Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14984

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 29 augustus 2023 (UHT-DCH)

Overdracht advies aan UHT: 15 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 10.239,- voor het jaar 2007.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 20 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005, 2006 en 2008 tot en met 2011. UHT heeft alleen het jaar 2007 opnieuw beoordeeld, omdat belanghebbende alleen voor dat jaar KOT heeft aangevraagd en ontvangen.
  • UHT heeft op 5 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
    Deze reactie wordt hierna aangeduid als de beschouwing.
  • UHT heeft bij besluit van 22 juni 2023 aan belanghebbende meegedeeld dat hij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, in het kader van de Catshuisregeling.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 10.239,- voor het jaar 2007.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 5 oktober 2023, ingekomen op 9 oktober 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft op 12 maart 2026 verzocht om in deze zaak te adviseren op basis van de stukken in het dossier. De reden daarvan is dat gemachtigde al langere tijd geen contact kan krijgen met belanghebbende, ook niet naar aanleiding van de aankondiging van de hoorzitting op 16 maart 2026.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor  het jaar 2007 op de juiste wijze heeft berekend.

Op de zaak betrekking hebbende stukken
Gemachtigde heeft in het bezwaarschrift UHT verzocht om het volledige dossier toe te sturen, zodat hij nader wordt geïnformeerd en hij zich kan beraden over de gronden van het bezwaar. Op grond van artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Op 30 december 2025 zijn aan gemachtigde producties toegezonden die van belang zijn voor deze zaak. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van die stukken en ruim gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit hetgeen belanghebbende en UHT naar voren hebben gebracht blijkt niet dat er nog stukken in het dossier ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest voor het door UHT genomen besluit. Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb.
De Commissie overweegt dat, voor zover sprake is geweest van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, die gebreken zijn hersteld in de beschouwing van UHT. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2007
Gemachtigde stelt in het bezwaarschrift dat de schade zich niet tot het jaar 2007 beperkt en daardoor veel groter is dan in het bestreden besluit is berekend, maar hij heeft deze stelling niet nader onderbouwd. De Commissie merkt hierover op dat deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking heeft op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor het vragen van aanvullende vergoeding van werkelijke schade, zowel materiële als immateriële, kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden die zijn vermeld op: https://schadeherstel.toeslagen.nl/.

Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding (component n) en de rentevergoeding voor gemiste KOT (component o) voor het jaar 2007 heeft UHT vastgesteld dat de begindatum van de periode waarover de immateriële schade wordt vergoed en de einddatum van de periode waarover de rentevergoeding gemiste KOT wordt vergoed, onjuist zijn. Dit heeft echter geen gevolg voor de hoogte van de door UHT te vergoeden compensatie. De Commissie adviseert UHT daarom het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren en het bestreden besluit op dit onderdeel in stand te laten.

Geen proceskostenvergoeding
Omdat de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter