Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16594

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 27 december 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: niet gehouden

Overdracht advies aan UHT: 8 juni 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit). Belanghebbende wordt thans bijgestaan door gemachtigde).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2011 tot en met 2016.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 februari 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011 tot en met 2016.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 29 augustus 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2011 tot en met 2016.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 3 januari 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 24 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft op 1 juni 2026 te kennen gegeven dat belanghebbende ervan afziet te worden gehoord op het bezwaarschrift. De Commissie ziet daarom gelet op artikel 7:3 onder c van de Algemene wet bestuursrecht af van het horen van belanghebbende.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Motivering bestreden besluit / zorgvuldigheid / volledig dossier
Belanghebbende voert aan, samengevat weergegeven, dat het bestreden besluit onvoldoende isgemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Belanghebbende verzoekt daarnaast om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling van belanghebbende dat de motivering van het bestreden besluit onvolledig moet worden geacht of dat de voorbereiding daarvan onzorgvuldig is geweest.
De Commissie constateert dat UHT in bezwaar een schriftelijke beschouwing heeft ingediend, waarin UHT een aanvullende uitgebreide uitleg heeft gegeven met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, overzichten van het Landelijk Incassocentrum (LIC) en overige producties. Naar het oordeel van de Commissie is het bestreden besluit hierdoor thans in ieder geval voorzien van een kenbare motivering.

Voorts overweegt de Commissie dat de schriftelijke beschouwing en het ouderdossier op 3 maart 2026 aan gemachtigde zijn gezonden. Gemachtigde en belanghebbende hebben hierdoor kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken en zij hebben de gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit de stellingname van belanghebbende volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde ouderdossier nog stukken zouden ontbreken die van belang zijn voor het door UHT genomen besluit.
Van enige schending van het bepaalde bij artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dan ook niet gebleken. De door belanghebbende in dit verband ontwikkelde bezwaren kunnen dus niet tot het door haar gewenste doel leiden.

Afwijzing compensatie
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

De Commissie stelt vast dat KOT van belanghebbende over de jaren 2012 en 2013 niet verlaagd of teruggevorderd is. De terugvordering van de KOT over de jaren 2014 en 2015 was het gevolg van de stopzetting van de KOT die door of namens belanghebbende was doorgegeven (productie 2800002). In de beoordeelde jaren 2011 en 2016 was geen sprake van een KOT-aanvraag en/of KOT-beschikkingen.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden dat de Belasting-dienst/Toeslagen bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT van belanghebbende vooringenomen heeft gehandeld.

Van omstandigheden die recht geven op een compensatie op grond van hardheid of een O/GS-tegemoetkoming is naar het oordeel van de Commissie evenmin gebleken.

De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter