Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16065

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 november 2023 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 11 maart 2026

Overdracht advies aan UHT: 30 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag van 23 november 2023 (hierna: bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 2 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2017 en 2018. Later is in overleg besloten om de jaren 2015 tot en met 2019 te betrekken in de herbeoordeling. 
  • UHT heeft bij besluit van 29 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 12 oktober 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2015 tot en met 2019 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2015 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 20 december 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 20 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 11 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Afwijzing compensatie (toeslagjaren 2015 tot en met 2019)

Toeslagjaar 2015
Belanghebbende stelt dat zij voor toeslagjaar 2015 in aanmerking komt voor compensatie, omdat B/T geen informatie heeft uitgevraagd en direct heeft verwezen naar de afdeling Fraude.

Over toeslagjaar 2015 is de KOT eenmaal neerwaarts bijgesteld Deze verlaging hield volgens UHT verband met informatie die B/T had verkregen van de kinderopvanginstelling (KOI). Er was volgens UHT geen reden voor B/T om aan deze informatie te twijfelen, gezien er enkel een verschil was in de opvangperiode.

De Commissie gaat uit van de stelregel dat B/T en UHT mogen uitgaan van de informatie vanuit de KOI-viewer, tenzij er contra-indicaties zijn die het tegendeel aannemelijk maken. Belanghebbende heeft geen informatie naar voren gebracht waaruit blijkt dat B/T aan de informatie uit de KOI-viewer had behoren te twijfelen. Deze bezwaargrond treft geen doel.

Toeslagjaar 2016 tot en met 2018
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2016 tot en met 2018 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.

De terugvorderingen KOT over deze toeslagjaren waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Door B/T is in deze jaren diverse malen uitvraag gedaan bij belanghebbende en tevens informatie opgevraagd bij de kinderopvanginstelling). In verband met discrepanties tussen de door belanghebbende verstrekte facturen en jaaropgaven enerzijds en de door de KOI verstrekte informatie over de opvanguren anderzijds, heeft de fraudeafdeling een onderzoek verricht. Hieruit volgt dat in de door belanghebbende verstrekte stukken mogelijk wijzigingen zijn aangebracht met betrekking tot het uurtarief, dan wel het aantal opvanguren. B/T heeft vervolgens de KOT over deze jaren neerwaarts bijgesteld op basis van de door de KOI verstrekte informatie met betrekking tot de opvangperioden, de opvanguren en het uurtarief (productie 1216016 pagina 409 e.v.).

De Commissie overweegt dat B/T in dit geval mocht vertrouwen op de door de KOI verstrekte informatie. De Commissie heeft geen aanleiding om te twijfelen aan deze informatie. Belanghebbende heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat deze informatie niet juist was. Dit betekent dat de verplichting tot terugbetaling van KOT het gevolg is van reguliere correcties. Niet is gebleken dat er sprake is van institutioneel vooringenomen handelen noch hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2019
Gelet op het bepaalde in artikel 2.1, lid 1, Wht, ziet de onderhavige bezwaarprocedure uitsluitend op de vraag of vóór 23 oktober 2019 sprake was van vooringenomen handelen door de B/T, dan wel van hardheid. De Commissie stelt vast dat de neerwaartse beschikkingen in toeslagjaar 2019 buiten de reikwijdte van de Wht vallen, nu deze beschikkingen dateren van 13 maart 2020 en
6 november 2020. Niet aannemelijk is geworden dat deze neerwaartse bijstellingen verband houden met een vooringenomen handelwijze van B/T van vóór 23 oktober 2019.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter