BAC 2023-12563
Publicatiedatum 04-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van blanghebbende
Primair besluit: 21 maart 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 8 mei 2026 om 13:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 22 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit kinderopvangtoeslag van 21 maart 2023 met kenmerk UHT-DCH (hierna: het bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 108.770 voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2010, 2012 en 2013 en geen compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2006.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 4 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2008 tot en met 2010. Na overleg tussen UHT en belanghebbende heeft de herbeoordeling zich uitgestrekt over de toeslagjaren 2006 tot en met 2010, 2012 en 2013.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 26 januari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor het toeslagjaar 2006.
- UHT heeft bij het bestreden besluit een compensatie toegekend voor een bedrag van € 108.770 voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2010, 2012 en 2013 en geen compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2006.
- Gemachtigde heeft bij brief van 15 maart 2023 tegen dit besluit een bezwaar-schrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief 12 juni 2024 het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 21 juni 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 8 mei 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Ter zitting heeft gemachtigde verklaard dat er geen bezwaren bestaan tegen de beslissing van UHT om compensatie over het toeslagjaar 2006 af te wijzen. Evenmin bestaan bezwaren tegen de aangepaste compensatieberekening over de toeslagjaren 2007 tot en met 2010 en 2012 en 2013 zoals toegelicht door UHT in de schriftelijke beschouwing van 21 juni 2024.
Partijen zijn vervolgens ter zitting overeengekomen dat UHT, overeenkomstig hetgeen in de beschouwing is uiteengezet, de rentevergoeding over gemiste KOT (component o) over de toeslagjaren 2007, 2008, 2009, 2010 en 2012 zal verhogen naar de in de “bijlage compensatieberekening” genoemde bedragen en de rentevergoeding over het toeslagjaar 2013 in stand zal laten. Daarnaast heeft UHT toegezegd de einddatum van de vergoeding van immateriële schade (component n) vast te stellen op de datum van de beslissing op bezwaar en de aanvullende vergoeding (component p) opnieuw te berekenen. Voorts heeft UHT toegezegd een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen. Ter zitting is afgesproken dat de Commissie niet tot advisering zal overgaan, dat UHT binnen enkele weken uitvoering zal geven aan voornoemde afspraken en dat gemachtigde het bezwaar zal intrekken nadat belanghebbende de uit deze afspraken voortvloeiende betalingen heeft ontvangen.
De Commissie ziet geen aanleiding om hetgeen partijen ter zitting zijn overeengekomen onjuist te achten. Uit nadere correspondentie is evenwel gebleken dat hetgeen ter zitting is afgesproken, mede inhoudende dat de Commissie niet tot advisering zal overgaan om “administratief-technische” redenen bij UHT niet mogelijk is. De Commissie adviseert UHT daarom om bij de beslissing op bezwaar de hiervoor genoemde toezeggingen gestand te doen.
De Commissie adviseert UHT dan ook het bezwaar gegrond te verklaren en het bestreden besluit in zoverre te herroepen.
Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand
Nu de Commissie het bezwaar tegen het bestreden besluit gegrond acht en adviseert om het besluit te herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belang-hebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (indienen van het bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegings-factor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie UHT als volgt:
- het bezwaar tegen het besluit van 21 maart 2023 met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen op de hierboven aangegeven wijze en de, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum van de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zoverre te herroepen;
- een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee met het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter