Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10664

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 31 oktober 2022 (UHT-DC I)

Hoorzitting: 12 januari 2026

Overdracht advies aan UHT: 29 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DC I, hierna aangeduid als de bestreden beschikking.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904;) compensatie toegekend voor een bedrag van € 52.032,- voor de jaren 2013, 2014 en 2015.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 17 december 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2013, 2014 en 2015.
  • UHT heeft bij besluit van 4 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 51.214,-.
  • UHT heeft bij de bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 52.032,-.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 november 2022 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 27 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift
  • Op 12 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Gemachtigde heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 26 januari 2026 aanvullende stukken ingediend.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 9 februari 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich onder meer gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de toeslagjaren 2013, 2014 en 2015 op de juiste wijze heeft berekend.

Dossier

De Commissie is op grond van het navolgende van opvatting dat aan belanghebbende de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt. Daarmee is voldaan is aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. UHT heeft schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift en een dossier aan belanghebbende ter beschikking gesteld. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken en gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie ziet in de concrete stellingen van belanghebbende en UHT geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest voor de onderhavige bezwaarprocedure.

Daarom adviseert de Commissie UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende voert aan dat het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel zijn geschonden. Zonder volledig dossier is het voor haar niet inzichtelijk hoe UHT de toegekende compensatie heeft berekend. Zoals hiervoor overwogen heeft UHT het dossier en een schriftelijke reactie aan belanghebbende verstrekt. Belanghebbende heeft gelegenheid gehad om de ontvangen gegevens te beoordelen en de gronden van haar bezwaar zo nodig verder aan te vullen. Op de hoorzitting heeft belanghebbende bovendien de mogelijkheid gehad om nader te reageren op de ontvangen gegevens en hierop een toelichting te vragen. Door het schriftelijke verweer, de uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het “Landelijk Incasso Centrum” (hierna: LIC) en de overige producties is het bestreden besluit voldoende onderbouwd. Bij de hoorzitting zijn verder geen concrete aanknopingspunten naar voren gekomen op grond waarvan geoordeeld moet worden dat het door UHT overgelegde dossier incompleet is of (verder) aangevuld zou moeten worden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Betaalde toeslagrente toeslagjaar 2013

Belanghebbende stelt dat UHT, volgens artikel 2.3 lid 7 Wht, de betaalde toeslagrente alleen mag betrekken bij de berekening van de rente onder component o en niet bij component f. Volgens de wet kent UHT rentevergoeding toe voor het niet uitgekeerde bedrag vanwege het verminderen of niet toekennen van de KOT of het beëindigen van een voorschot op de KOT. De wet zegt niets over de vorm waarin dit dient te geschieden. UHT heeft op basis van de wet een renteberekening gemaakt en componenten gekoppeld aan verschillende wetsartikelen. In component f is de aan belanghebbende vergoede rente van €106,- opgenomen. Component f bedraagt daarmee in totaal € 5.217,-. In component o wordt de rente over het bedrag in component e vergoed. Dit bedrag is € 5.558,-. Indien de toegekende rente bij component o wordt gerekend, zou component f € 5.111,- bedragen en component o € 5.452,-. Uiteindelijk maakt dit geen verschil, omdat component f van de compensatie wordt afgetrokken en component o erbij wordt opgeteld. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Stopzetting toeslagjaar 2015

Belanghebbende stelt dat zij de KOT niet zelf heeft stopgezet per 15 september 2015. De code 009 ‘burger zet toeslag stop’ werd ook gebruikt voor ambtshalve stopzettingen.

Voorts zijn er diezelfde dag ook twee andere ambtshalve wijzigingen doorgevoerd door ‘niet zichtbare ambtenaar’.

Bij de beschikking van 21 september 2015 is één melding te vinden, namelijk de stopzetting van belanghebbende met de code 009. Uit het Xml-bestand blijkt dat de wijziging is doorgevoerd via het burgerportaal. Ook heeft belanghebbende de wijziging ondertekend. Hieruit kan worden afgeleid dat belanghebbende KOT zelf heeft stopgezet per 15 september 2015. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Procespunten toeslagjaren 2013, 2014 en 2015

Belanghebbende stelt dat in elk van de toeslagjaren 2013, 2014 en 2015 zowel een bezwaar- als een beroepsprocedure is geweest. Voor elk toeslagjaar zouden daarom acht procespunten dienen te worden toegekend. Belanghebbende heeft voor de toeslagjaren 2013 en 2014 zelf een bezwaarschrift ingediend en heeft deelgenomen aan de telefonische hoorzittingen. Vervolgens diende gemachtigde opnieuw een ‘bezwaarschrift’ in voor de toeslagjaren 2013 en 2014. Er heeft geen hoorzitting plaatsgevonden. Ook werd beroep ingesteld tegen de afwijzing van een persoonlijke betalingsregeling. Voor toeslagjaar 2013 zijn er twee procespunten met wegingsfactor twee, € 3.306,-, toegekend voor het indienen van een bezwaar- en beroepschrift. Belanghebbende heeft al € 992,- ontvangen, hetgeen in mindering wordt gebracht op de proceskosten. Voor de toeslagjaren 2014 en 2015 zijn er wederom twee procespunten met wegingsfactor twee, € 3.306,-, toegekend voor het indienen van het bezwaar- en beroepschrift. De Commissie meent dat de proceskosten adequaat zijn vergolden en adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening

Belanghebbende stelt dat de componenten c, h, l, n, o en p onjuist zijn vastgesteld. Component c, De toeslag die u niet hebt gekregen of die u moest terugbetalen (exclusief toeslagrente), is terecht vastgesteld op € 16.140,- voor toeslagjaar 2014 en € 22.525,-voor toeslagjaar 2014. Component h, de materiële schade, is 25% van het bedrag onder component e. Voor toeslagjaar 2013 is deze terecht vastgesteld op € 4.035,- en voor toeslagjaar 2014 € 5.632,-. Component l is voor de toeslagjaren 2013 en 2014 terecht vastgesteld op € 0,-, omdat er geen boetebeschikkingen zijn aangetroffen. Component n, de immateriële schade, heeft een vast bedrag van € 500,- per half jaar. De startdatum is vastgesteld op 11 maart 2014. Dit is de datum dat de KOT onterecht is stopgezet. De einddatum is 31 oktober 2022. Dit is de datum van de primaire beschikking. Dat zijn 18 halve jaren. De immateriële schade is terecht vastgesteld op € 9.000,-. Component o, de rentevergoeding over gemiste KOT, is voor de toeslagjaren 2013 en 2014 onjuist vastgesteld. Voor toeslagjaar 2013 is een bedrag van € 5.558,- vastgesteld, maar dit had € 5.380,- moeten zijn. Voor toeslagjaar 2014 is een bedrag van € 7.757,- vastgesteld, maar dit had € 6.608,- moeten zijn. Deze foutieve vaststellingen zijn in het voordeel van belanghebbende en zullen niet worden aangepast. Component p, aanvullende schadevergoeding, is juist vastgesteld, omdat de compensatieberekening niet verandert. De Commissie adviseert op grond van het vorenstaande UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert UHT om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter