BAC 2025-16722
Publicatiedatum 04-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 15 augustus 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 9 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 21 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag van 15 augustus 2024 (hierna: het bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005, 2014 en 2015.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 6 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2016 tot en met 2019.
In overleg met belanghebbende is het verzoek gewijzigd naar de jaren 2005, 2014 en 2015. - UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op een vergoeding voor de jaren 2005, 2014 en 2015.
- Gemachtigde heeft bij brief van 24 september 2024, ingekomen op
26 september 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend. - Gemachtigde heeft bij brief van 19 december 2024, ingekomen op 30 december 2024, het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 31 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 9 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 10 april 2026 per e-mail het ouderdossier aan gemachtigde gestuurd. Gemachtigde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hierop te reageren.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over de toeslagjaren 2005, 2014 en 2015 af te wijzen.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Vooringenomenheid, hardheid en O/GS
Belanghebbende acht vooringenomenheid dan wel hardheid aanwezig over
de toeslagjaren 2005, 2014 en 2015 en stelt dat zij ten onrechte niet is gecompenseerd over deze toeslagjaren.
Toeslagjaar 2005
Op 17 januari 2005 werd de KOT vastgesteld op € 1.800.
In dit toeslagjaar is er sprake van twee correcties van de KOT:
- een verlaging van € 1.800 naar € 629 op 15 augustus 2005;
- een verhoging van € 629 naar € 712 op 15 januari 2006.
Vooringenomenheid
Voor het toeslagjaar 2005 geldt dat, als de B/T handmatig een mutatie heeft doorgevoerd, hiervan een samenvatting in de vorm van een behandelstap vindbaar moet zijn in het WKO-bestand (en voor de jaren 2006-2011 in het RKT-bestand). Bij het ontbreken van een dergelijke behandelstap wordt door B/T aangenomen dat een verlaging door de ouder is geïnitieerd of een automatische aanpassing is geweest naar aanleiding van gewijzigde gegevens, zoals de vaststelling van het toetsingsinkomen.
Op 15 augustus 2005 is de KOT verlaagd naar € 629. Uit het WKO-bestand van 2005 blijkt geen behandelstap die wijst op een verlaging die door de B/T is geïnitieerd (productie 1205004).
UHT heeft ter zitting toegelicht dat deze verlaging verband houdt met het toevoegen van een toeslagpartner, waardoor het toetsingsinkomen is verhoogd.
In de betreffende periode stond belanghebbende ingeschreven op het adres van haar zus. Op grond van de AWIR wordt in een dergelijke situatie de persoon bij wie belanghebbende staat ingeschreven als toeslagpartner aangemerkt. Belanghebbende had aanvankelijk een toetsingsinkomen van € 12.540.
De toeslagpartner had een toetsingsinkomen van € 24.501. De bijstelling van het toetsingsinkomen vanwege het inkomen van de toeslagpartner door UHT is in overeenstemming met de wet uitgevoerd.
Hardheid
Een voorwaarde voor de hardheidsregeling is dat er een terugvordering of een verlaging van de KOT van € 1.500 of meer is. Dat is in dit toeslagjaar niet het geval.
O/GS
Over toeslagjaar is geen sprake geweest van een kwalificatie opzet/grove schuld (productie 1300001). Belanghebbende heeft daarom geen recht op compensatie op basis van O/GS voor het toeslagjaar 2005.
Concluderend is de Commissie van opvatting dat, bij gebrek aan in een andere richting wijzende gegevens, niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende over het toeslagjaar 2005 aanspraak kan maken op compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2014
In dit toeslagjaar is er sprake van één correctie van de KOT. Op 4 november 2016 werd de KOT nihil gesteld (productie 1214007).
Vooringenomenheid
Op 17 mei 2016 heeft de B/T belanghebbende verzocht om aanvullende informatie omtrent haar inkomen (productie 1214004). Op 6 juli 2016 heeft B/T belanghebbende opnieuw een vraagbrief gestuurd (productie 1214005).
Omdat een reactie van belanghebbende uitbleef is de KOT stopgezet en op nihil vastgesteld. Volgens UHT is daarmee voldoende gelegenheid geboden aan belanghebbende om te reageren.
Hardheid
Er is sprake van een terugvordering of een verlaging van de KOT van € 1.500 of meer. De KOT was aan belanghebbende uitbetaald (productie 2800001). Er was geen sprake van een kleine formele tekortkoming, het slechts betalen van een deel van de opvangkosten, fraude door een derde of andere bijzondere omstandig-heden. Daarnaast was de terugvordering evenredig. Daarom is er geen sprake op recht op compensatie op grond van de hardheidsregeling.
O/GS
Over toeslagjaar is geen sprake geweest van een kwalificatie opzet/grove schuld (productie 1300001). Belanghebbende heeft daarom geen recht op compensatie op basis van O/GS voor het toeslagjaar 2014.
Concluderend is de Commissie van opvatting dat, bij gebrek aan in een andere richting wijzende gegevens, niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende over het toeslagjaar 2014 aanspraak kan maken op compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2015
In dit toeslagjaar is er sprake van twee neerwaartse correcties van de KOT:
1. een verlaging van € 16.724 naar € 8.587 op 21 augustus 2015;
2. een verlaging van € 9.050 naar € 3.312 op 28 april 2017.
Vooringenomenheid
De eerste neerwaartse correctie volgt uit de beschikking van 21 augustus 2015 waarin de KOT op € 8.587 werd vastgesteld (productie 1215004). Dit is het gevolg van een door belanghebbende doorgegeven stopzetting per 30 juni 2015.
Dit betreft een reguliere wijziging, namelijk het bereiken van de leeftijd van vier jaar.
De tweede verlaging volgt uit de beschikking van 28 april 2017 waarin de KOT werd vastgesteld op € 3.312 (productie 1215014). Dit is gevolg van de verkregen gegevens van de kinderopvanginstelling. Uit deze gegevens bleek dat belang-hebbende minder kosten had (productie 1215017). Dit betreft een reguliere wijziging. Deze bijstelling is in overeenstemming met de wet uitgevoerd.
Hardheid
Er is sprake van een terugvordering of een verlaging van de KOT van € 1.500 of meer. De KOT was aan belanghebbende uitbetaald (productie 2800001). Er was geen sprake van een kleine formele tekortkoming, het slechts betalen van een deel van de opvangkosten, fraude door een derde of andere bijzondere omstandig-heden. Daarnaast was de terugvordering evenredig. Daarom is er geen sprake op recht op compensatie op grond van de hardheidsregeling.
O/GS
Over toeslagjaar is geen sprake geweest van een kwalificatie opzet/grove schuld (productie 1300001). Belanghebbende heeft daarom geen recht op compensatie op basis van O/GS voor het toeslagjaar 2015.
Concluderend is de Commissie van opvatting dat, bij gebrek aan in een andere richting wijzende gegevens, niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende over het toeslagjaar 2015 aanspraak kan maken op compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven, adviseert de Commissie om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter