Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14853

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 21 juli 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: n.v.t.

Overdracht advies aan UHT: 20 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 tot en met 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 2 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2013 tot en met 2015.
    In overleg met belanghebbende zijn uiteindelijk de jaren 2009 tot en met 2015 herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij besluit van 16 december 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 10 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2015.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 1 september 2023 tegen dit bestreden besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 28 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift. • Gemachtigde heeft de Commissie per e-mail van 24 februari 2026 bericht dat      belanghebbende afziet van het recht te worden gehoord. De Commissie ziet daarom gelet op artikel 7:3 onder c van de Algemene wet bestuursrecht af van het horen van belanghebbende.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Gelet op de aangevoerde bezwaargronden ziet de Commissie zich gesteld voor de vraag of UHT op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2013 en 2014 af te wijzen.

Volgens belanghebbende is meneer ten onrechte aangemerkt als haar toeslagpartner. Omdat Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft nagelaten om te onderzoeken of sprake was van toeslagpartnerschap moest zij ten onrechte KOT terugbetalen.

De Commissie stelt voorop dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet betrekking heeft op de herziening van definitieve KOT-besluiten.

2013
In geschil is of meneer terecht als toeslagpartner van belanghebbende is aangemerkt. De Commissie beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. De wet (artikel 3, lid 2 onder e, Algemene wet inkomens-afhankelijke regelingen (Awir)) stelt dat sprake is van toeslagpartnerschap indien sprake is van inschrijving van deze partner op hetzelfde woonadres en er tevens een minderjarig kind van ten minste een van beide staat ingeschreven, tenzij met een schriftelijke huurovereenkomst blijkt dat een van beiden op zakelijke gronden een gedeelte van de woning huurt van de ander of dat beiden op zakelijke gronden een eigen gedeelte van de woning huren van een derde. Van deze uitzondering is geen sprake.

Tijdens het oudergesprek heeft belanghebbende verklaard dat zij bij meneer woonde, maar dat hij nooit haar partner is geweest. Belanghebbende huurde een kamer bij hem (producties 0200001 en 0300001). In het dossier bevinden zich geen aanwijzingen waaruit het bestaan van een schriftelijke huurovereenkomst kan worden afgeleid. De Commissie is van opvatting dat B/T daarom mocht uitgaan van de gegevens uit de systemen van B/T, waaruit volgt dat zij op het adres van meneer stond ingeschreven. Dit geldt temeer nu niet is gebleken dat bij B/T informatie bekend is die op een andere conclusie zou kunnen wijzen. B/T heeft het inkomen van zowel meneer als belanghebbende daarom terecht als gezamenlijk aangemerkt (productie 1213005).

De Commissie heeft ook geen andere aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2013 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

2014
De Commissie stelt vast dat belanghebbende, via het antwoordformulier dat zij op 30 april 2015 heeft ingestuurd, doorgeeft geen gebruik te hebben gemaakt van kinderopvang in 2014 (productie 1214007). De Commissie volgt UHT in haar standpunt dat B/T de KOT op 13 november 2015 terecht ambtshalve heeft stopgezet per 1 januari 2014 op basis van de lege KOI-viewer (producties 2800010 en 1214010). Gelet op deze informatie is de vraag of het inkomen van de toeslagpartner bij de berekening van de KOT mocht worden meegenomen niet relevant.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de conclusie dat over toeslagjaar 2014 sprake is geweest van vooringenomenheid dan wel hardheid. Belanghebbende komt daarom niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende voert aan dat UHT bij de totstandkoming van het bestreden besluit heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.

Daaromtrent overweegt de Commissie als volgt. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter