Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16361

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 16 november 2023 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: n.v.t.

Overdracht advies aan UHT: 1 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT op 16 november 2023 genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHO (hierna: bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 42.961 voor de toeslagjaren 2009, 2011 en de maanden januari tot en met juni van het toeslagjaar 2012. Voor de toeslagjaren 2012 en 2013 is een tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS) van € 2.299 toegekend. Voor het toeslagjaar 2010 is geen compensatie of tegemoetkoming toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 1 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2009 en 2011 tot en met 2013. Na overleg tussen UHT en belanghebbende zijn de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 beoordeeld.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 augustus 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is op de toeslagjaren 2010, 2013 en de maanden juli tot en met december van het toeslagjaar 2012.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 42.961 voor de toeslagjaren 2009, 2011 en de maanden januari tot en met juni van het toeslagjaar 2012. Voor de toeslagjaren 2012 en 2013 is een O/GS-tegemoetkoming van € 2.299 toegekend. Voor het toeslagjaar 2010 is geen compensatie of tegemoetkoming toegekend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 18 december 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 12 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 17 april 2026 heeft gemachtigde de Commissie verzocht advies uit te brengen op basis van de stukken. De Commissie ziet met toepassing van artikel 7:3 aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af van het horen van belanghebbende.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Persoonlijk dossier/equality of arms
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad omdat zij niet de beschikking heeft over haar persoonlijk dossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt.

De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de onderliggende stukken zijn op 22 januari 2026 aan gemachtigde toegezonden. De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het zo kán zijn dat er nu relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Inhoudelijke bezwaren
De Commissie ziet zich, uitgaande van de gronden van bezwaar en de inhoud van het bestreden besluit, gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de toeslagjaren 2009, 2011 en de maanden januari tot en met juni van het toeslagjaar 2012, alsmede de O/GS-tegemoetkoming voor de toeslagjaren 2012 en 2013 op de juiste wijze heeft berekend. Voorts zal de Commissie de vraag beantwoorden of UHT, terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie voor het toeslagjaar 2010, de maanden juli tot en met december van het toeslagjaar 2012 en het toeslagjaar 2013, af te wijzen.

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening toeslagjaren 2009, 2011 en 2012 (januari tot en met juni)
Belanghebbende stelt dat zij de compensatieberekening niet heeft kunnen controleren. Zij betwist de juistheid van de hoogte van de compensatieberekening.

De Commissie overweegt dat belanghebbende in de schriftelijke beschouwing van 12 maart 2025 een nadere toelichting heeft ontvangen op de berekening van het compensatiebedrag. Daarnaast is als bijlage bij die beschouwing een per onderdeel uitgesplitste compensatieberekening verstrekt, zodat belanghebbende de juistheid van de berekening kan verifiëren.

In de bijlage compensatieberekening heeft UHT vastgesteld dat de berekening van onderdeel i) (betaalde invorderingskosten en rente) voor het toeslagjaar 2011 onjuist was, maar in het voordeel van belanghebbende is vastgesteld. Gelet op het verbod op reformatio in peius wordt de compensatieberekening daarom in stand gelaten. Uit hetgeen van de zijde van belanghebbende is aangevoerd, is de Commissie niet kunnen blijken van onjuistheden die tot een hoger compensatie-bedrag moeten leiden.

De Commissie adviseert UHT om, overeenkomstig de gedane toezegging, de compensatieberekening in stand te laten.

Berekening immateriële schade
De Commissie heeft in de gedingstukken en in de nadere beschouwing van UHT geen aanknopingspunten kunnen vinden om te oordelen dat de immateriële schade onjuist is berekend. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beoordeling afwijzing compensatie maanden juli tot en met december van het toeslagjaar 2012 en het toeslagjaar 2013
UHT voert aan dat, hoewel sprake was van vooringenomenheid voor de maanden juli tot en met december van het toeslagjaar 2012 en het toeslagjaar 2013, sprake is van een situatie waarin belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT is in de genoemde periode geen sprake geweest van kinderopvang, omdat belanghebbende dit zelf heeft verklaard in haar ouderverhaal en omdat voor deze periode geen opvanggegevens bekend zijn in de kinderopvanginstelling-viewer. Voor het toeslagjaar 2012 heeft belanghebbende bovendien op het bij het geretourneerde antwoordformulier gevoegde opvangcontract bevestigd dat de kinderopvang per 1 juli 2012 was beëindigd.

Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1, lid 2, van de Wht, achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT.

De Commissie stelt vast dat belanghebbende in het ouderverhaal heeft verklaard dat zij medio 2012 wegens ziekte is uitgevallen. Voor het toeslagjaar 2012 heeft belanghebbende via het bij het geretourneerde antwoordformulier gevoegde opvangcontract, bevestigd dat de opvang per 1 juli 2012 was beëindigd. Zij heeft voorts verklaard dat in het jaar 2013 geen sprake was van kinderopvang. Tevens zijn in de kinderopvanginstelling-viewer geen opvanggegevens vermeld over deze periode, gelet op het voorgaande, en bij gebrek aan duidelijke, in een andere richting wijzende gegevens, is het niet aannemelijk geworden dat belanghebbende in de maanden juli tot en met december van het toeslagjaar 2012 en het toeslagjaar 2013 geregistreerde opvang heeft genoten. De Commissie is derhalve van opvatting dat UHT zich terecht op het standpunt stelt dat sprake is van een situatie waarin belanghebbende evident geen recht had op KOT. De Commissie adviseert UHT derhalve het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Beoordeling O/GS-tegemoetkoming toeslagjaren 2012 en 2013
Belanghebbende voert aan dat zij bij gebrek aan wetenschap niet kan beoordelen of de O/GS-tegemoetkoming juist is vastgesteld.

De Commissie stelt vast dat voor de toeslagjaren 2009 en 2011 tot en met 2013 sprake was van een onterechte kwalificatie O/GS. UHT heeft naar aanleiding hiervan een tegemoetkoming toegekend op grond van artikel 2.6 van de Wht voor de maanden juli tot en met december van het toeslagjaar 2012 en het toeslagjaar 2013. Voor de toeslagjaren 2010, 2011 en de maanden januari tot en met juni van het toeslagjaar 2012 is geen O/GS-tegemoetkoming toegekend, aangezien over die periode reeds compensatie op grond van artikel 2.1, lid 1, van de Wht is verleend.

UHT heeft in de schriftelijke beschouwing, onder het kopje "O/GS", de berekening van de O/GS-tegemoetkoming voldoende toegelicht. De Commissie ziet geen aanleiding om aan de juistheid van deze berekening te twijfelen.

Automatische continuering
Belanghebbende stelt dat B/T onzorgvuldig heeft gehandeld door de KOT voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2013 automatisch te continueren.

De Commissie overweegt dat op grond van artikel 15, vijfde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen een aanvraag wordt geacht mede te zijn gedaan voor op het berekeningsjaar volgende berekeningsjaren. De Commissie overweegt verder dat belanghebbende zelf verantwoordelijk is om tijdig wijzigingen door te geven. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing, de overgelegde stukken en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand
Gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand voor deze bezwaarprocedure. Nu het bezwaar volgens de Commissie ongegrond is komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie aan UHT, de hiervoor opgeworpen vragen bevestigend beantwoordend om:

  • het bezwaar tegen het besluit van 16 november 2023 met kenmerk UHT-DCHO ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten;
  • geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter