BAC 2025-16492
Publicatiedatum 14-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 4 juli 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 26 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 24 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit beoordeling kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor het toeslagjaar 2010.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 30 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2004 tot en met 2012. In overleg met belanghebbende is de herbeoordeling beperkt tot het jaar 2010.
- UHT heeft bij beschikking van 29 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij nog niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling, en dat de Integrale Beoordeling in gang wordt gezet.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 25 juni 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het betrokken jaar geen recht bestaat op compensatie op grond van de Wht.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 4 juli 2024 met kenmerk UHT-DCHOA aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor het toeslagjaar 2010.
- Gemachtigde heeft op 13 januari 2025 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 16 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 26 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie verzocht, op 1 april 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft hier op 3 april 2026 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover er sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat in de beschouwing en het dossier met alle stukken is opgemerkt.
Toeslagjaar 2010
Belanghebbende stelt dat hij ten onrechte niet over het toeslagjaar 2010 is gecompenseerd. UHT stelt dat de neerwaartse wijziging van 9 november 2010 was gelegen in het ontbreken van een geldig LRK-nummer van de opgegeven kinderopvanginstelling. UHT stelt zich op het standpunt dat de desbetreffende neerwaartse wijziging is doorgevoerd zonder dat bij belanghebbende navraag is gedaan en dat daarmee sprake is van vooringenomen handelen jegens belanghebbende. Volgens UHT komt belanghebbende evenwel niet in aanmerking voor compensatie omdat sprake is van evident geen recht. Dit omdat belang-hebbende geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang.
De Commissie overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT deed dit zich in casu voor nu belanghebbende over het toeslagjaar 2010 geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. De Commissie kan UHT volgen in haar ingenomen standpunt. Hierbij weegt de Commissie mee dat belanghebbende geen jaaropgave of andere stukken heeft overgelegd waarmee afname van geregistreerde kinderopvang aannemelijk is gemaakt. Daarnaast is naar het oordeel van de Commissie van belang dat belanghebbende zelf heeft verklaard dat hij over het toeslagjaar 2010 geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang via een kinderdagverblijf of gastouderbureau (bladzijde 159 van het ouderdossier), en dat uit hetgeen tijdens de hoorzitting door belanghebbende is aangevoerd eveneens onvoldoende aannemelijk is geworden dat de door hem benoemde opvang voor de kinderen als geregistreerde kinderopvang kan worden aangemerkt.
Concluderend is de Commissie van opvatting dat, bij gebrek aan in andere richting wijzende gegevens, niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende over het toeslagjaar 2010 gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang.
Volgens het eigen beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. De Commissie stelt vast dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. Belanghebbende komt voor het toeslagjaar 2010 niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
FSV lijst
Uit de voorhanden zijnde stukken blijkt dat de persoonsgegevens van belanghebbende in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: FSV) zijn opgenomen. Ter zitting en in de nadere beschouwing van UHT, die naar aanleiding van de zitting is verstuurd, is UHT desgevraagd ingegaan op de vermelding van belanghebbende in de FSV-lijst. De Commissie constateert dat UHT - die kennelijk zelf niet over toereikende bevoegdheden beschikt om hier de door belanghebbende gewenste gedetailleerde informatie te verschaffen - belanghebbende intussen heeft geïnformeerd over hoe en waar zij die informatie zelf wel kan krijgen.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven, adviseert de Commissie om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter