BAC 2025-16766
Publicatiedatum 09-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 18 juni 2024 (UHT-DCHO)
Overdracht advies aan UHT: 23 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 18 juli 2024 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 18 juni 2024 met kenmerk UHT- DCHO.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 4.020 voor toeslagjaar 2009 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2008, 2012 en 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 23 maart 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- UHT heeft bij besluit van 8 november 2022 (UHT-CHR GU) aan belanghebbende medegedeeld dat zij Kies een item.in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 4 juni 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2008, 2012 en 2013 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 17 april 2024 (UHT-VCH) aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 4.005 voor toeslagjaar 2009 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2008, 2012 en 2013.
- UHT heeft bij bestreden besluit van 18 juni 2024 (UHT-DCHO) aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 4.020 voor toeslagjaar 2009 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2008, 2012 en 2013.
- Gemachtigde heeft op 18 juli 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 30 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift
- Op 16 oktober 2025 heeft gemachtigde de Commissie verzocht de zaak op de stukken af te doen. Gemachtigde en belanghebbende zullen niet verschijnen op de op 31 maart 2026 geplande hoorzitting. Bij brief van 15 januari 2026 heeft gemachtigde de tijd gekregen om eventueel aanvullende bezwaargronden in te dienen. Van deze gelegenheid heeft gemachtigde geen gebruik gemaakt.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Geen persoonlijk dossier en/of onvolledig bezwaardossier
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat zij niet de beschikking heeft over alle benodigde informatie om het bestreden besluit te kunnen controleren. Zij heeft namelijk niet de beschikking over haar persoonlijk dossier en/of het volledige bezwaardossier.
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier en/of het volledige bezwaardossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie/beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft voor een reden waarom het persoonlijk dossier of aanvullende stukken moeten worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele mogelijkheid dat - bij onbekendheid van de stukken in dat dossier - nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Afgewezen toeslagjaren
De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T.
In het bestreden besluit, de schriftelijke beschouwing en het informatie- en beoordelingsformulier is voor alle toeslagjaren uitgebreid beschreven welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in KOT hebben plaatsgevonden. Het betreffen alle reguliere correcties die zijn gebaseerd op door belanghebbende dan wel de opvangorganisatie doorgegeven wijzigingen in het aantal opvanguren en tarieven en in de hoogte van het toetsingsinkomen.
Gelet op vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het advies van de CvW en het standpunt van UHT met betrekking tot de afgewezen toeslagjaren onjuist te achten. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van KOT voor de toeslagjaren 2008, 2012 en 2013 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. De voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend en in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie is verder van oordeel dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de LIC-overzichten en de overige producties, het bestreden besluit ten aanzien van de afgewezen toeslagjaren voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie acht de bezwaren op dit punt ongegrond.
De Commissie overweegt verder dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS) en niet ziet op de herziening van definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht.
Compensatie
Volgens UHT is er sprake van vooringenomenheid in 2008. Op basis hiervan is aan belanghebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening naar de bijlage van het bestreden besluit, de schriftelijke reactie en het informatie- en beoordelingsformulier.
UHT heeft aangegeven in de schriftelijke reactie dat component o niet juist is berekend. Omdat de aanpassing in het nadeel van belanghebbende is, wordt het bedrag niet gecorrigeerd. De Commissie sluit zich aan bij dit standpunt.
Overige bezwaren
De Commissie is wat betreft de overige onderdelen van het bezwaar van oordeel dat deze, op zichzelf bezien noch in onderling verband gelezen, niet tot het door belanghebbende gewenste resultaat kunnen leiden.
Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter