BAC 2025-15675
Publicatiedatum 04-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 29 april 2024 (UHT-DCHO)
Hoorzitting: 29 september 2025 om 10:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 6 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 29 april 2024 (UHT-DCHO). Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 25.915,- voor de jaren 2010 en 2011 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 16 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2011.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 19 maart 2024 (UHT-VCH) aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 8 april 2024 aan de dienst Toeslagen toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de dienst Toeslagen zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2009.
- UHT heeft bij het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHO aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 25.915,- voor de jaren 2010 en 2011 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2009.
- Gemachtigde heeft bij brief van 5 juni 2024, ingekomen op 5 juni 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 5 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 29 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie na de hoorzitting verzocht, op 20 oktober 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 4 november 2025 op gereageerd. Aansluitend heeft de Commissie UHT opnieuw verzocht om een nadere schriftelijke reactie. UHT heeft hier geen gevolg aan gegeven.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2010 en 2011 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2006 tot en met 2009 af te wijzen.
Geen vooringenomen handelen of hardheid
Voor toeslagjaar 2006 geldt dat er geen neerwaartse correcties zijn gedaan en dat er geen KOT is teruggevorderd door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). De toegewezen KOT is uiteindelijk naar boven bijgesteld aan de hand van door belanghebbende opgegeven opvanguren.
Uit de stukken in het dossier maakt de Commissie op dat de verlagingen van de KOT voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2009 zijn gebaseerd op door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen en toegezonden jaaropgaven, inkomenswijzigingen en/of op de kinderopvanggegevens. Er zijn geen aanwijzingen dat die gegevens onjuist of onvolledig zijn.
In toeslagjaar 2007 is de toegewezen KOT eerst verhoogd op basis van door belanghebbende doorgegeven informatie. Vervolgens is de KOT verlaagd omdat belanghebbende het aantal afgenomen opvanguren verlaagde. Het definitieve KOT-bedrag is uiteindelijk gebaseerd op de door belanghebbende zelf doorgegeven informatie en de door haar ingestuurde jaaroverzichten.
In toeslagjaren 2008 is de toegewezen KOT eerst verhoogd op basis van door belanghebbende doorgegeven informatie. Daarna is de KOT stopgezet op verzoek van belanghebbende en het toegekende bedrag als gevolg hiervan weer verlaagd.
Voor toeslagjaar 2009 geldt dat de KOT automatisch is voortgezet en door belanghebbende per 1 januari 2009 is stopgezet. Het definitieve KOT-bedrag is nihil vanwege deze stopzetting.
B/T heeft de wettelijke taak om te controleren of de KOT voorschotten in een gegeven toeslagjaar terecht zijn uitgekeerd en, zo niet, om eventueel te veel uitgekeerde bedragen terug te vorderen. B/T mag daarbij vertrouwen op bijvoorbeeld de inkomensgegevens van ouders die in het systeem van de belastingdienst zijn verwerkt en de gegevens die ouders en kinderopvanginstellingen verstrekken.
De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2009 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen KOT waren gelegen in een te hoog voorschot dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in dit geval anders te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Compensatieberekening
De juistheid van de compensatieberekening is niet door belanghebbende betwist. Desalniettemin heeft UHT de berekening ambtshalve nagekeken en daarbij enkele fouten ontdekt. Zo blijkt uit de schriftelijke reactie van UHT dat zij voor de einddatum van de berekening van component n, de immateriële schadevergoeding, ten onrechte zijn uitgegaan van een latere datum dan de wet voorschrijft. Nu dit in het voordeel van belanghebbende uitvalt, adviseert de Commissie om dit niet ten nadele van belanghebbende aan te passen.
Uit de schriftelijke reactie van UHT blijkt dat ook bij de berekening van component o, de gemiste toeslagrente, voor toeslagjaren 2010 en 2011 is uitgegaan van een verkeerde einddatum. De correcte data en de daarop gebaseerde renteberekeningen zijn door UHT vermeld bij haar schriftelijke reactie. Uit deze (aangepaste) berekeningen volgt dat belanghebbende voor beide toeslagjaren meer rente heeft ontvangen dan wettelijk gezien vereist.
In verband met het verbod op verandering naar een slechtere positie op grond van artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de compensatieberekening niet aangepast aangezien dit in het nadeel zou zijn van belanghebbende.
Nu de door UHT gemaakte fouten in het voordeel van belanghebbende zijn, adviseert de Commissie om de gemaakte berekening niet aan te passen en om ook dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
De Commissie wijst nog op het volgende. Door een communicatiestoornis bij UHT heeft de hoorzitting buiten aanwezigheid van een vertegenwoordiger van UHT plaatsgevonden. Na deze zitting zijn vanwege de Commissie nadere (feitelijke) vragen aan UHT aan UHT gesteld (o.a. bij mailbericht van 20 november 2025) welke onbeantwoord zijn gebleven. De Commissie is van oordeel dat ook zonder de beantwoording daarvan advies kon worden uitgebracht en gaat ervan uit dat UHT in de beslissing op bezwaar alsnog zorg draagt daarvoor.
Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert UHT om het hierop betrekking hebbende verzoek af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter