensatiebeschikking.


Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en op onderdelen leiden tot herroeping van de bestreden beschikking, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15 lid 2 Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

  • Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie: het bezwaar gegrond te verklaren ten aanzien van de juridische kosten, de berekening van de rente over de gemiste KOT, de vergoeding immateriële schade en de aanvullende vergoeding van 1 procent;
  • de bestreden beschikking op deze punten te herroepen en de compensatie opnieuw te berekenen;
  • de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter