Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-03758

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluiten: 5 augustus 2021 met kenmerken UHT-DC I A en UHT-
DH5 A , 6 augustus 2021 met kenmerk UHT-O OGS B en 6 december 2021 met kenmerk UHT-DC I

Hoorzitting: 8 augustus 2025 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 1 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar deels gegrond te verklaren een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: bestreden beschikkingen).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en
vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) een
compensatie toegekend voor de jaren 2013, 2014 en 2015. Tevens is voor het jaar 2012 een O/GS tegemoetkoming toegekend. Voor de jaren 2011 en 2016 heeft
belanghebbende geen compensatie gekregen. Voor het jaar 2012 is aan belanghebbende een O/GS tegemoetkoming toegekend.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 14 april 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011 tot en met 2016.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek
    van belanghebbende op 2 juli 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft
    geadviseerd dat voor de toeslagjaren 2013 tot en met 2015 de
    compensatieregeling van toepassing is. Daarnaast is belanghebbende over het
    jaar 2012 ten onrechte beticht van opzet en grove schuld en komt hij daarom in
    aanmerking voor een O/GS tegemoetkoming voor dit jaar.
    Volgens de CvW bestaat geen recht op compensatie voor de jaren 2011 en 2016.
  • Op 5 augustus 2021 heeft UHT een beschikking genomen Definitieve beschikking afwijzing compensatieregeling kinderopvangtoeslag (kenmerk UHT-DC-I A).
  • Op 5 augustus 2021 heeft UHT een beschikking genomen Definitieve beschikking afwijzing compensatieregeling kinderopvangtoeslag (kenmerk UHT-DC-I A).
  • Op 30 augustus 2023 heeft de gemachtigde zich gesteld als advocaat en heeft op
    diezelfde datum het bezwaarschrift aangevuld en het bezwaar tevens uitgebreid
    tot een bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DH5 A (Definitieve
    beschikking afwijzing hardheidsregeling kinderopvangtoeslag).
  • UHT heeft op 27 februari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 8 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is
    een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Op verzoek van de Commissie heeft UHT op 11 augustus 2025 nog aanvullende
    stukken gestuurd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Omvang van het geschil
Naar aanleiding van de hoorzitting stelt de Commissie vast dat het jaar 2011 niet meer in geschil is in die zin dat partijen het erover eens zijn dat terecht geen compensatie of O/GS tegemoetkoming is toegekend. Daarnaast zijn partijen het eens over de aanpassing van de compensatieberekening voor de jaren 2013 tot en met 2015. Verder stelt de Commissie vast dat voor het jaar 2016 door UHT alsnog compensatie aan belanghebbende wordt toegekend op grond van voorin-genomenheid. De Commissie ziet zich enkel nog voor de vraag gesteld of het jaar 2012 niet ook als, kortweg, compensatiejaar had moeten worden aangemerkt.

Toeslagjaar 2012
De KOT voor het jaar 2012 is bij voorschotbeschikking vastgesteld op € 10.249.
Op basis van de telefoonnotities uit 2012 – die door UHT na de hoorzitting zijn
toegezonden – vindt de Commissie het aannemelijk dat de KOT in overleg met
belanghebbende is stopgezet per 1 januari 2012 omdat het kind op 21 januari 2011 vier jaar oud is geworden en sindsdien naar de buitenschoolse opvang ging. Naar aanleiding hiervan is de KOT bij voorschotbeschikking van 21 april 2012 op nihil beschikt.

Vervolgens heeft belanghebbende de nieuwe gegevens van de kinderopvanginstelling (voor buitenschoolse opvang) doorgegeven en op grond daarvan is de KOT bij voorschotbeschikking van 21 mei 2012 opwaarts bijgesteld naar € 9.491 voor in totaal 147 uur kinderopvang per maand. Op 13 november 2015 is de KOT definitief vastgesteld op € 3.443 op basis van gegevens die zijn doorgekregen van de kinderopvanginstellingen. Uit deze informatie volgt dat er van 1 januari tot en met 31 augustus 2012 voor 53 uur kinderopvang per maand is afgenomen bij kinderopvanginstelling met nummer LRKP 225529191 en van
1 september tot en met 31 december 2012 is er 18 uur kinderopvang per maand afgenomen bij de kinderopvanginstelling. Hoewel belanghebbende op 7 december 2015 bezwaar heeft gemaakt tegen de definitieve vaststelling, valt niet uit het bezwaarschrift op te maken, met behulp van bijvoorbeeld een jaaropgave of bankafschriften, hoeveel kinderopvang daadwerkelijk door belanghebbende is afgenomen. Belanghebbende heeft dienaangaande geen nadere informatie verstrekt.
Gelet hierop hoefde B/T naar het oordeel van de Commissie niet te twijfelen aan de informatie van de kinderopvanginstellingen. De uiteindelijke neerwaartse bijstelling van de KOT naar € 3.443 is volgens de Commissie een reguliere correctie en duidt niet op vooringenomen handelen door B/T. Deze correctie wijst evenmin op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening
Tussen partijen is niet in geschil dat B/T over de toeslagjaren 2013 tot en met 2015
jegens belanghebbende vooringenomen heeft gehandeld. UHT heeft ter compensatie volgens de forfaitaire systematiek van de Wht € 40.235 aan belanghebbende toegekend.
UHT heeft, blijkens het gestelde in de schriftelijke beschouwing en de toelichting tijdens de hoorzitting, zelf geconstateerd dat de berekening van de compensatie over 2014 in de bestreden beschikking onjuist is voor wat betreft de in rekening gebrachte toeslagrente (component d), waardoor de componenten e, f en g voor dat jaar onjuist zijn. Daarnaast worden de componenten o, n en p voor de jaren 2013 tot en met 2015 ook aangepast.
UHT heeft daarbij, onder verwijzing naar de bij die beschouwing behorende bijlage, uiteengezet hoe zij deze berekening bij de beslissing op bezwaar in het voordeel van belanghebbende zal aanpassen. De Commissie adviseert UHT daarom deze toezegging bij de beslissing op bezwaar gestand te doen en daarom de door belanghebbende op dit punt opgeworpen bezwaren gegrond te verklaren.

Proceskosten
Nu de Commissie het bezwaar tegen de bestreden beschikking UHT-DC I deels gegrond acht en adviseert om het besluit te herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie UHT:

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I en UHT-DH5 A deels gegrond te verklaren en de, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zo verre herroepen;
  • het jaar 2016 eveneens in de compensatieberekening op te nemen;
  • het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen zoals hiervoor omschreven.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter