BAC 2025-16385
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 27 februari 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 2 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 19 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2007 tot en met 2010 (hierna: het bestreden besluit).
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 1 oktober 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2011. Blijkens het SAS-rapport is er echter slechts in de jaren 2007 tot en met 2010 KOT aangevraagd. De beoordeling van het verzoek van belanghebbende is dan ook beperkt tot de jaren 2007 tot en met 2010.
- UHT heeft bij besluit van 16 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 februari 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2007 tot en met 2010.
- Gemachtigde heeft bij brief van 17 april 2024, ingekomen op 17 april 2024, tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
- UHT heeft op een onbekende datum schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 2 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 10 maart 2026 en 16 maart 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 24 maart 2026 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie deze gebreken herstellen met inachtneming van hetgeen daarover in haar beschouwing is overwogen.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Afgewezen toeslagjaren
Bij het bestreden besluit heeft UHT geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2007 tot en met 2010 geen recht heeft op compensatie op basis van vooringenomen handelen, hardheid van het stelsel of een onterechte opzet/grove schuld-kwalificatie (hierna: O/GS-kwalificatie). Volgens belanghebbende is de compensatie over deze jaren ten onrechte afgewezen.
Uit het dossier leidt de Commissie af dat de verlagingen over deze jaren zijn gebaseerd op reguliere wijzigingen, zoals een door belanghebbende ingestuurde jaaropgave, door belanghebbende doorgegeven wijzigingen, een hoger toetsingsinkomen en stopzettingen door belanghebbende.
De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) mocht uitgaan van de verstrekte informatie en de wijzigingen doorvoeren. Dergelijke wijzigingen geven in beginsel geen recht op compensatie op grond van de Wht. De Commissie overweegt dat, gelet op het voorgaande, niet aannemelijk is geworden dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2007 tot en met 2010 vooringenomen heeft gehandeld.
Evenmin is de Commissie gebleken van hardheid van het stelsel. Hoewel verlagingen hebben plaatsgevonden die boven het drempelbedrag van € 1.500 uitkomen, hebben zich geen bijzondere omstandigheden voorgedaan.
Tot slot is geen O/GS-kwalificatie ten onrechte toegepast over deze jaren.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om ten aanzien van belanghebbende tot een ander oordeel te komen.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Verzoek om stukken met betrekking tot afgewezen O/GS-tegemoetkoming
Met betrekking tot het verzoek om de overige documenten inzake het O/GS-onderzoek overweegt de Commissie als volgt. Gelet op de op 10 maart 2026 aangenomen motie van het lid Ergin (Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 36 708, nr. 68) dient UHT standaard en actief inzage te verstrekken in alle stukken die aan de O/GS-kwalificatie ten grondslag liggen. Indien de beoordeling van UHT (mede) berust op de vaststelling dat geen informatie over belanghebbende beschikbaar is in een geraadpleegde gegevensbron, dient UHT die vaststelling te onderbouwen, bijvoorbeeld met een schermafbeelding van de resultaten en de geraadpleegde systemen. De Commissie verwijst in dit verband naar de uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 6 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1545.
Aan UHT wordt geadviseerd om voorafgaand aan het besluit op bezwaar, met inachtneming van het voorgaande, inzage te verstrekken in alle stukken die aan de O/GS-kwalificatie ten grondslag liggen en belanghebbende tevens voorafgaand aan het besluit op bezwaar in de gelegenheid te stellen daarop te reageren.
Geen proceskostenvergoeding
Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van het bij bezwaar bestreden besluit. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om:
- het bezwaar ongegrond te verklaren;
- het bestreden besluit niet te herroepen en
- geen procesvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter