BAC 2025-16112
Publicatiedatum 09-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 4 juli 2024 met kenmerk UHT-DCHO
Hoorzitting: 3 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 18 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 4 juli 2024 met kenmerk UHT-DCHO.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 57.775 voor toeslagjaar 2007 en geen compensatie is toegekend voor 2008 en 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 1 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2010. In overleg met de persoonlijk zaaksbehandelaar is de herbeoordeling beperkt tot de jaren 2007 tot en met 2009.
- UHT heeft bij beschikking van 4 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 57.510.
- UHT heeft met de beschikking van 4 juli 2024 met kenmerk UHT-DCHO (hierna: de bestreden beschikking) aan belanghebbende een compensatie toegekend van €57.775 voor toeslagjaar 2007. Over de toeslagjaren 2008 en 2009 wordt aan belanghebbende geen compensatie toegekend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 25 juli 2024 tegen de bestreden beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 16 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft op 3 november 2025 een aanvullend bezwaarschrift ingebracht.
- Op 3 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar wordt beoordeeld op ontvankelijkheid.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor het jaar 2007 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2008 en 2009 af te wijzen.
Verzoek om de onderliggende stukken
De Commissie stelt vast dat gemachtigde op 12 februari 2025 het ouderdossier toegestuurd heeft gekregen. Op 8 januari 2026 heeft de Commissie het ouderdossier en de schriftelijke beschouwing van UHT aan gemachtigde gestuurd.
De Commissie is van oordeel dat UHT met het toezenden van het ouderdossier heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Er zijn geen concrete aanknopingspunten waaruit blijkt dat er relevante stukken zouden ontbreken.
Gelet op het voorgaande treft deze bezwaargrond geen doel.
Strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Met de door UHT in bezwaar ingediende nadere beschouwing en de daarbij overgelegde stukken – waaronder een uitvoerige toelichting aan de hand van de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (LIC) – is de bestreden beschikking in bezwaar voorzien van een aanvullende motivering en nadere onderbouwing. De Commissie stelt vast dat hiermee inzichtelijk is gemaakt op welke feiten, gegevens en berekeningen de bestreden beschikking berust.
Gelet hierop is naar het oordeel van de Commissie thans geen sprake (meer) van strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Voor zover de bestreden beschikking op onderdelen summier gemotiveerd zou zijn geweest, geldt dat een dergelijk gebrek in bezwaar kan worden hersteld. De in bezwaar gegeven toelichting en overgelegde producties bieden daarvoor een toereikende grondslag.
De Commissie ziet daarom geen aanleiding om te oordelen dat de bestreden beschikking wegens strijd met genoemde beginselen dient te worden herroepen. De vraag of ten tijde van deze beschikking sprake was van een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek behoeft, gelet op het vorenstaande en nu dit niet tot een ander inhoudelijk oordeel leidt, geen nadere bespreking.
Deze bezwaargrond treft geen doel.
Toekenning van compensatie voor toeslagjaar 2007
De Commissie stelt vast dat in bezwaar is aangevoerd dat de hoogte van de compensatie voor het toeslagjaar 2007 te laag is vastgesteld. Tegen de diverse componenten van de compensatieberekening zijn echter geen concrete bezwaren naar voren gebracht.
De Commissie stelt voorts vast dat de compensatie is berekend op basis van het forfaitaire stelsel zoals neergelegd in artikel 2.3 van de Wet herstel toeslagen (Wht). Het is de Commissie daarbij niet gebleken dat bij de berekening van de compensatie fouten zijn gemaakt. Evenmin ziet de Commissie aanleiding om van het wettelijke systeem af te wijken. Het bezwaar treft in zoverre geen doel.
Reguliere aanpassingen van de KOT over de toeslagjaren 2008 en 2009
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2008 en 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld, dan wel dat het stelsel te hard is uitgewerkt. De terugvorderingen van KOT over deze jaren waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Uit de LIC-overzichten voor toeslagjaar 2008 maakt de Commissie op dat de KOT is overgemaakt op rekeningnummer ****3617785, het rekeningnummer van belanghebbende. Ook uit het aanvraagformulier voor het voorschot KOT blijkt dat dit rekeningnummer aan belanghebbende toebehoort. Bovendien heeft B/T diverse beschikkingen afgegeven waarin dit rekeningnummer eveneens wordt genoemd.
Met betrekking tot toeslagjaar 2009 en het aanvullende bezwaarschrift, met de bijlagen van het aanmeldingsformulier voor [naam] en de plaatsingsbewijzen voor [naam] en [naam], komt de Commissie tot het volgende.
Uit het XML-bestand blijkt dat er een administratieve registratie van de stopzetting van de KOT is gedaan op 10 januari 2009. De KOT wordt vanaf 1 januari 2009 stopgezet. Het bestand geeft niet expliciet aan wie het verzoek tot stopzetting heeft ingediend.
Technisch kan dit zowel het gevolg zijn van een melding door belanghebbende zelf, als van administratieve verwerking door een medewerker van B/T na telefonisch of schriftelijk contact. In dergelijke gevallen wordt doorgaans aangenomen dat de stopzetting voortkomt uit een verifieerbare keuze van belanghebbende, tenzij zij aannemelijk maakt dat dit niet het geval is. Kortom, het XML-bericht bevestigt dat de KOT vanaf 1 januari 2009 is stopgezet, maar biedt geen informatie over het initiatief tot deze wijziging. Indien deze melding niet van belanghebbende afkomstig zou zijn geweest, had het voor de hand gelegen dat belanghebbende bezwaar had aangetekend tegen de twee nihil-beschikkingen van 27 januari 2009 en 12 maart 2011.
Belanghebbende heeft tegen deze beschikkingen geen bezwaar gemaakt. De Commissie is van oordeel dat belanghebbende met het aanmeldingsformulier en de plaatsingsbewijzen niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in 2009 daadwerkelijk kinderopvang heeft plaatsgevonden. Zo ontbreken onder andere de jaaropgaven en facturen. Bovendien is er in de KOI-viewer geen informatie aangetroffen waaruit blijkt dat er kinderopvang is afgenomen.
De eerdergenoemde bijstellingen zijn in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om in het geval van belanghebbende tot een ander oordeel te komen. Evenmin was er sprake van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook op die grond geen aanspraak bestaat op vergoeding.
Gelet op het voorgaande treft deze bezwaargrond geen doel.
Niet herbeoordeelde jaren
Gemachtigde heeft verzocht om ook toeslagjaar 2010 in deze bezwaarprocedure te betrekken. In de beschouwing van 16 juni 2025 heeft UHT toegelicht dat uit de systemen van B/T blijkt dat door belanghebbende in 2010 geen gebruik is gemaakt van kinderopvang en dat over dat jaar daarom geen KOT is toegekend. Om die reden is dit toeslagjaar niet herbeoordeeld.
De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling in overleg tussen belanghebbende en de persoonlijk zaakbehandelaar is afgestemd. Daarbij is overeengekomen dat uitsluitend de toeslagjaren 2007 tot en met 2009 in de herbeoordeling zouden worden betrokken. Tegen deze achtergrond kan niet worden geconcludeerd dat UHT ten onrechte heeft nagelaten toeslagjaar 2010 in de herbeoordeling te betrekken, noch dat dit aanleiding geeft om de bestreden beschikking te herroepen.
Nu het oorspronkelijke herbeoordelingsverzoek en de daarop gebaseerde bestreden beschikking de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen, ziet de Commissie geen ruimte om toeslagjaar 2010 alsnog in haar advisering te betrekken. Ten overvloede merkt de Commissie op dat uit het SAS-rapport blijkt dat voor het toeslagjaar 2010 geen (voorschot)beschikkingen zijn afgegeven.
Deze bezwaargrond treft, gelet op het voorgaande, geen doel.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter