Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16591

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 22 november 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 20 april 2026

Overdracht advies aan UHT: 29 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit) van 22 november 2023 (UHT-DCH). Dit besluit wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 54.000,- voor de jaren 2006, 2009, de maanden januari tot en met augustus 2014 en de jaren 2015 en 2016 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2008, 2011, 2012, 2013 en de maanden september tot en met december 2014.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 2 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 tot en met 2011. In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar is dit uitgebreid naar de jaren 2006 tot en met 2016.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 12 september 2023 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft UHT geadviseerd de compensatieregeling van artikel 2.1 lid 1 Wht niet van toepassing te verklaren voor de toeslagjaren 2007, 2008, 2011, 2012 en 2013 en de maanden september tot en met december 2014.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 54.000,- voor de jaren 2006, 2009, de maanden januari tot en met augustus 2014 en de jaren 2015 en 2016 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2008, 2011, 2012, 2013 en de maanden september tot en met december 2014.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 18 december 2023 tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
  • UHT heeft op 1 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 20 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Gemachtigde heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 8 mei 2026 een nadere reactie ingediend. UHT heeft daar op 12 mei 2026 per e-mail op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2006, 2009, de maanden januari tot en met augustus 2014 en de jaren 2015 en 2016 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2007, 2008, 2011, 2012, 2013 en de maanden september tot en met december 2014 af te wijzen. De Commissie zal hieronder, mede op grond van hetgeen besproken tijdens de hoorzitting, het advies toelichten.

Motivering- en zorgvuldigheidsbeginsel

Belanghebbende stelt dat het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel zijn geschonden. Zonder volledig dossier is het voor haar niet inzichtelijk hoe UHT tot de weigering van compensatie heeft besloten.

UHT heeft het dossier en een schriftelijke reactie aan belanghebbende verstrekt. Belanghebbende heeft gelegenheid gehad om de ontvangen gegevens te beoordelen en de gronden van haar bezwaar zo nodig verder aan te vullen. Op de hoorzitting heeft belanghebbende de bovendien de mogelijkheid gehad om nader te reageren op de ontvangen gegevens en hierop een toelichting te vragen.

De Commissie is van oordeel dat UHT het bestreden besluit voldoende heeft toegelicht. Door het schriftelijke verweer, de uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het “Landelijk Incasso Centrum” (hierna: LIC) en de overige producties is het bestreden besluit voldoende onderbouwd. Bij de hoorzitting zijn verder geen concrete aanknopingspunten naar voren gekomen op grond waarvan geoordeeld moet worden dat het door UHT overgelegde dossier incompleet is of aangevuld zou moeten worden.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Equality of Arms

Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat ze niet de beschikking krijgt over haar persoonlijk dossier en/of een volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke reactie/beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook de “Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen”, is op 29 januari 2026 aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op het bezwaar betrekking hebbende stukken.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening

De juistheid van de compensatieberekening is door gemachtigde bij gebrek aan wetenschap betwist. Inmiddels beschikt belanghebbende over het bezwaardossier en heeft de zaaksbehandelaar van UHT bij de schriftelijke beschouwing de compensatieberekening toegelicht.

UHT erkent dat bij de berekening van de rentevergoeding voor gemiste KOT (component o) fouten zijn gemaakt. UHT is bij de oorspronkelijke berekening uitgegaan van verkeerde data waardoor belanghebbende voor wat betreft alle toegewezen toeslagjaren meer compensatie heeft ontvangen dan waar zij recht op heeft. In verband met het verbod op verandering naar een slechtere positie op grond van artikel 7:11 Algemene wet bestuursrecht wordt de berekening niet aangepast aangezien dit in het nadeel zou zijn van belanghebbende. Nu de door UHT gemaakte fouten in het voordeel van belanghebbende zijn, adviseert de Commissie om de gemaakte berekening op dit onderdeel niet aan te passen.

Ter zitting is door gemachtigde aangevoerd dat voor de toeslagjaren 2015 en 2016 een vergoeding voor juridische bijstand had moeten worden toegekend. Belanghebbende is voor toeslagjaar 2015 bijgestaan door een juridisch adviesbureau en voor toeslagjaar 2016 door een advocaat. In haar reactie na de hoorzitting heeft UHT toegezegd dat een vergoeding voor juridische kosten voor deze toeslagjaren zal worden toegekend.

De Commissie merkt op dat de aanpassingen in de berekening (voor in ieder geval toeslagjaar 2018) tot gevolg hebben dat ook andere bedragen wijzigen: de vergoeding van de immateriële schade en de aanvullende vergoeding van 1% dienen te worden doorberekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen met een vergoeding voor juridische kosten voor de toeslagjaren 2015 en 2016 in de beslissing op bezwaar.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie gegrond is en het advies van de Commissie ertoe strekt om de beschikking met kenmerk UHT-DCH (gedeeltelijk) te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (twee bezwaarschriften en één hoorzitting). De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • De beschikking met kenmerk UHT-DCH te herroepen en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overwegingen; en
  • Een proceskostenvergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee tegen de hoogste vergoeding per procespunt.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter