Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16783

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 18 oktober 2024 met kenmerk UHT-DCHOA

Hoorzitting: 28 april 2026 om 12:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 7 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskosten-vergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De gemachtigde heeft zich nadien gesteld als de nieuwe gemachtigde. 

Aan belanghebbende is, met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht), geen compensatie toegekend voor de jaren 2013 tot en met 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 2 juni 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2013 en 2014. In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar is het verzoek uitgebreid tot de jaren 2013 tot en met 2015.
  • UHT heeft bij besluit van 8 september 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2013 tot en met 2015.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 november 2024 tegen het bestreden besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 20 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 9 april 2026 heeft de gemachtigde zich gesteld als de nieuwe gemachtigde.
  • Op 28 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van deze hoorzitting is een verslag gemaakt, dat bij het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Op de zaak betrekking hebbende stukken
Belanghebbende stelt dat zij niet beschikt over het volledige dossier. Op grond van artikel 6:17 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is het bestuurs-orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen verplicht de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de gemachtigde ter beschikking te stellen. Hieronder vallen onder meer het overzicht van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC-overzicht) over de toeslagjaren 2013 tot en met 2015 en het informatie- en beoordelingsformulier (met tijdlijn).

De Commissie stelt vast dat de gemachtigde op 12 februari 2026 in het bezit is gesteld van het ouderdossier, inclusief de beschouwing van 20 mei 2025. Gemachtigde is daarmee in het bezit gesteld van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.

Deze bezwaargrond treft, gelet op het voorgaande, geen doel.

De Commissie stelt vast dat de gemachtigde tijdens de hoorzitting heeft verklaard dat de bezwaren uitsluitend betrekking hebben op het toeslagjaar 2015 en dat zich met betrekking tot de jaren 2013 en 2014 geen onregelmatigheden hebben voorgedaan. De Commissie heeft evenmin aanleiding gezien om de beoordeling over de jaren 2013 en 2014 voor onjuist te houden.

De Commissie ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of UHT terecht en op goede gronden heeft besloten het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor het toeslagjaar 2015 af te wijzen.

Reguliere wijzigingen voor toeslagjaar 2015
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2015 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld, dan wel dat het stelsel te hard is toegepast.
De terugvordering van KOT over het toeslagjaar 2015 was gebaseerd op de vaststelling dat vanaf 1 januari 2015 geen gebruik meer werd gemaakt van kinderopvang. Hierdoor werd het eerder toegekende voorschot van € 16.043 verlaagd naar nihil. Het betreft hier dan ook een reguliere wijziging van het recht op KOT.

De Commissie is van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij tot en met maart 2015 gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Daartoe overweegt de Commissie dat uit door de dagopvang (kindercentrum (naam)) verstrekte informatie blijkt dat kinderopvang is afgenomen tot en met 30 december 2014. Deze informatie stemt overeen met de gegevens uit de KOI-viewer.

Daarnaast heeft belanghebbende tegenover de persoonlijk zaakbehandelaar verklaard dat zij destijds flinke bedragen aan B/T moest terugbetalen en in die periode ernstig depressief was. Zij liet haar brieven ongeopend en heeft toen besloten haar dochter van de opvang te halen en per januari 2015 naar België te verhuizen. Tevens heeft zij verklaard in 2015 geen gebruik meer te hebben gemaakt van kinderopvang. De Commissie acht deze verklaring in overeen-stemming met de informatie van de dagopvang en de gegevens uit de KOI-viewer.

Voorts blijkt uit het LIC-overzicht dat in totaal € 2.673 aan KOT op de rekening van belanghebbende is overgemaakt. Ter aflossing hiervan is € 769 verrekend en heeft belanghebbende daarnaast maandelijkse aflossingen verricht tot een totaalbedrag van € 270,90. De Commissie leidt uit deze aflossingen af dat belanghebbende er zelf ook van uitging dat over 2015 ten onrechte KOT was ontvangen en diende te worden terugbetaald. Het resterende bedrag van € 1.633 is overigens niet door B/T ingevorderd.

De bijstelling van de KOT is in overeenstemming met de wet uitgevoerd en geeft in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om in dit geval anders te oordelen.

Er is evenmin sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat geen aanspraak bestaat op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter