Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16012

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 25 januari 2024 (UHT-DCHOA) (verder onder meer: het bestreden besluit)

Hoorzitting: 30 januari 2026

Overdracht advies aan UHT: 27 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinder-opvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 7 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011 en 2014. Na overleg met belanghebbende zijn de jaren 2009 tot en met 2019 beoordeeld. 
  • UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2019..
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 februari 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 11 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 30 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 17 februari 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 2 maart 2026 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Naar aanleiding van de hoorzitting stelt de Commissie vast dat de omvang van het geschil ziet op de jaren 2010 tot en met 2014 en 2016 tot en met 2019. Dit zijn de jaren waarin belanghebbende KOT heeft moeten terugbetalen. Gelet hierop ziet de Commissie zich geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht heeft besloten deze jaren niet als, kortweg, compensatiejaren aan te merken.

Stapeling van standaard betalingsregelingen
Belanghebbende stelt dat de omstandigheid dat zij meerdere standaard betalingsregelingen tegelijk had lopen – met een oplopende totale maandlast die niet bij haar draagkracht paste – een bijzondere omstandigheid is die compensatie rechtvaardigt op grond van hardheid. Of gedurende deze toeslagjaren bij de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) beleid was om bij stapeling van vorderingen alles in één betalingsregeling te voegen, is gesteld noch gebleken. Indien dit beleid er destijds was, zou het niet volgen hiervan mogelijk tot hardheid kunnen leiden. De Commissie adviseert UHT dan ook om dit nader te onderzoeken en dit punt mee te nemen in de beslissing op bezwaar. Overigens stelt de Commissie vast dat belanghebbende zich steeds gehouden  heeft aan de standaard betalingsregeling die inhoudt dat teruggevorderde bedragen in een periode van uiterlijk 24 maanden moeten worden terugbetaald, en dat in dat verband van bijzondere financiële problemen niet is gebleken.  

Verzoek om persoonlijke betalingsregeling zonder O/GS-kwalificatie
Belanghebbende stelt verder dat zij voor bovenstaande jaren aan de B/T heeft gevraagd om een persoonlijke betalingsregeling te treffen. In opdracht van de Commissie heeft UHT dit via het CAP nader onderzocht. Er is echter geen stuk aangetroffen waarin een dergelijk verzoek is neergelegd. Ook uit andere omstandigheden is deze stelling de Commissie niet aannemelijk geworden.

Ten aanzien van de stelling van belanghebbende dat er maar een beperkte zoekslag is verricht en dat dit niet betekent dat het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling nooit is gedaan, overweegt de Commissie dat zij begrijpt dat belanghebbende meer inzicht wenst in de concrete onderzoekshandelingen, maar dat het ontbreken van een uitgebreidere zoekslag of verdere specificatie van alle geraadpleegde systemen in dit geval onvoldoende is om de conclusie van UHT onzorgvuldig of ondeugdelijk gemotiveerd te achten. Dat sprake is van een LBT-regeling (Lokale Betalingsregeling) voor de KOT in het jaar 2014, duidt volgens de Commissie evenmin op een verzoek om een persoonlijke betalingsregeling. Een LBT-regeling is een speciale regeling van gespreid betalen maar vloeit niet voort uit een verzoek om een persoonlijke betalingsregeling.

Het teruggevorderde bedrag over 2014 (€ 2.157) is in de periode 4 februari 2015 tot 12 september 2016 in maandelijkse termijnen van om en nabij € 90 terugbetaald.  De Commissie adviseert aan UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Discriminatie
Belanghebbende heeft gesteld dat zij zich gediscrimineerd voelde.

De Commissie overweegt dat voor toekenning van compensatie wegens discriminatie, concreet moet worden aangetoond dat daarvan sprake is.
Daarbij dient aannemelijk te worden gemaakt dat dit handelen daadwerkelijk tot schade heeft geleid.

In dit geval is niet gesteld of onderbouwd dat daadwerkelijk sprake is geweest van discriminatie. De Commissie merkt op dat, indien iemand zich op dergelijke gronden beroept, mag worden verwacht dat dit standpunt met concrete feiten of stukken wordt gestaafd. Nu dit ontbreekt, is er geen aanleiding om aan te nemen dat van discriminatie sprake is geweest, en slaagt deze bezwaargrond niet.

Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand
Gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand voor deze bezwaarprocedure. Nu het bezwaar volgens de Commissie ongegrond is komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en een verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter