BAC 2025-16845
Publicatiedatum 18-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 oktober 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 11 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 2 juni 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 oktober 2024 met kenmerk UHT-DCHOA (hierna: bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2008.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 12 juni 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). UHT heeft de jaren 2005 tot en met 2008 herbeoordeeld, dit zijn de enige jaren waarover KOT is aangevraagd en toegekend.
- UHT heeft bij besluit van 15 september 2023 aan belanghebbende meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- Bij vooraankondiging van 30 september 2024 heeft UHT aan belanghebbende de voorlopige beslissing meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een herstelregeling voor de jaren 2005 tot en met 2008.
- De toenmalige gemachtigde van belanghebbende, heeft op 26 september 2024 hierop de zienswijze van belanghebbende gegeven.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 8 oktober 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2008.
- Gemachtigde heeft bij brief van 2 december 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 2 oktober 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 11 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 25 maart 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend.
- Gemachtigde heeft binnen de gestelde termijn geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen. De Commissie stelt vast dat alleen de toeslagjaren 2005 en 2007 in geschil zijn. Toeslagjaren 2006 en 2008 zijn niet in geschil.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende voert aan dat UHT bij de totstandkoming van het bestreden besluit in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De Commissie overweegt dat met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum (LIC) - en de overige producties, in ieder geval thans geen sprake is van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft in dit geval geen beantwoording.
Toeslagjaar 2005
Belanghebbende stelt dat hij in aanmerking komt voor een compensatieregeling omdat de KOT lijkt te zijn verlaagd enkel op basis van een telefoonnotitie zonder formulier, hetgeen de gangbare praktijk was. Evenmin heeft de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) navraag hierover gedaan bij belanghebbende. Voorts strookt de verlaging niet met de verklaring van belanghebbende dat hij fulltime werkte en zich niet kan voorstellen dat hij minder opvanguren heeft doorgegeven.
UHT stelt dat B/T in 2005 nog geen systeem had waarin de kinderopvanginstelling de gegevens door kon geven. Er werd daarom altijd uitvraag gedaan bij een ouder om de KOT definitief toe te kunnen kennen. Daarnaast blijkt uit de telefoonnotitie van 4 oktober 2006 (productie 1205001) dat belanghebbende zelf de definitieve opgaaf heeft ingevuld. UHT stelt dat de verlaging van de KOT heeft plaatsgevonden voor de datum van de telefoonnotitie en dus niet op basis daarvan is verlaagd. Uit deze telefoonnotitie volgt dat – blijkens het door belanghebbende ingestuurde antwoordformulier – sprake is van een gewijzigd inkomen en minder opvanguren. Voorts heeft UHT in het systeem geen bezwaar tegen de verlaging aangetroffen. Belanghebbende komt daarom niet alsnog in aanmerking voor compensatie voor 2005.
De Commissie stelt vast dat de KOT over 2005 eenmaal is verlaagd, bij beschikking van 17 juli 2006, van € 8.986,- naar € 7.148,-.
De Commissie stelt vast dat namens belanghebbende niet nader is gereageerd op het standpunt van UHT met betrekking tot toeslagjaar 2005. De Commissie gaat er daarom vanuit dat met deze uitleg de verlangde duidelijkheid is verschaft en dit punt niet meer in geschil is.
De Commissie merkt nog op dat zij de desbetreffende verlaging verklaarbaar acht, nu de reden voor de verlaging van de KOT aan de hand van de telefoonnotitie in voldoende mate herleidbaar is. Hieruit kan namelijk worden afgeleid dat belanghebbende heeft doorgegeven dat sprake is van een gewijzigd toetsingsinkomen en dat hij minder opvanguren heeft afgenomen.
Voor aanwijzingen dat de verlaging berust op vooringenomen handelen of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt, ziet de Commissie geen aanknopingspunten.
De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2007
Belanghebbende betoogt dat B/T zijn bezwaar (productie 1207003) tegen de terugvorderingsbeschikking KOT 2007 ten onrechte als een verzoek om informatie heeft behandeld. B/T had het bezwaar als zodanig moeten aanmerken en in behandeling moeten nemen. Het nalaten daarvan kan volgens belanghebbende als vooringenomen handelen worden aangemerkt.
UHT stelt dat het bezwaar in dit geval terecht als een verzoek om opheldering en duidelijkheid is afgehandeld omdat uit het bezwaarschrift blijkt dat belanghebbende niet primair uit was op het vernietigen van het besluit maar op het verkrijgen van informatie. B/T heeft in reactie hierop uitgelegd waarom belanghebbende KOT moest terugbetalen en terug zou krijgen (productie 1207006).
De Commissie overweegt dat de KOT over 2007 eenmaal is verlaagd, bij beschikking van 11 april 2009, van € 6.444,- naar € 3.792,- naar aanleiding van de door belanghebbende ingestuurde jaaropgave (productie 1207001). Blijkens de jaaropgave heeft belanghebbende minder opvanguren afgenomen. De Commissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de ontvangen informatie. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de conclusie dat over toeslagjaar 2007 sprake is geweest van vooringenomen handelen door B/T. De verlaging in dit toeslagjaar is het gevolg van een reguliere wijziging. Deze bijstelling is in overeenstemming met de wet uitgevoerd.
Een dergelijke bijstelling geeft in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie ziet geen aanleiding om in dit geval tot een ander oordeel te komen.
De Commissie stelt daarnaast vast dat belanghebbende destijds niet met een nader bezwaar of beroep heeft gereageerd op de door B/T op 16 februari 2010 verstrekte informatie. Ook op de door UHT na de hoorzitting gegeven nadere beoordeling is namens belanghebbende niet nader gereageerd op het standpunt van UHT ten aanzien van het aanmerken van het bezwaar als een verzoek om informatie. De Commissie gaat er daarom vanuit dat met deze uitleg de verlangde duidelijkheid is verschaft. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter