BAC 2023-14062
Publicatiedatum 09-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 6 juni 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 14 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 20 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
De gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 6 juni 2023 waarbij belanghebbende is meegedeeld:
- dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2014 tot en met 2019 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- Bij brief van 4 maart 2022 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, vooralsnog geen recht heeft op een betaling van € 30.000.
- Op 16 mei 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) haar oordeel kenbaar gemaakt. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat voor de toeslagjaren 2014 tot en met 2019 geen herstelregeling van toepassing is.
- Bij brief van 6 juni 2023 is het bestreden besluit genomen.
- Bij brief van 6 juli 2023 heeft gemachtigde tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
- Op 2 april 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 13 juni 2024 heeft gemachtigde aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
- Op 24 maart 2025 heeft gemachtigde per e-mailbericht aangegeven niet meer de belangen van belanghebbende te behartigen.
- Op 14 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Herbeoordeelde toeslagjaren
2014 tot en met 2016
Uit de memorie van toelichting bij de Wht volgt dat de bewijslast voor het recht op compensatie bij de aanvrager van de compensatie ligt. De Commissie stelt vast dat zich in het dossier van belanghebbende geen stukken bevinden waaruit blijkt dat een aanvraag om KOT is ingediend. In de informatiesystemen van Dienst Toeslagen zijn ook geen gegevens terug te vinden over uitbetalingen van KOT of voorschotbeschikkingen over de jaren 2014 tot en met 2016. Ook is niet gebleken dat belanghebbende voor die jaren met een daadwerkelijke correctie, stopzetting of terugvordering van de KOT geconfronteerd is geweest. Om die reden kan dus ook geen sprake zijn van schade als gevolg van het handelen van Dienst Toeslagen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wht. De Commissie adviseert daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
2017 tot en met 2019
De KOT voor 2017, 2018 en 2019 is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, bijgesteld naar aanleiding van non-response op (aanvullende) verzoeken om informatie om het recht op KOT te kunnen vaststellen. Er is dus sprake van reguliere correcties. De bijstellingen van de KOT kunnen niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen.
De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast.
De Commissie adviseert daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren ongegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2, Awb niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bestreden besluit niet te herroepen;
- het bezwaar ongegrond te verklaren;
- geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter