Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-11943

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 20 juli 2022 (UHT-DC I; UHT-DHR)

Overdracht advies aan UHT: 8 januari 2026

Samenvatting

TDe Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bestreden beschikking op onderdelen te herroepen, de compensatie opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) een compensatie toegekend van € 117.170,- voor de jaren 2008 tot en met 2012.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 5 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011, 2012 en 2014 tot en met 2017. In overleg met belanghebbende worden de toeslagjaren 2008 tot en met 2012 herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij besluit van 1 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, in het kader van de Catshuisregeling.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 115.580,-.
  • UHT heeft bij de bestreden besluiten van 20 juli 2022 met kenmerk UHT-DC I respectievelijk UHT-DHR aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 117.170,- voor de jaren 2008 tot en met 2012.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 juli 2022, ingekomen op 22 juli 2022, tegen deze besluiten een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 8 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft op 30 december 2025 namens belanghebbende aangegeven dat geen behoefte bestaat om het bezwaar tijdens een hoorzitting nader toe te lichten en de Commissie verzocht in deze zaak te adviseren op de stukken in het dossier.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2008 tot en met 2012 op de juiste wijze heeft berekend.

Nog te ontvangen brief

Belanghebbende meldt dat in de brief van 20 juli 2022 staat dat hij nog een aparte brief zal krijgen. De Commissie merkt hierover op dat deze inmiddels aan belanghebbende zijn verstuurd. Er zijn namelijk door UHT op 20 juli 2022 twee besluiten aan belanghebbende verstuurd, waarbij in elk van deze brieven onder letter ‘n’ naar de andere brief van 20 juli 2022 wordt verwezen. Het eerste besluit van 20 juli 2022 met kenmerk UHT-DC I betreft de toekenning van een compensatiebedrag KOT voor de toeslagjaren 2008, 2009, 2010 en 2012 en het tweede besluit van 20 juli 2022 met kenmerk UHT-DHR is de definitieve toekenning van een compensatiebedrag KOT voor het toeslagjaar 2011. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Catshuisregeling

De Commissie stelt vast dat belanghebbende aanvankelijk niet in aanmerking is gekomen voor uitbetaling van het forfaitaire bedrag van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling (lichte toets). Na integrale beoordeling is belanghebbende alsnog als gedupeerde aangemerkt en is haar € 30.000 toegekend en uitbetaald. In bezwaar stelt belanghebbende dat zij daarnaast ook aanspraak heeft op € 30.000 uit hoofde van de Catshuisregeling. De Commissie volgt dit standpunt niet. Op grond van artikel 2.7 Wht kent de Belastingdienst/Toeslagen aan een aanvrager die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel ambtshalve eenmalig een forfaitair bedrag van € 30.000 toe. Dit bedrag wordt verminderd met bedragen die de aanvrager reeds op grond van een herstelmaatregel heeft ontvangen. Indien deze vermindering tot nihil leidt, vindt geen (verdere) toekenning plaats. Belanghebbende is met de bestreden besluiten aangemerkt als gedupeerde. Om die reden heeft hij recht op een vergoeding van minimaal
€ 30.000. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de volledige compensatie die aan belanghebbende is toegekend. De Wht biedt geen grondslag voor een aanvullende aanspraak op nogmaals € 30.000 enkel omdat dit bedrag niet in het kader van de lichte toets, maar pas na integrale beoordeling is toegekend. Het wettelijk stelsel beoogt juist dubbele uitbetaling te voorkomen. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2008

Voor het toeslagjaar 2008 heeft UHT erkend dat de vergoeding voor immateriële schade (component n) en de aanvullende vergoeding van 1% (component p) onjuist zijn berekend. De Commissie adviseert UHT deze componenten te corrigeren in de beslissing op bezwaar. Het bezwaar is op dit punt gegrond. Ten aanzien van de rentevergoeding voor gemiste kinderopvangtoeslag (component o) heeft UHT vastgesteld dat weliswaar de berekening onjuist is, maar dat dit in het voordeel van belanghebbende uitpakt. De Commissie overweegt dat belanghebbende door het indienen van bezwaar niet in een slechtere positie mag worden gebracht en adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren en het bestreden besluit op dit onderdeel in stand te laten.

Toeslagjaar 2009

Ook voor het toeslagjaar 2009 heeft UHT erkend dat de vergoeding voor immateriële schade (component n) en de aanvullende vergoeding van 1% (component p) eveneens onjuist zijn berekend. De Commissie adviseert UHT de compensatieberekening op deze onderdelen aan te passen. Het bezwaar is in zoverre gegrond. Ten aanzien van component o (rentevergoeding gemiste KOT) geldt dat de onjuistheid van de berekening in het voordeel van belanghebbende uitvalt. De Commissie adviseert UHT daarom het bestreden besluit op dit punt in stand te laten en het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2010

Ook voor het toeslagjaar 2010 heeft UHT erkend dat onderdelen n (immateriële schade), p (aanvullende vergoeding van 1%) en f (het verschil met de laatst vastgestelde beschikking kinderopvangtoeslag) verkeerd zijn berekend. De Commissie adviseert UHT deze componenten te corrigeren in de beslissing op bezwaar, overeenkomstig de schriftelijke beschouwing, waarbij voor component f wordt verwezen naar de beschikking van 19 mei 2015 (productie 34). Het bezwaar is op deze onderdelen gegrond.

Voor component o (rentevergoeding gemiste KOT) geldt dat de fout in de berekening in het voordeel van belanghebbende is. De Commissie adviseert het bestreden besluit op dit punt in stand te laten en het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2011

Ten aanzien van het toeslagjaar 2011 heeft belanghebbende gesteld dat de compensatieberekening onjuist is. Voor de componenten a tot en met g heeft UHT de berekening getoetst en geconcludeerd dat deze juist is. De Commissie stelt vast dat de gehanteerde bedragen aansluiten bij de relevante beschikkingen en het betaal- en verrekenoverzicht over 2011 en komt niet tot een ander oordeel. Het bezwaar is op dit punt ongegrond. UHT heeft echter erkend dat de rentevergoeding voor gemiste kinderopvangtoeslag (component o) onjuist is berekend. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel te corrigeren in de beslissing op bezwaar, overeenkomstig de renteberekening opgenomen in productie 56 van het bezwaardossier. Het bezwaar is op dit onderdeel gegrond.

Toeslagjaar 2012

Voor het toeslagjaar 2012 heeft UHT erkend dat de vergoeding voor immateriële schade (component n) en de aanvullende vergoeding van 1% (component p) onjuist zijn berekend. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren en deze componenten in de beslissing op bezwaar te corrigeren. Ten aanzien van component o (rentevergoeding gemiste KOT) geldt dat de berekeningsfout in het voordeel van belanghebbende uitvalt. De Commissie adviseert het bestreden besluit op dit punt in stand te laten en het bezwaar ongegrond te verklaren. Belanghebbende heeft daarnaast bezwaar gemaakt tegen de in mindering gebrachte post wegens niet terugbetaalde of verrekende kinderopvangtoeslag (component g). De Commissie overweegt dat deze correctie op grond van artikel 2.3 lid 1 Wht juist is toegepast en acht de berekening correct. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ten aanzien van dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Proceskosten

Omdat het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van één procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

De Commissie adviseert om het bezwaar gegrond te verklaren. Ook adviseert de Commissie om belanghebbende een forfaitaire vergoeding toe te kennen, op basis van één procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter