BAC 2025-16576
Publicatiedatum 09-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 2 september 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 9 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 17 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2016 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 2 januari 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2016 tot en met 2019.
- UHT heeft bij beschikking van 7 februari 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 21 augustus 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2016 tot en met 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 18 oktober 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 4 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 9 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover er sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Toeslagjaren 2016 en 2017
De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over de toeslagjaren 2016 en 2017. Belanghebbende heeft ook niet gesteld dat zij over 2016 KOT heeft moeten terugbetalen. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over deze toeslagjaren schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van de Belastingdienst /Toeslagen (hierna B/T), die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. Daarom komt belanghebbende over 2016 en 2017 niet in aanmerking voorcompensatie op grond van de Wht. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Toeslagjaren 2018 en 2019
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2018 en 2019 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
Ten aanzien van het toeslagjaar 2018 is sprake van één neerwaartse wijziging in de KOT. De neerwaartse wijziging was gelegen in een wijziging van het aantal afgenomen opvanguren en in een verhoogd toetsingsinkomen. De terugvordering in KOT was dus gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen en in verband met informatie van de kinderopvanginstelling opnieuw is berekend.
Voor wat betreft het toeslagjaar 2019 is eveneens sprake van één neerwaartse wijziging. De neerwaartse wijziging was gelegen in een verhoogd toetsingsinkomen. De terugvordering in KOT was dus gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend.
De Commissie overweegt dat de bijstellingen over de respectieve toeslagjaren conform de wet zijn uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Dat laat onverlet dat de Commissie goed begrijpt dat belanghebbende vervelende ervaringen heeft gehad met het toeslagensysteem als zodanig.
Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven, adviseert de Commissie om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter