BAC 2021-02162
Publicatiedatum 24-11-2025
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 31 augustus 2021 en 6 september 2021
(UHT-DC I A en UHT-DC)
Hoorzitting: 8 april 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 28 april 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
de bezwaren (gedeeltelijk) gegrond te verklaren en het verzoek om een
vergoeding voor de proceskosten toe te wijzen.
Onderwerp van advies
De gemachtigde heeft namens belanghebbende afzonderlijk bezwaar ingediend tegen de onderscheiden besluiten waarbij belanghebbende is meegedeeld:
- dat er bij de herbeoordeling over toeslagjaar 2015 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende derhalve geen recht heeft op compensatie (UHT-DC- A);
- dat er bij de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over toeslagjaren 2011, 2013, 2014 en 2017 is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom recht heeft op een totaal compensatiebedrag van € 35.288 (UHT-DC);
Procesverloop
- Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- Bij brief van 30 juni 2021 is belanghebbende meegedeeld dat zij recht heeft opeen betaling van € 30.000.
- Op 14 december 2021 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies
uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat niet is gebleken dat de
Belastingdienst/Toeslagen voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2016
institutioneel vooringenomen heeft gehandeld. Evenmin zou er sprake zijn van
bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidscompensatie
rechtvaardigen. Naar het oordeel van de CvW is de compensatieregeling voor
toeslagjaar 2011 wel van toepassing. - Bij brieven van 6 september 2021 en 31 augustus 2021 zijn vorenstaande
besluiten genomen. - Bij afzonderlijke brieven van 8 oktober 2021 en 16 oktober 2021 heeft
gemachtigde hiertegen bezwaar gemaakt. - Bij brief van 8 september 2022 heeft gemachtigde aanvullende gronden van
bezwaar ingediend. - Op 27 augustus 2024 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 4 april 2025 heeft gemachtigde aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
- Op 8 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit
advies gevoegd. - De Commissie bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden, heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Gelet op de samenhang die bestaat tussen de bestreden besluiten, zal de Commissie de bezwaren die zijn ingediend tegen de onderscheiden besluiten gevoegd behandelen.
Herbeoordeelde toeslagjaren
Correctie componenten compensatieberekening
In de schriftelijke reactie heeft UHT aangegeven dat een aantal componenten van de compensatieberekening onjuist is vastgesteld. Onder verwijzing naar hetgeen daarover is opgemerkt in de schriftelijke reactie, adviseert de Commissie om de
compensatieberekening opnieuw te berekenen bij de beslissing op bezwaar.
Immateriële schadevergoeding
Nu een aantal componenten moet worden aangepast, en het bezwaar op dit punt
derhalve gegrond is, dient de vergoeding voor immateriële schade te worden
doorberekend tot aan de datum van de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de
hoogte van de vergoeding voor immateriële schade bij de beslissing op bezwaar opnieuw dient te worden vastgesteld.
Aanvullende vergoeding van 1 procent
Het advies van de Commissie om de berekening van een aantal componenten en de einddatum van de vergoeding voor immateriële schade aan te passen, leidt ertoe dat de aanvullende vergoeding van 1 procent in de beslissing op bezwaar over een hoger subtotaal moet worden berekend dan het geval is in de definitieve
compensatiebeschikking.
Toeslagjaar 2015
De KOT voor 2015 is teruggevorderd, omdat de toeslagpartner van belanghebbende in 2015 in Marokko woonde.
Belanghebbende heeft gesteld dat de hardheidsregeling moet worden toegepast. Daartoe heeft zij aangevoerd dat zij zorg en arbeid combineerde en dat er geen andere persoon was die op haar kinderen kon passen. Om te blijven werken en studeren moest gebruik worden gemaakt van kinderopvang. Belanghebbende heeft verwezen naar het handboek van UHT en heeft zich op het standpunt gesteld dat haar situatie naar analogie moet worden toegepast met de situatie dat een (toeslag)partner in detentie zit of ziek is.
De Commissie overweegt dat een ouder met een partner slechts aanspraak heeft op KOT, als is voldaan aan de vereisten die zijn neergelegd in artikel 1.6, derde lid van de Wet Kinderopvang. Zo is vereist dat de partner in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont. Het staat vast dat de echtgenoot van belanghebbende in 2015 woonachtig was in Marokko.
Voor de Commissie zijn de volgende omstandigheden van belang. Ten aanzien van
toeslagjaar 2013 is belanghebbende gecompenseerd, ondanks de situatie dat sprake was van evident geen recht op KOT, omdat haar toeslagpartner in Marokko woonde. Ook ten aanzien van toeslagjaar 2014 is belanghebbende gecompenseerd, ondanks dat haar partner toen nog steeds in Marokko woonde.
Blijkens het informatie- en beoordelingsformulier wist Belastingdienst/Toeslagen in ieder geval op 3 maart 2017 dat de partner in Marokko woonde.
Bij afzonderlijke brieven van 16 februari 2018 is de KOT voor respectievelijk 2013 en 2014 definitief vastgesteld.
Ook voor toeslagjaar 2015 heeft belanghebbende weer KOT ontvangen op basis van automatische continuatie. Bij brief van 9 oktober 2021 is de KOT voor 2015 definitief (nihil)beschikt. De definitieve beschikkingen (2013, 2014 en 2015) zijn dus alle genomen nadat Belastingdienst/Toeslagen op de hoogte was van het feit dat de partner in Marokko woonde. Waarom belanghebbende voor toeslagjaar 2015 niet is gecompenseerd, ondanks dat de situatie hetzelfde was als in 2013 en 2014, is, naar het oordeel van de Commissie, onvoldoende gemotiveerd. Het bezwaar is daarom op dit onderdeel gegrond.
Gelet op wat hiervoor is overwogen kan, naar de mening van de Commissie, dit gebrek in de motivering van het primaire besluit bij het besluit op bezwaar niet worden hersteld, en dient aan belanghebbende over het jaar 2015 alsnog compensatie te worden verleend.
Toeslagjaar 2016
Vaststaat dat belanghebbende en haar partner op 24 december 2015 een afspraak
hadden op het gemeentehuis. Zij hebben zich aldaar gemeld en de gevraagde
documenten meegenomen om de inschrijving van de partner van belanghebbende in de gemeente Delft te bewerkstelligen. Verder acht de Commissie van belang dat de partner van belanghebbende in Marokko een inburgeringscursus volgde en, nadat deze succesvol is afgesloten, bij brief van 22 december 2015 is meegedeeld dat hij zijn verblijfsdocument in Delft kon gaan ophalen. Deze brief is overigens verzonden naar het huisadres van belanghebbende. Naar het oordeel van de Commissie heeft belanghebbende voldoende aannemelijk gemaakt dat haar partner op 24 december 2015 zich heeft ingeschreven. De omstandigheid dat de inschrijving door de gemeente Delft, zeer waarschijnlijk vanwege de Kerstperiode en Nieuwjaar, pas op 15 januari 2016 is verwerkt, kan belanghebbende niet worden toegerekend. Immers, uit de voorgaande geschetste omstandigheden kan worden opgemaakt dat de partner feitelijk in Nederland (bij belanghebbende) woonde vanaf 18 december 2015 (datum aankomst in Nederland).
De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar eveneens gegrond te achten en ook over het toeslagjaar 2016 aan belanghebbende compensatie toe te kennen.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en op onderdelen leiden tot herroeping van de bestreden beschikking, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15 lid 2 Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaar gegrond te verklaren ten aanzien van de in de schriftelijke reactie genoemde componenten, de vergoeding immateriële schade en de aanvullende vergoeding van 1 procent;
- het bezwaar gegrond te verklaren ten aanzien van hetgeen is overwogen met
betrekking tot toeslagjaren 2015 en 2016; - de bestreden beschikking op deze punten te herroepen en de compensatie
opnieuw te berekenen; - de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
- het verzoek om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter