Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16123

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 augustus 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 26 januari 2026 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT:19 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een vergoeding voor proceskosten toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, hierna het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €32.775,- voor de jaren 2007 en januari t/m oktober 2008 en geen compensatie toegekend voor de maanden november en december 2008 en het jaar 2009.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 14 oktober 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2007. In overleg zijn de jaren 2008 en 2009 eveneens herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij besluit van 17 november 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHO aan belang-hebbende geen compensatie toegekend voor de maanden november en december 2008 en het jaar 2009.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €32.706,-.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHO aan belang-hebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €32.775,- voor het jaar 2007 en de maanden januari t/m oktober 2008.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 28 oktober 2024, ingekomen op 29 oktober 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 23 januari 2025, ingekomen op 23 januari 2025, het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 26 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift en deze reactie op 26 januari 2026 aangevuld.
  • Op 26 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 17 februari 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 10 maart 2026 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is geacht.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie het jaar 2007 en de maanden januari t/m oktober 2008 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de maanden november en december 2008 en het jaar 2009 af te wijzen.

Schending van het motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De Commissie stelt vast dat het bestreden besluit onjuist is gemotiveerd. Dit dient bij de beslissing op bezwaar te worden hersteld. Zoals uit de hiernavolgende overwegingen blijkt, kan het besluit niet in stand blijven, omdat in november en december 2008 en januari en februari 2009 vooringenomen is gehandeld door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).

De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren.

Geen schending van het beginsel van Equality of Arms
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In zijn ogen wordt hij in zijn procesbelang geschaad, omdat hij niet over het bezwaardossier beschikt.

De Commissie overweegt hierover het volgende. De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke reactie met de bijbehorende producties, waaronder ook de “Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen”,
is op 24 september 2025 aan gemachtigde van belanghebbende toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Niet herbeoordeelde toeslagjaren
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat niet alle toeslagjaren in de herbeoordeling zijn betrokken. De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende uitsluitend betrekking had op toeslagjaar 2007. De persoonlijk zaakbehandelaar van UHT heeft dit verzoek na een gesprek met belanghebbende uitgebreid met de toeslagjaren 2008 en 2009. Tegen deze achtergrond kan niet worden geconcludeerd dat UHT heeft nagelaten meerdere toeslagjaren in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden het bestreden besluit dient te worden herroepen.

Nu het oorspronkelijke verzoek en het bestreden besluit de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen, ziet de Commissie geen ruimte om meerdere toeslagjaren alsnog in haar advisering te betrekken. Bovendien volgt uit het SAS-rapport (pagina 102 van het bezwaardossier) dat belanghebbende uitsluitend in de toeslagjaren 2007 tot en met 2009 KOT heeft aangevraagd.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Afgewezen maanden (november 2008 t/m februari 2009)
Bij het bestreden besluit heeft UHT geoordeeld dat belanghebbende over november en december 2008 en 2009 geen recht heeft op compensatie wegens vooringenomen handelen, de hardheid van het stelsel of een onterechte opzet/grove-schuldkwalificatie (hierna: O/GS-kwalificatie).

De Commissie constateert dat in 2008 en begin 2009 vooringenomen is gehandeld, omdat de KOT in die toeslagjaren op nihil is gesteld naar aanleiding van een fraudeonderzoek met betrekking tot het gastouderbureau (hierna: GOB), zonder voorafgaande uitvraag bij belanghebbende. UHT stelt zich evenwel op het standpunt dat over november en december 2008 en 2009 evident geen recht op KOT bestond, omdat het GOB vanaf 20 oktober 2008 niet langer geregistreerd stond in de gemeente Gorinchem en niet is gebleken dat het GOB in Hoogeveen de activiteiten van het GOB in Gorinchem vanaf die datum had overgenomen.

Belanghebbende is door zowel het GOB in Gorinchem als het GOB in Hoogeveen meegedeeld dat het om hetzelfde gastouderbureau ging. Het GOB in Gorinchem heeft aan belanghebbende medegedeeld dat zij na 20 oktober 2008 nog steeds geregistreerd stond, zij het in Hoogeveen. Voor een leek was het daarom aannemelijk dat het om één en hetzelfde GOB ging, nu de naam ongewijzigd was gebleven en de feitelijke betrokkenen niet waren veranderd. De onderzoeksplicht van een ouder strekt niet zover dat moet worden nagegaan of de activiteiten van het ene GOB formeel juist door het andere GOB zijn overgenomen.

Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat het vervallen van de registratie een ernstige onregelmatigheid vormt die aan belanghebbende kan worden toegerekend. Daarom is in zowel 2008 als 2009 vooringenomen gehandeld, zodat compensatie moet worden toegekend.

In het bezwaarschrift van 23 juni 2009 (ontvangen op 30 juni 2009) stelt belanghebbende dat zij in de periode van november 2008 tot en met februari 2009 gebruik heeft gemaakt van opvang via het GOB in Hoogeveen. Aannemelijk is dat belanghebbende in die periode daadwerkelijk gebruikmaakte van opvang via het GOB in Hoogeveen.

Anders dan UHT oordeelt de Commissie dat op grond hiervan over de periode november 2008 tot en met februari 2009 wel recht op KOT bestond en dat over die periode aanspraak bestaat op compensatie wegens vooringenomen handelen.

De overige maanden van 2009 kunnen hier, gelet op de bezwaren, buiten beschouwing blijven.

De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren.

Compensatieberekening
De Commissie stelt vast dat UHT in de schriftelijke reactie van 26 mei 2025 per toeslagjaar en per component heeft toegelicht of de in het bestreden besluit gehanteerde bedragen juist zijn. Daarbij is gebleken dat in de toeslagjaren 2007 en 2008 meerdere componenten onjuist zijn berekend. Omdat correctie van deze fouten nadelig zou uitpakken voor belanghebbende, blijven de bedragen ongewijzigd, met dien verstande dat UHT deze wel binnen hetzelfde toeslagjaar kan verrekenen.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie gedeeltelijk gegrond is adviseert de Commissie UHT de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (indienen van een bezwaarschrift en bijwonen van de hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • het bezwaar deels gegrond te verklaren en het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHO te herroepen;
  • belanghebbende compensatie wegens vooringenomen handelen in toeslagjaren november en december 2008 en januari en februari 2009 toe te kennen;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen  

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter