Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16288

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 18 april 2024 (UHT-DCHOA)

Overdracht advies aan UHT: 1 juni 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag van 18 april 2024 (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2008.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 3 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). UHT heeft met belanghebbende afgestemd dat de toeslagjaren 2005 tot en met 2008 in de herbeoordeling worden betrokken.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 28 maart 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW is van oordeel dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1 lid 1 Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2008.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2008.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 29 mei 2024, ingekomen op 31 mei 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • De Commissie heeft gemachtigde op 17 februari 2026 verzocht om aan te geven of belanghebbende gebruik wenst te maken van haar recht om gehoord te worden. Gemachtigde heeft de Commissie op 24 februari 2026 geïnformeerd dat belanghebbende afziet van een hoorzitting.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Belanghebbende acht vooringenomenheid en/of hardheid aanwezig over de toeslagjaren 2005, 2006, 2007 en 2008 en stelt ten onrechte niet te zijn gecompenseerd over deze toeslagjaren.

Toeslagjaar 2005

Op 23 mei 2005 is de KOT vastgesteld op € 4.364.

In dit toeslagjaar is er sprake van drie correcties van de KOT:

  1. een verhoging naar € 5.106 op 30 mei 2005;
  2. een verlaging naar € 3.348 op 15 januari 2007;
  3. een verlaging naar € 3.218 op 15 juli 2007.

Vooringenomenheid

Voor het toeslagjaar 2005 geldt dat als de B/T handmatig een mutatie heeft doorgevoerd, hiervan een samenvatting in de vorm van een behandelstap vindbaar moet zijn in het WKO-bestand (en voor de jaren 2006-2011 in het RKT-bestand). Bij het ontbreken van een dergelijke behandelstap wordt door B/T aangenomen dat een verlaging door ouder is geïnitieerd of een automatische aanpassing is geweest naar aanleiding van gewijzigde gegevens, zoals de vaststelling van het toetsingsinkomen.

De eerste verlaging van de KOT is van € 5.106 naar € 3.348. De reden van deze verlaging is volgens UHT onbekend. UHT heeft vastgesteld dat belanghebbende in reactie op de eerste verlaging een brief heeft gestuurd aan B/T (productie 1205002). Hierin schrijft belanghebbende dat na het ontvangen van de jaaropgave van de KOI zij ontdekte een fout te hebben gemaakt met de opgegeven uren. Zij heeft daarom geen bezwaar gemaakt tegen de verlaging van de KOT.

Op 15 juli 2007 is de KOT verlaagd naar € 3.248. De reden van deze verlaging is volgens UHT onbekend. Uit het WKO-bestand van 2005 blijkt geen behandelstap die wijst op een verlaging die door de B/T is geïnitieerd (productie 1205004). Er zijn verder geen aanwijzingen dat in 2005 sprake was van een vooringenomen handeling.

Hardheid

Er is sprake van een terugvordering of een verlaging van de kinderopvangtoeslag van € 1.500 of meer. De KOT is echter uitbetaald aan belanghebbende (productie 2800001). Er was geen sprake van een kleine formele tekortkoming, het slechts betalen van een deel van de opvangkosten, fraude door een derde of andere bijzondere omstandigheden. Daarnaast was de terugvordering evenredig. Daarom is er geen sprake op recht op compensatie op grond van de hardheidsregeling.

De Commissie is van oordeel dat het aan belanghebbende door B/T verstrekte voorschot door reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.

Volgens belanghebbende is de KOT mogelijk aan een derde uitbetaald. De Commissie overweegt als volgt.

Uit het dossier blijkt dat op 23 mei 2005, nadat daartoe door of namens belanghebbende een aanvraag is gedaan aan belanghebbende een voorschot kinderopvangtoeslag is toegekend van € 4.363. Op 15 augustus 2005 heeft belanghebbende B/T verzocht om met onmiddellijke ingang het rekeningnummer waarop de KOT wordt uitbetaald te wijzigen. In het dossier zijn geen documenten waaruit blijkt dat er ten onrechte aan een derde is uitbetaald. De Commissie merkt hierbij op dat het eventueel delen van DigiD-inloggegevens door belanghebbende voor rekening en risico van belanghebbende dient te komen. Belanghebbende heeft ook op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat er bij de aanvraag een verkeerd rekeningnummer is doorgegeven. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2006

In dit toeslagjaar is er sprake van twee correcties van de KOT:

  1. een verlaging van € 5.160 naar € 4.312 op 25 mei 2006;
  2. een verlaging naar € 4.060 op 8 april 2008.

Vooringenomenheid

UHT heeft geconstateerd, dat de eerste verlaging gebaseerd is op een door belanghebbende doorgevoerde wijziging in de opvanggegevens midden in het jaar. De tweede verlaging is naar aanleiding van het door belanghebbende ingestuurde antwoordformulier met jaaropgave (productie 1206001) en de vaststelling van het toetsingsinkomen door de belastinginspecteur (productie 0900001, zie pagina 59). Er zijn verder geen aanwijzingen dat in 2006 sprake was van een vooringenomen handeling.

Hardheid

Een voorwaarde voor de hardheidsregeling is dat er een terugvordering of een verlaging van de KOT van € 1.500 of meer is. Dat is in dit toeslagjaar niet het geval.

De Commissie is van oordeel dat de analyse van UHT juist is en concludeert dat, bij gebrek aan in een andere richting wijzende gegevens, niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende over het toeslagjaar 2006 vooringenomen is behandeld en aanspraak kan maken op compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2007

Vooringenomenheid

In dit toeslagjaar is volgens UHT geen sprake van een verlaging van de KOT. Er is daarom geen sprake van een vooringenomen handeling door B/T.

Hardheid

Een voorwaarde voor de hardheidsregeling is dat er een terugvordering of een verlaging van de KOT van € 1.500 of meer is. Dat is in dit toeslagjaar niet het geval.

Concluderend is de Commissie van oordeel dat belanghebbende over het toeslagjaar 2007 geen aanspraak kan maken op compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2008

In dit toeslagjaar is er sprake van één correctie van de KOT. Op 31 december 2007 is de KOT nihil gesteld naar aanleiding van de door belanghebbende doorgevoerde stopzetting van de KOT per 1 januari 2008 (productie 1208001 ouderdossier). Op 1 juni 2010 is de KOT definitief op nihil vastgesteld.

Vooringenomenheid

Op basis van de beschikbare gegevens is er geen reden om aan te nemen dat sprake is van vooringenomen handelen door de B/T. De wijziging in de KOT is het directe gevolg van de verwerking van informatie die de B/T van belanghebbende heeft ontvangen. Er is voor de B/T geen reden geweest om aan de aangeleverde informatie te twijfelen. De commissie heeft in het dossier geen gegevens gevonden, waaruit zou kunnen lijken, dat de stopzetting door belanghebbende onjuist is of onjuist is verwerkt. Hier is geen sprake van vooringenomen handelen van de B/T, maar van verwerking van de gegevens conform de wet- en regelgeving.

Hardheid

Er is sprake van een terugvordering of een verlaging van de kinderopvangtoeslag van € 1.500 of meer. De KOT is aan belanghebbende uitbetaald (productie 2800001). Er was geen sprake van een kleine formele tekortkoming, het slechts betalen van een deel van de opvangkosten, fraude door een derde of andere bijzondere omstandigheden. Daarnaast was de terugvordering evenredig. Daarom is er geen sprake op recht op compensatie op grond van de hardheidsregeling.

Concluderend is de Commissie van oordeel dat, bij gebrek aan in een andere richting wijzende gegevens, niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende over het toeslagjaar 2007 aanspraak kan maken op compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

O/GS

Ten overvloede heeft de Commissie aan de hand van het dossier (productie 1300001) vastgesteld dat over de toeslagjaren 2005 tot en met 2008 geen sprake was van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat belanghebbende geen aanspraak heeft op een daarop gebaseerde vergoeding.

Proceskostenvergoeding

Voor de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure heeft belanghebbende, nu het bezwaar naar de mening van de Commissie ongegrond is, geen recht op vergoeding daarvan.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar tegen de beschikking van 18 april 2024 met kenmerk UHT-DCHOA ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter