BAC 2023-14816
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 26 oktober 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 30 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 19 mei 2026
Samenvatting
De Commissie adviseert om het bezwaar tegen het besluit met het kenmerk UHT-DCH ongegrond te verklaren en aan belanghebbende geen proceskosten-vergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 63.129,- voor de jaren 2008 en 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 22 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2011. Nadien is dit verzoek in overleg met belanghebbende beperkt tot de jaren 2008 en 2009.
- UHT heeft bij beschikking van 30 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat hij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 63.037,-.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 63.129,-.
- Gemachtigde heeft bij brief van 30 november 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 17 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft bij brief van 29 januari 2026 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 17 april 2026 een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 30 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Compleetheid dossier
Belanghebbende stelt dat het bezwaardossier onvolledig is. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 29 januari 2026 toegezonden.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2009: component a
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat over het toeslagjaar 2009 ten onrechte een bedrag van € 21.101 is opgenomen onder component a van de compensatieberekening. Dit bedrag zou € 25.321 moeten zijn. Daarmee zijn volgens belanghebbende ook de bedragen onder componenten c, e en h niet juist.
Op grond van artikel 2.2 onderdeel a en artikel 2.3 lid 1 van de Wht wordt component a vastgesteld op het bedrag dat als een direct gevolg van een vooringenomen handeling/hardheid niet is toegekend of is teruggevorderd, vermeerderd met de in rekening gebrachte toeslagrente. Gelet hierop volgt de Commissie UHT in haar standpunt dat uit moet worden gegaan van de beschikking van 26 mei 2009, waarin de KOT over het toeslagjaar 2009 is vastgesteld op een bedrag van € 25.321, welk bedrag ook door belanghebbende als juist wordt opgemerkt. Dit is namelijk de laatste beschikking voorafgaand aan de stopzetting door belanghebbende per 1 november 2009. Deze stopzetting moet aan belanghebbende worden toegerekend nu deze is gedaan met gebruikmaking van zijn BSN-nummer. Als gevolg van de stopzetting is het bedrag onder a dan niet
€ 25.321, maar € 21.101. Dit verschil is het gevolg van het feit dat in het toeslagjaar 2009 gedurende tien maanden (van januari tot en met oktober) kinderopvang is genoten, en niet gedurende het gehele kalenderjaar. Het bedrag onder sub a is daarom herberekend naar rato van deze periode, hetgeen resulteert in € 21.101.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om op dit punt ten aanzien van belanghebbende anders te oordelen en adviseert UHT derhalve dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Herbeoordeling toeslagjaren 2007, 2010, 2011, 2012 en 2013
Belanghebbende stelt dat onduidelijk is waarom de toeslagjaren 2007, 2010, 2011, 2012 en 2013 niet zijn meegenomen in de herbeoordeling. In zijn ogen had dit moeten gebeuren, omdat over deze toeslagjaren ook bedragen zijn terugbetaald aan de Belastingdienst. Uitgangspunt is dat een verzoek om herbeoordeling als hier aan de orde betrekking heeft op alle jaren voorafgaand aan 2020 waarin de aanvrager van compensatie KOT heeft aangevraagd, althans waarin de Dienst Toeslagen een besluit daarover heeft gegeven, tenzij de aanvrager het verzoek heeft beperkt. Of dat laatste aannemelijk is, moet blijken uit alle omstandigheden van het geval, in samenhang beoordeeld, zoals telefoonnotities, vastgelegde gesprekken en andere schriftelijke stukken.
De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende zag op de toeslagjaren 2007 tot en met 2011. De PZB heeft het verzoek vervolgens na een gesprek met belanghebbende beperkt tot de toeslagjaren 2008 en 2009, omdat alleen in deze twee jaren KOT was aangevraagd. In dat licht bezien kan niet worden geconcludeerd dat UHT nagelaten heeft de toeslagjaren 2007, 2010, 2011, 2012 en 2013 in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden het bestreden besluit moet worden herroepen. Nu het oorspronkelijke verzoek en het bestreden besluit de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen, ziet de Commissie geen mogelijkheden om dit toeslagjaar (alsnog) in haar advisering te betrekken. In de aanvullende schriftelijke beschouwing heeft UHT de toezegging gedaan om deze toeslagjaren voor te leggen bij de betreffende afdeling om als aanvullend verzoek in herbeoordeling te nemen. Nu deze werkwijze, in de opvatting van UHT, kennelijk geen beperking van rechtsmiddelen voor belanghebbende met zich meebrengt, houdt de Commissie de behandeling van het bezwaar niet aan. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Aanvullende schadevergoeding
Belanghebbende voert aan dat hij meer schade heeft geleden dan waarvoor aan hem compensatie is toegekend. Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor het vragen van aanvullende vergoeding van werkelijke schade kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden, vermeld in Home | Schadeherstel Toeslagen.
Proceskostenvergoeding
Belanghebbende heeft verzocht om een proceskostenveroordeling toe te kennen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven, adviseert de Commissie om belanghebbende geen proceskosten-vergoeding toe te kennen.
Conclusie
Gelet het vorenstaande adviseert de Commissie UHT om het bezwaar gericht tegen het besluit met kenmerk UHT-DCH ongegrond te verklaren en geen proceskosten-vergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter