BAC 2025-16369
Publicatiedatum 17-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: aanvullende beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag 18 december 2023 (UHT-DCH CAF 11)
Hoorzitting: 16 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 27 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 34.347 voor de jaren 2008 en 2010 tot en met 2014.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 28 mei 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008, 2010 en 2011. De bestreden beschikking ziet op de beoordeling van de jaren 2008 en 2010 tot en met 2014.
- UHT heeft bij beschikking van 1 februari 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 34.347.
- Gemachtigde heeft op 26 januari 2024, ingekomen op 29 januari 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 23 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Gemachtigde heeft op 5 april 2026 een aanvullend bezwaarschrift ingediend.
- Op 16 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie in de gelegenheid gesteld, op 20 april 2026 een nadere schriftelijke beschouwing ingediend.
- Gemachtigde heeft hier op 6 mei 2026 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Indien en voor zover er sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Persoonlijk dossier
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan de verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreken, is niet voldoende.
De compensatieberekening over de toeslagjaren 2008 en 2010 tot en met 2014 Belanghebbende betwist de juistheid van de compensatieberekening over de toeslagjaren 2008 en 2010 tot en met 2014. De Commissie overweegt als volgt.
De rentevergoeding over gemiste KOT
UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing opgemerkt dat de rentevergoeding over gemiste KOT (component o) onjuist en in het nadeel van belanghebbende verkeerd is berekend. De Commissie adviseert UHT, aansluitend bij haar eigen standpunt, de compensatieberekening op dit onderdeel te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies.
De vergoeding voor juridische hulp.
Ter gelegenheid van de hoorzitting heeft gemachtigde nog betoogd dat de vergoeding voor de kosten voor juridische hulp over meerdere toeslagjaren in het nadeel van belanghebbende verkeerd is berekend. UHT heeft dit onderzocht en is hier in haar aanvullende schriftelijke beschouwing van 20 april 2026 gemotiveerd op ingegaan. UHT stelt dat de zaken SGR 13/2918, SGR 13/2919, SGR 13/2920 en SGR 13/2931 geen betrekking hebben op haar KOT. UHT concludeert daarom dat de berekende vergoeding voor juridische kosten in stand kan blijven. Gemachtigde heeft in zijn schriftelijke reactie van 6 mei 2026 te kennen gegeven hier geen (verdere) opmerkingen over te hebben.
Omdat uit het dossier niet blijkt, dat de genoemde procedures wel betrekking hadden op de KOT van belanghebbende volgt de Commissie UHT in haar ingenomen standpunt. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Vergoeding voor immateriële schade
Nu de Commissie het bezwaar met betrekking tot de rentevergoeding over gemiste KOT gegrond acht, adviseert zij om de vergoeding van de immateriële schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar en daarbij alle, ingevolge de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.
Toeslagjaar 2008
UHT is in haar schriftelijke reactie ingegaan op de vraag tijdens de hoorzitting over de uit het LIC-overzicht 2008 blijkende terugvordering KOT ten bedrage van €1.885. UHT stelt dat deze terugvordering het gevolg was van een door belanghebbende doorgegeven stopzetting van de KOT per 1 oktober 2010. UHT verwijst naar een door belanghebbende ingevuld wijzigingsformulier van 22 september 2008 waarin zij de KOT stopzet per 1 oktober 2008 (pagina 153 en verder van het dossier). De Commissie kan UHT volgen in haar ingenomen standpunt en concludeert, dat de desbetreffende neerwaartse correctie het gevolg is van een te hoog voorschot dat op basis van een reguliere wijziging is bijgesteld. De Commissie ziet geen aanleiding om te adviseren belanghebbende voor een hoger compensatiebedrag te compenseren over het toeslagjaar 2008. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Werkelijke schade
Belanghebbende voert aan dat zij meer schade heeft geleden dan waarvoor aan haar compensatie is toegekend. Belanghebbende verwijst in dit verband naar persoonlijke leningen en stelt zich op het standpunt dat deze voor vergoeding in aanmerking komen. De Commissie overweegt als volgt.
Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Ter verkrijging daarvan kan een afzonderlijk verzoek worden ingediend en daarbij brengt de Commissie Werkelijke Schade advies uit. Sinds 25 november 2025 is er daarnaast een nieuw digitaal informatie- en aanmeldportaal via de website schadeherstel.toeslagen.nl. Gedupeerde ouders die vinden dat zij meer schade hebben geleden door de problemen met de KOT dan zij in de integrale beoordeling (IB) vergoed hebben gekregen, kunnen zich via voornoemd digitaal portaal aanmelden.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie gegrond is, adviseert de Commissie om het verzoek om een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren; het bestreden besluit te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter