Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15595

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 7 september 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 12 maart 2026

Overdracht advies aan UHT: 16 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 7 september 2023 (UHT-DCHA).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). De toeslagjaren 2008 tot en met 2019 zijn herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij voorlopige beschikking van 14 augustus 2023, met kenmerk UHTVCH A, aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op één van de drie herstelregelingen.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van
    7 september 2023, met kenmerk UHT-DCHA, aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 12 oktober 2023 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 15 oktober 2024, ingekomen op 23 oktober 2024, en bij brief van 16 december 2024 het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 6 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 12 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • UHT heeft op 23 maart 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 3 april 2026 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Zorgvuldigheid en motivering

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie de gebreken herstellen aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Registratie KOI
Belanghebbende heeft aangevoerd dat gebreken in de registratie van een kinderopvanginstelling (hierna: KOI) belanghebbende niet behoren te worden tegengeworpen.

Met UHT stelt de Commissie vast dat in het geval van belanghebbende niet is gebleken van gebreken in de registratie van de KOI waarvan belanghebbende gebruik heeft gemaakt. De Commissie adviseert UHT derhalve dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Vooringenomen handelen 2009
Belanghebbende stelt dat hij slachtoffer is geworden van een frauduleus gastouderbureau. Het feit dat Belastingdienst/Toeslagen (B/T) in toeslagjaar 2009 breed uitvroeg, terwijl belanghebbende de gevraagde stukken niet kon overleggen, duidt op vooringenomen handelen. Daarnaast is de KOT veel te laat definitief vastgesteld. UHT heeft dit betwist en aangevoerd dat de KOT in 2009 één keer is verlaagd, op basis van een hoger toetsingsinkomen. De gevraagde informatie is dus niet van invloed geweest op de hoogte van de KOT. De KOT kon pas definitief vastgesteld worden nadat de gevraagde informatie was ontvangen.

De Commissie overweegt als volgt. De KOT is in 2012 verlaagd van € 9.190 naar
€ 8.695. Dit was het gevolg van het gestegen toetsingsinkomen. Dit betreft een reguliere wijziging. De KOT is met de beschikking van 17 juli 2012 definitief vastgesteld, nadat B/T op 23 februari 2012 van belanghebbende de jaaropgave over 2009 had ontvangen. De KOT over 2009 is binnen de destijds geldende termijn van artikel 19 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen definitief vastgesteld. Op basis van het voorgaande is niet gebleken van vooringenomen handelen door B/T, dan wel hardheid van het stelsel. In de overige ter beschikking staande stukken, de tijdens de hoorzitting gebleken feiten en omstandigheden en in de schriftelijke beschouwing van UHT heeft de Commissie daar ook geen aanwijzingen voor gezien. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Herbeoordeling overige toeslagjaren
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2008 en 2010 tot en met 2019 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over deze toeslagjaren was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Belanghebbende heeft niet betwist dat hij de wijzigingen heeft doorgevoerd.

De bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.
Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskosten
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter