BAC 2022-06515
Publicatiedatum 11-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primaire besluiten: 14 maart 2022 (UHT-DC I), 14 maart 2022 (UHT-DC-I A), 14 maart 2022 (UHT-DH5 A) en 24 maart 2022 (UHT-O OGS B)
Ontvangst bezwaarschriften: 21 april 2022 (UHT-DC I), 6 februari 2024 (UHT-O OGS B) en 7 februari 2024 (UHT-DC-I A en UHT-DH5 A)
Hoorzitting: 8 februari 2024
Overdracht advies aan UHT: 28 maart 2024
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren tegen de bestreden besluiten UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A gegrond te verklaren en deze te herroepen en de toegekende compensatie opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten ter zake van deze adviezen toe te wijzen. De Commissie adviseert het bezwaar tegen het bestreden besluit met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren en dit ongewijzigd in stand te laten.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende op 19 april 2022, 6 februari 2024 en 7 februari 2024 ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen bovengenoemde, door UHT op 14 maart 2022 en 24 maart 2022 gegeven beschikkingen omtrent toekenning van compensatie en een Opzet/Grove Schuld (hierna O/GS) tegemoetkoming over de toeslagjaren 2007 tot en met 2013.
Met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904; hierna: Compensatieregeling) is aan belanghebbende bij beschikking met kenmerk UHT-DC I medegedeeld dat zij over de toeslagjaren 2008 tot en met (februari) 2013 recht heeft op een compensatiebedrag van € 104.634. Bij beschikkingen met kenmerken UHT-DH5 A en UHT-DC-I A is het verzoek om toekenning van compensatie over het toeslagjaar 2007 afgewezen. Bij definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (O/GS) met kenmerk UHT-O OGS B is belanghebbende een tegemoetkoming wegens O/GS over de periode 1 maart tot en met 21 december van het toeslagjaar 2013 van € 7.246 toegekend.
Overgangsrecht
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 19 februari 2020 telefonisch verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2007 tot en met 2013.
- UHT heeft een herbeoordeling uitgevoerd over voornoemde toeslagjaren.
- Bij brief van 8 maart 2021 (met kenmerk UHT-B DMB2) heeft UHT belanghebbende geïnformeerd dat zij op basis van de lichte toets in aanmerking komt oor de betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft bij brief van 20 januari 2022 geoordeeld dat jegens belanghebbende over het jaar 2007 en over de maanden maart tot en met december 2013 geen sprake is geweest van vooringenomen handelen of hardheid van het toeslagenstelsel.
- Bij de beschikking van 14 maart 2022 (met kenmerk UHT-DC I) heeft UHT belanghebbende over de toeslagjaren 2008 tot en met 2012 en de maanden januari en februari 2013 een compensatie toegekend van € 104.634. Omdat belanghebbende reeds € 30.000 had ontvangen, heeft zij nog een aanvullend compensatiebedrag van € 74.634 gekregen.
- Bij beschikkingen van 14 maart 2022 (met kenmerk UHT-DC-I A en UHT-DH5 A) heeft UHT belanghebbende medegedeeld dat geen compensatie wordt toegekend over het toeslagjaar 2007.
- Bij beschikking van 24 maart 2022 (met kenmerk UHT-O OGS B) heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat haar over de periode van 1 maart tot en met 31 december 2013 een O/GS-tegemoetkoming wordt toegekend van € 7.246.
- Namens belanghebbende is bezwaar gemaakt tegen de compensatiebeschikking (met kenmerk UHT-DC I). Het bezwaarschrift is door UHT ontvangen op 21 april 2022. Het aanvullende bezwaarschrift is door UHT ontvangen op 15 november 2022.
- UHT heeft de ontvangst van het bezwaarschrift bij brief van 2 mei 2022 aan gemachtigde bevestigd.
- Op 1 maart 2023 heeft [naam] zich gesteld als opvolgend gemachtigde van belanghebbende.
- UHT heeft op 4 september 2023 een schriftelijke reactie ingediend op het bezwaarschrift.
- Bij brief van 6 februari 2024 heeft gemachtigde namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de beschikking van 24 maart 2022 (met kenmerk UHT-O OGS B).
- Bij brief van 7 februari 2024 heeft gemachtigde namens belanghebbende, onder verwijzing naar de bezwaargronden zoals opgenomen in het bezwaarschrift van 6 februari 2024, bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen van 14 maart 2022 (met kenmerken UHT-DC-I A en UHT-DH5 A).
- Op 8 februari 2024 heeft de Commissie in aanwezigheid van partijen een hoorzitting gehouden en de bezwaren van belanghebbende behandeld. Een verslag van deze hoorzitting is achter dit advies gevoegd.
- Bij e-mail van 6 maart 2024 heeft UHT toegezegd voor het toeslagjaar 2007 alsnog compensatie toe te zullen kennen vanwege vooringenomenheid en medegedeeld dat de compensatieberekening over dit toeslagjaar in de beslissing op bezwaar zal worden toegelicht.
- Bij e-mail van 7 maart 2024 heeft de Commissie belanghebbende de vraag voorgelegd of zij kon instemmen met de door UHT voorgestelde wijze van afhandeling. Als alternatief is de mogelijkheid geboden de bezwaarprocedure aan te houden in afwachting van de nieuwe besluitvorming omtrent toeslagjaar 2007.
- Bij berichten van 8 en 11 maart 2024 heeft belanghebbende uitdrukkelijk ingestemd met het in de beslissing op bezwaar verwerken van de compensatie over het toeslagjaar 2007.
- De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid, heeft de bezwaren behandeld en het navolgende advies uitgebracht.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat de bezwaren ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en bestreden besluiten
Toeslagjaar 2007 (UHT-DC-I A en UHT-DH 5 A)
Belanghebbende heeft in bezwaar gesteld dat UHT ten aanzien van het toeslagjaar 2007 ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is geweest van vooringenomen handelen. UHT heeft dat aanvankelijk betwist maar na afloop van de hoorzitting heeft UHT belanghebbende schriftelijk bevestigd dat belanghebbende over dit jaar alsnog gecompenseerd zal worden. Het recht op compensatie over het toeslagjaar 2007 is tussen partijen aldus niet langer in geschil. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren, de bestreden beschikkingen (met kenmerken UHT-DC-I A en UHT-DH 5 A) op te herroepen en belanghebbende alsnog compensatie toe te kennen over 2007.
UHT heeft aangekondigd de compensatieberekening over het toeslagjaar 2007 in het besluit op bezwaar nader toe te lichten. Gezien de wens te komen tot een spoedige afronding van dit onderdeel van het hersteltraject, heeft belanghebbende hiermee expliciet ingestemd. De Commissie adviseert UHT gelet hierop de compensatie over het toeslagjaar 2007 in het besluit op bezwaar toe te lichten. Tevens adviseert de Commissie UHT in haar besluit op bezwaar inzichtelijk te maken of het alsnog toekennen van compensatie over het toeslagjaar 2007 consequenties heeft voor de compensatieberekening als bedoeld in de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DC I en indien dat het geval is, welke.
Berekening van het compensatiebedrag (UHT-DC I)
Belanghebbende stelt in bezwaar dat de compensatieberekening over de toeslagjaren 2008 tot en met 2012 en de maanden januari en februari 2013 onjuist is. Verzocht werd om toezending van de betaal- en verrekenoverzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC) omdat deze overzichten cruciale informatie voor het onderhavige bezwaar tegen de compensatieberekening bevatten.
UHT heeft de door belanghebbende bedoelde LIC-overzichten voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2013 bij haar schriftelijke reactie op de bezwaarschriften gevoegd. De Commissie constateert dat belanghebbende deze reactie met bijbehorende producties heeft ontvangen en hiervan derhalve kennis heeft kunnen nemen. UHT heeft de berekening van de compensatie in haar schriftelijke reactie nader toegelicht, onder meer aan de hand van de betaal- en verrekenoverzichten van het LIC.
De Commissie kan zich vinden in de door UHT gegeven toelichting, waaronder de geconstateerde onjuistheden in de berekening van de periode waarover de vergoeding van immateriële schade en de rentevergoeding over de gemiste KOT is berekend.
Omdat de door UHT in het vooruitzicht gestelde aanpassing leidt tot herroeping van het bestreden besluit (UHT-DC I), dient tevens de vergoeding van de immateriële schade door te lopen tot de dagtekening van de beslissing op bewaar. Ook dient het bedrag aan extra compensatie (1 %) opnieuw te worden berekend.
De Commissie adviseert gelet hierop het bezwaar voor zover het betrekking heeft op de compensatieberekening als opgenomen in het bestreden besluit met kenmerk UHT-DC I gegrond te verklaren, de compensatieberekening opnieuw uit te voeren en alle, ingevolge de Wht daarmee samenhangende vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.
UHT-O OGS B
Belanghebbende heeft tot slot bezwaar gemaakt tegen de beschikking met UHT-O OGS B. In deze beschikking is belanghebbende een tegemoetkoming wegens O/GS over de periode 1 maart tot en met 21 december van het toeslagjaar 2013 van €7.246 toegekend. Ter gelegenheid van de hoorzitting heeft belanghebbende verklaard dat zij zich op zichzelf kan vinden in de in de beschikking neergelegde berekening, maar zich afvraagt of het juist is dat het toeslagjaar wordt gesplitst in een gedeelte waarin sprake is geweest van vooringenomenheid en een gedeelte waarin sprake is geweest van een onterechte O/GS kwalificatie. Volgens haar zou het hele jaar moeten worden gecompenseerd.
De Commissie wijst in dit verband op de omstandigheid dat belanghebbende – naar UHT onweersproken heeft gesteld – de KOT met ingang van 1 maart 2013 zelf heeft stopgezet. Belanghebbende kan om die reden over de daaropvolgende maanden van 2013 niet in aanmerking komen voor compensatie. Compensatie kan uitsluitend worden toegekend aan een aanvrager van KOT die schade heeft geleden. Deze schade moet zijn ontstaan doordat ten aanzien van hem/haar bij de uitvoering van de KOT sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of hardheid. UHT heeft het jaar 2013 daarom op goede gronden gesplitst in een periode van twee maanden waarover compensatie wegens vooringenomenheid kan worden toegekend en een periode waarin belanghebbende aanspraak heeft op de (lagere) vergoeding wegens O/GS. De Commissie adviseert het bezwaar tegen de O/GS beschikking daarom ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en leiden tot herroeping van de bestreden besluiten (met kenmerken UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A), komt belanghebbende op grond van artikel 7:15 lid 2 Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding ter zake van die besluiten.
Conclusie
Samenvattend adviseert de Commissie UHT om de bezwaren gegrond te verklaren, de bestreden besluiten UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A te herroepen en de compensatie opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten ter zake van deze besluiten toe te wijzen. De Commissie adviseert het bewaar tegen het bestreden besluit met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren en dit besluit ongewijzigd in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter