1BAC 2025-16033
Publicatiedatum 08-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 9 augustus 2024 (UHT-DCHO)
Hoorzitting: 23 februari 2026 om 10:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 27 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 71.390,- voor de jaren 2009, 2010 en de maanden januari t/m april 2011 en geen compensatie toegekend voor de maanden mei t/m december 2011 en het jaar 2014.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 13 augustus 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2003 t/m 2005.
Op 14 mei 2024 is het verzoek aangepast en is verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de jaren 2009 t/m 2011 en 2014. - UHT heeft bij besluit van 18 mei 2022 aan belanghebbende meegedeeld dat hij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de maanden mei t/m december 2011 en het jaar 2014.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 71.390,- voor de jaren 2009, 2010 en de maanden januari t/m april 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 9 september 2024, ingekomen op 11 september 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 19 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 23 februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2009, 2010 en de maanden januari t/m april 2011 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de maanden mei t/m december 2011 en het jaar 2014 af te wijzen.
Equality of Arms
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In zijn ogen wordt hij in zijn procesbelang geschaad, omdat hij niet de beschikking krijgt over een volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt.
De Commissie overweegt hierover het volgende.
De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.
Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke reactie met de bijbehorende producties, waaronder ook de “Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen”, is op 10 september 2025 aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Niet herbeoordeelde toeslagjaren
Belanghebbende stelt dat onduidelijk is waarom de overige toeslagjaren vóór 2020 niet in de herbeoordeling zijn betrokken. Tijdens de hoorzitting heeft belanghebbende toegelicht dat hij een verzoek tot herbeoordeling van de toeslagjaren 2012 en 2013 wenst in te dienen. Tijdens de hoorzitting heeft UHT echter vastgesteld dat blijkens het TVS-systeem in de toeslagjaren 2012 en 2013 geen KOT is aangevraagd. Het verzoek tot herbeoordeling is vervolgens ingetrokken.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Mei t/m december 2011
Volgens artikel 2.1 lid 1 van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT deed dit zich voor in de maanden mei t/m december 2011, omdat belanghebbende in die periode geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Hoewel belanghebbende de juistheid van dat standpunt heeft bestreden, heeft de Commissie geen aanknopingspunten gevonden om te concluderen dat in de periode van mei t/m december 2011 wel gebruik is gemaakt van geregistreerde kinderopvang.
In uitzonderlijke situaties kan er sprake zijn van hardheid. De Commissie stelt vast dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. Er was ook geen onterechte opzet/grove schuld-kwalificatie (hierna: O/GS-kwalificatie). Belanghebbende komt voor de periode mei t/m december 2011 dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
2014
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2014 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Belanghebbende heeft de KOT immers zelf stopgezet met ingang van de datum waarvoor eerder KOT was aangevraagd op 1 maart 2014.
Er bestaat in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.
Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Geen proceskostenvergoeding
Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van het bij bezwaar bestreden besluit. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om:
- het bezwaar ongegrond te verklaren;
- het bestreden besluit niet te herroepen; en
- geen procesvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter