BAC 2022-07088
Publicatiedatum 23-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 11 april 2022 (UHT-DC-I A, UHT-DH5 A en UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 9 december 2024 om 15:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 18 april 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft UHT op 14 april 2020 verzocht om een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. UHT heeft bij de herbeoordeling gekeken naar de toeslagjaren 2008 en 2009.
- UHT heeft bij beschikking van 21 april 2021 met kenmerk UHT-B DMB2 besloten op grond van de eerste toets een bedrag van € 30.000 aan belanghebbende toe te kennen.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 22 februari 2022 het verzoek
van belanghebbende beoordeeld en in haar advies vermeld dat belanghebbende
over de toeslagjaren 2008 en 2009 geen recht heeft op compensatie op basis van vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel.
UHT heeft belanghebbende bij beschikkingen van 11 april 2022 met de
kenmerken UHT-DC-I A en UHT-DH5 A medegedeeld dat zij geen compensatie zal toekennen over de toeslagjaren 2008 en 2009. - Bij beschikking van 11 april 2022 met kenmerk UHT-O OGS B heeft UHT
belanghebbende medegedeeld dat zij over de toeslagjaren 2008 en 2009 een
tegemoetkoming krijgt van € 13.455,- wegens een ten onrechte gegeven
kwalificatie van opzet of grove schuld (hierna: O/GS). - Bij brief van 13 mei 2022 heeft gemachtigde bezwaar gemaakt tegen de
beschikkingen van 11 april 2022 met de kenmerken: UHT-DC-I A, UHT-DH5 A en UHT-O OGS B. Gemachtigde heeft de gronden van het bezwaar op
26 oktober 2023 aangevuld. - UHT heeft op 7 mei 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Het bezwaar van belanghebbende is op 9 december 2024 op een hoorzitting van de Commissie behandeld. Het verslag van de hoorzitting is bij het advies gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 21 januari 2025
een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 14 april
2025 op gereageerd. - De Commissie, bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden, heeft het bezwaar behandeld.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Beoordeling afwijzing forfaitaire compensatie 2008 en 2009
De Commissie overweegt dat ingevolge artikel 2.2, onderdeel a, in samenhang gelezen met artikel 2.3, lid 1, van de Wht, de compensatie bestaat uit een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat niet is toegekend of teruggevorderd, als gevolg van een beschikking tot het verminderen of niet toekennen van een KOT die een direct gevolg is van institutionele vooringenomenheid of hardheid.
De KOT is bij beschikking van 24 januari 2009 voor het toeslagjaar 2008 verlaagd als gevolg van een stopzetting door belanghebbende op 9 januari 2009, waarbij zij de KOT heeft stopgezet voor beide kinderen per 1 januari 2008. Vervolgens heeft
belanghebbende op 22 januari 2009 doorgegeven dat zij de KOT stopzet per
31 december 2008. Zoals gebleken op de hoorzitting, betreft deze mededeling een
herstelwijziging. Belanghebbende heeft per abuis de KOT stopgezet per 1 januari 2008 in plaats van 31 december 2008.
Op 24 januari 2009 is de nihilbeschikking KOT voor het toeslagjaar 2008 gevolgd. In het dossier bevindt zich een brief van 10 februari 2009 van de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: BD/T) aan belanghebbende met het verzoek om informatie. Belanghebbende is daarbij verzocht om facturen, de jaaropgave 2008 en contracten met kinderopvanginstellingen. Uit het dossier blijkt dat belang-hebbende de gevraagde stukken op 26 februari, 8 juli en 18 september 2009 heeft aangeleverd.
Op 30 september 2009 heeft B/T aan de hand van deze nadere gegevens het recht opKOT voor het jaar 2008 herzien en vastgesteld op € 6.263,-. Op 10 juni 2010 volgde dedefinitieve beschikking KOT met ditzelfde bedrag.
Ten tijde van de wijzigingen door belanghebbende in januari 2009 had BD/T de
automatische continuering van de KOT voor het toeslagjaar 2009 al doorgevoerd. Op 1mei 2009 volgde de nihilbeschikking van BD/T over het toeslagjaar 2009.
Belanghebbende stelt dat de nihilbeschikking van 24 januari 2009 vooringenomen is geweest omdat:
- deze beschikking gebrekkig was en is gebaseerd op onjuiste informatie;
- er onvoldoende uitvraag is gedaan door B/T, want zij (belanghebbende) heeft de
brief van 10 februari 2009 niet ontvangen, er zijn geen rappels verstuurd en er is
niet gewezen op de consequenties van het niet aanleveren van de informatie; - B/T de herstelwijziging van belanghebbende op 22 januari 2009 heeft genegeerd
alvorens de nihilbeschikking te versturen op 24 januari 2009; dit is een strikte en
formalistische benadering en daarmee vooringenomen.
UHT stelt dat B/T de wijzigingen heeft doorgevoerd aan de hand van de veranderingen die belanghebbende zelf had doorgegeven. Er is voldoende uitgevraagd. Er is niet vooringenomen gehandeld.
De Commissie overweegt als volgt. Gelet op de stukken in het dossier en hetgeen op de hoorzitting naar voren is gekomen, komt het de Commissie niet onjuist voor dat BD/T op 24 januari 2009 de KOT heeft verlaagd als reactie op de doorgegeven wijziging van belanghebbende om de KOT stop te zetten per
1 januari 2008, ook al betreft dit een vergissing van belanghebbende. Dit is een gebruikelijke handelwijze.
Op 22 januari 2009 heeft belanghebbende haar vergissing hersteld en heeft zij de juiste ingangsdatum van de stopzetting doorgegeven, namelijk 31 december 2008. Volgens belanghebbende heeft BD/T deze wijziging genegeerd bij het versturen van de nihilbeschikking van 24 januari 2009. Dit is volgens haar vooringenomen. De Commissie ziet dit anders.. Bij wijzigingen is een verwerkingstijd van een aantal weken gebruikelijk.
Dit komt overeen met de termijn tussen de stopzetting van belanghebbende per januari 2009 en de nihilstelling van BD/T op 24 januari 2009. En het komt overeen met de termijn tussen de doorgegeven wijziging van belanghebbende op 22 januari 2009 en de brief van 10 februari 2009 van BD/T met het verzoek om informatie.
Het standpunt van belanghebbende dat er onvoldoende uitvraag is geweest en dat zij de brief van 10 februari 2009 niet heeft ontvangen, acht de Commissie niet aannemelijk. Belanghebbende heeft in 2009 op diverse momenten de gevraagde informatie gegeven op basis waarvan BD/T het recht op KOT over het toeslagjaar 2008 kon vaststellen. Dat er geen rappelbrieven zijn verstuurd en dat belanghebbende niet is gewezen is op de consequenties van het niet aanleveren van deze informatie, doet hieraan niets af.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling dat de
nihilbeschikking van 24 januari 2009 op onjuiste gegevens gebaseerd was.
Voor het jaar 2009 heeft de Commissie geen aanknopingspunten kunnen vinden om te veronderstellen dat BD/T vooringenomen heeft gehandeld. Op de hoorzitting heeft belanghebbende verklaard in dit jaar geen opvang te hebben genoten.
De Commissie acht de bezwaren ongegrond.
Proceskostenvergoeding
De bezwaren zijn naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van de bij bezwaar bestreden beschikkingen.
De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie en advies
De Commissie adviseert UHT bij beslissing op bezwaar:
- de bezwaren ongegrond te verklaren en de bestreden beschikkingen van 11 april
2022 met de kenmerken UHT-DC-I A, UHT-DH5 A en UHT-O OGS B in stand te
laten; - geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter