BAC 2021-02098
Publicatiedatum 01-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 20 juli 2021 (UHT-DC-I A), 7 oktober 2021 (UHT-DC I)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 1 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, het besluit met kenmerk UHT-DC I op onderdelen te herroepen en de compensatie opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag, hierna de bestreden besluiten.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 30.000 voor de toeslagjaren 2014 en 2015 en geen compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2013.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 2 juni 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2013, 2014 en 2015.
- UHT heeft bij besluit van 19 februari 2021 met kenmerk UHT-B DMB2 aan belanghebbende meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 28 juni 2021 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 49b van de Awir en de hardheidscompensatie van artikel 49 van de Awir niet van toepassing zijn voor het toeslagjaar 2013.
- UHT heeft bij het bestreden besluit van 20 juli 2021 met kenmerk UHT-DC-I A aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2013.
- UHT heeft bij het besluit van 7 oktober 2021 met kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 30.000 voor de toeslagjaren 2014 en 2015.
- Gemachtigde heeft kennelijk tegen deze besluiten een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 29 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 5 augustus 2025 is de uitnodiging voor de hoorzitting op 27 oktober 2025 aan gemachtigde gestuurd.
- Op 27 oktober 2025 zijn belanghebbende en gemachtigde niet verschenen bij de hoorzitting die zou plaatsvinden.
- Op 29 oktober 2025 heeft de Commissie gemachtigde de mogelijkheid geboden alsnog een hoorzitting in te plannen indien belanghebbende dit wenst.
De secretaris heeft hierover telefonisch en per e-mailbericht contact met gemachtigde gehad. - Op 4 november 2025 is nogmaals per e-mailbericht aan gemachtigde verzocht de Commissie te informeren of belanghebbende alsnog een hoorzitting wenst.
- Op 10 november 2025 is de gemachtigde verzocht om de Commissie binnen één week te informeren of belanghebbende alsnog een hoorzitting wenst. Hierbij is vermeld dat de Commissie over het bezwaar, indien een reactie uitblijft, op basis van de stukken zal adviseren. Gemachtigde heeft niet hierop gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor het toeslagjaar 2013 af te wijzen.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden besluiten behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden besluiten leidt immers niet tot het herroepen daarvan.
De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2013
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te kunnen adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over het toeslagjaar 2013 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2013 was gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend. De KOT is door een tussentijdse stopzetting van de KOT door belanghebbende verlaagd en vervolgens op grond van de door de kinderopvanginstelling doorgegeven gegevens vastgesteld. Het voorschot is vanwege reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidscompensatie. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (O/GS), zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde tegemoetkoming. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Compensatieberekening
UHT heeft meegedeeld dat de in de compensatieberekening voor de toeslagjaren 2014 en 2015 van onjuiste bedragen is uitgegaan bij component d, de vaststelling van de in rekening gebrachte toeslagrente. Hierdoor worden ook component e, het bedrag aan KOT dat belanghebbende niet heeft ontvangen of moest terugbetalen, component f, het verschil met de laatst vastgesteld beschikking KOT en component h, de vergoeding van de materiële schade, aangepast. Daarnaast is de rentevergoeding wegens gemiste KOT voor de jaren 2014 en 2015 onjuist vastgesteld. Deze bedragen zullen bij de uitspraak op bezwaar worden herzien.
De Commissie merkt op dat de aanpassingen in de berekening tevens tot gevolg hebben dat ook andere bedragen wijzigen: de vergoeding van de immateriële schade en de aanvullende vergoeding van 1% dienen te worden doorberekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar daarom gedeeltelijk gegrond te verklaren en om aan haar toezeggingen uit de schriftelijke reactie gevolg te geven en de compensatieberekening dienovereenkomstig aan te passen in de beslissing op bezwaar.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- het besluit met kenmerk UHT-DC I te herroepen en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overwegingen;
- het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter