Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-07187

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 12 januari 2022 (UHT-DC-I A en UHT-DH5 A)

Overdracht advies aan UHT: 30 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT
genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van
12 januari2022. Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatie-regeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de jaren 2010 tot en met 2013.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 3 februari 2021 verzocht om herbeoordeling van de
    kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met de persoonlijk
    zaakbehandelaar heeft de beoordeling plaatsgevonden over de jaren 2010 tot en met 2013.
  • UHT heeft bij beschikking van 26 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld
    dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek
    van belanghebbende op 8 december 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft
    geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van
    institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikkingen van 12 januari 2022 aan belanghebbende
    medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2010 tot en met 2013.
  • Belanghebbende heeft bij brief, ingekomen op 18 mei 2022, tegen deze
    beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 13 mei 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift en heeft
    de zogeheten LIC-overzichten over de jaren 2010 tot en met 2013 ingezonden.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden het verzoek van belanghebbende om compensatie of
tegemoetkoming voor de jaren 2010 tot en met 2013 heeft afgewezen.

Hoorzitting
De Commissie stelt vooraf het navolgende vast.
De Commissie heeft aanvankelijk een hoorzitting gepland op 14 mei 2025 om 15.00 uur. Belanghebbende heeft in een e-mailbericht van 14 mei 2025 voorafgaand aan de hoorzitting aan de Commissie laten weten dat hij wegens ziekte niet aanwezig kon zijn.
De Commissie heeft na ontvangst van dat e-mailbericht getracht telefonisch contact met belanghebbende op te nemen om een nieuwe zittingsdatum te bepalen, maar dat contact kwam niet tot stand omdat belanghebbende telefonisch niet bereikbaar was. Diezelfde dag is in overleg met de behandelend ambtenaar van UHT een nieuwe datum voor de hoorzitting bepaald, te weten 21 mei 2025 om 14.00 uur. Zowel belanghebbende als UHT hebben een schriftelijke uitnodiging voor die hoorzitting ontvangen.
Belanghebbende is ook op 21 mei 2025 niet verschenen, noch is vooraf een bericht van verhindering van belanghebbende ontvangen. Wederom is door het secretariaat van de Commissie getracht om telefonisch contact te krijgen met belanghebbende, evenwel zonder resultaat. De Commissie heeft vervolgens, na telefonische instemming van de behandelend ambtenaar van UHT, besloten om op grond van de voorhanden zijn de stukken en zonder hoorzitting advies uit te brengen.

Afwijzing compensatie
Belanghebbende heeft in zijn bezwaar, samengevat weergegeven, aangevoerd dat hij ten onrechte niet in aanmerking komt voor compensatie. Hij voert aan dat de gevolgen van de terugvorderingen door B/T voor hem groot zijn geweest. Belanghebbende kampt nog steeds met lichamelijke en psychische klachten als gevolg van de KOT-problematiek.

De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T.

In het informatie- en beoordelingsformulier (productie 4 bezwaardossier) is voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013 uitgebreid beschreven en toegelicht welke
neerwaartse en opwaartse wijzigingen in de KOT hebben plaatsgevonden. Voor
toeslagjaar 2010 is de KOT tweemaal neerwaarts gecorrigeerd. Belanghebbende heeft met twee antwoordformulieren op 27 oktober 2011 en op 29 augustus 2012 informatie aangeleverd. Omdat de informatie niet volledig was, heeft B/T de gegevens uit de KOI3 viewer geraadpleegd. Op grond van die gegevens is de definitieve beschikking van 22 oktober 2013 afgegeven en is de KOT vastgesteld.
Voor toeslagjaar 2011 is de KOT tweemaal neerwaarts gecorrigeerd. De eerste
neerwaartse correctie is gedaan aan de hand van de gegevens die belanghebbende heeft ingevuld op het antwoordformulier van 15 augustus 2012. De tweede neerwaartse correctie betreft de definitieve beschikking van 29 april 2014, gebaseerd op een hoger toetsingsinkomen. Voor toeslagjaar 2012 is de KOT allereerst neerwaarts gecorrigeerd naar aanleiding van wijzigingen die belanghebbende heeft doorgegeven.
De daaropvolgende neerwaartse correcties zijn doorgevoerd aan de hand van gegevens die belanghebbende heeft ingevuld op het antwoordformulier van
14 december 2013 en de gegevens uit de KOI-viewer. Voor toeslagjaar 2013 is de KOT eenmaal neerwaarts gecorrigeerd. Deze correctie is het gevolg van een door belanghebbende zelf doorgegeven wijziging op 6 maart 2013, namelijk een stopzetting van de kinderopvang voor de kinderen M. Froom en D. Froom per
1 november 2012 (producties 46 en 47 bezwaardossier). Tegelijkertijd heeft belanghebbende voor zijn derde kind, B. Froom, een wijziging doorgegeven in het aantal opvanguren per 21 januari 2013 en een stopzetting van de kinderopvang per 1 april 2013 (producties 50 en 51 bezwaardossier).

Geplaatst tegen de achtergrond van deze feiten en omstandigheden overweegt de
Commissie dat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning,
aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. Het bezwaar kan daarom niet slagen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter