BAC 2025-15673
Publicatiedatum 02-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 7 mei 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 8 april 2026 om 13:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 14 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 tot en met 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 6 september 2021 verzocht om een herbeoordeling van KOT. UHT heeft de jaren 2009 tot en met 2011.
- UHT heeft bij besluit van 23 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 25 april 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2009 tot en met 2011 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij het bestreden besluit van 7 mei 2024 met kenmerk UHT-DCHOA aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 tot en met 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 4 juni 2024, ingekomen op dezelfde dag, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 23 april 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 8 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2009 tot en met 2011 af te wijzen.
Beoordeling afwijzing compensatie over 2009 tot en met 2011
Belanghebbende betoogt dat aan haar onterecht geen compensatie is toegekend. De KOT is altijd aan de kinderopvanginstelling (hierna: KOI) uitbetaald. Daarom is het voor belanghebbende niet aanvaardbaar dat bij haar de bedragen zijn teruggevorderd. Zij is daarom van oordeel dat zij in aanmerking komt voor de hardheidsregeling.
Met betrekking tot toeslagjaren 2009 tot en met 2011 heeft de Commissie geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen KOT waren gebaseerd op de vaststelling dat er te hoge voorschotten waren toegekend. Die voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Daarbij ging het in 2009 om een wijziging van de uren en een gewijzigd toetsingsinkomen. In 2010 ging het om de gegevens in de jaaropgave en een gewijzigd toetsingsinkomen en in 2011 ging het om een wijziging van het uurtarief, een stopzetting van de KOT en een gewijzigd toetsingsinkomen. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd.
Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie constateert dat belanghebbende in 2009 een terugvordering ter hoogte van €317,- heeft moeten betalen. In 2010 heeft een terugvordering plaatsgevonden van €67,- en in 2011 van €69,- (producties 2800002, 2800004 en 1000001). Deze bedragen voldoen niet aan de ondergrens van €1.500,- per toeslagjaar die is gesteld om in aanmerking te komen voor de hardheidsregeling. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.
Gelet op het voorgaande is de Commissie van oordeel dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor een bedrag aan compensatie op grond van vooringenomen handelen, dan wel hardheid. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding (productie 1300001). De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van het bij bezwaar bestreden besluit. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter