Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16121

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 mei 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 27 maart 2026 om 10:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 16 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT op 6 mei 2024 genomen besluit compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHO (hierna: het bestreden besluit). Hierbij is aan belanghebbende met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) een compensatie toegekend voor een bedrag van € 40.114 voor de toeslagjaren 2009 en 2010.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 23 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2009 en 2010.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 40.114 voor de toeslagjaren 2009 en 2010.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 4 september 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 15 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 27 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Onvolledig dossier
Belanghebbende heeft aangevoerd dat het dossier onvolledig is. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de onderliggende stukken zijn op 15 mei 2025 aan gemachtigde toegezonden.
De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Inhoudelijke bezwaren

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening 2009 en 2010
Niet in geschil is dat de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) over de toeslagjaren 2009 en 2010 jegens belanghebbende vooringenomen heeft gehandeld. UHT heeft ter compensatie volgens de forfaitaire systematiek van de Wht € 40.114 aan belanghebbende toegekend.

UHT heeft in de schriftelijke beschouwing van 15 mei 2025 en de ‘Bijlage compensatieberekening’ uiteengezet dat de vergoeding van immateriële schade (component n) en de toeslagrente over gemiste KOT (component o) in het voordeel van belanghebbende onjuist zijn vastgesteld. UHT heeft toegezegd de daarmee gemoeide bedragen niet ten nadele van belanghebbende te zullen veranderen. Gemachtigde heeft ter zitting verklaard dat belanghebbende geen bezwaren heeft tegen de aangepaste compensatieberekening zoals toegelicht door UHT. De Commissie stelt op basis hiervan vast dat de compensatieberekening niet in geschil is. De Commissie adviseert UHT om de compensatieberekening in lijn met de gedane toezeggingen in stand te laten en adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende heeft aangevoerd dat sprake is van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder het overzicht van het Landelijk Incassocentrum (LIC-overzichten) en de overige producties - is in ieder geval thans geen sprake van strijd met het door belanghebbende genoemde zorgvuldigheidsbeginsel. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand
Aangezien de Commissie zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit dus niet te herroepen, komen de kosten van rechtsbijstand niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie UHT om:

  • het bezwaar tegen het besluit van 6 mei 2024 met kenmerk UHT-DCHO ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten;
  • geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter