BAC 2025-15609
Publicatiedatum 08-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 11 oktober 2023 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 30 september 2025 om 13:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 24 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking van 11 oktober 2023 met het kenmerk UHT-DCHOA (hierna: de bestreden beschikking).
In de bestreden beschikking is aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 29 juni 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 september 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende deze jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor deze jaren.
- Gemachtigde heeft bij brief van 20 oktober 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 14 mei 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 12 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 30 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- De Commissie heeft op 7 oktober 2025 een aanvullende beschouwing van UHT ontvangen.
- Gemachtigde heeft op 1 december 2025 gereageerd op de aanvullende beschouwing van UHT.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Ontbrekende stukken/volledige dossier
Gemachtigde stelt dat het dossier niet volledig is en dat daarom niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn.
De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover hiervan sprake is, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. Dit bezwaar treft geen doel.
Toeslagjaren 2009 en 2010
Belanghebbende stelt dat zij over toeslagjaren 2009 en 2010 recht heeft op compensatie op grond van een herstelregeling.
De Commissie overweegt dat, gelet op de stukken in het dossier, niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2009 en 2010 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen over deze periode vonden plaats vanwege een te hoog voorschot, dat vervolgens op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd.
Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft in het bezwaar geen aanknopingspunten gevonden om hier bij belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie Opzet/Grove Schuld, zodat ook geen aanspraak kan worden gemaakt voor compensatie op deze grond. De Commissie adviseert om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2011
Ter zitting is door gemachtigde toegelicht dat belanghebbende zelf de KOT over 2011 heeft stopgezet; dit is geen punt van bezwaar meer. Belanghebbende stelt dat zij voor toeslagjaar 2011 wel recht heeft op compensatie op grond van hardheid.
De Commissie overweegt dat in de aanvullende beschouwing van 1 oktober 2025 door UHT op dit punt van het bezwaar is ingegaan. De Commissie acht de toelichting van UHT navolgbaar dat er geen reden is om vanwege hardheid te compenseren en ziet in het bezwaar geen aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen. Hierbij neemt de Commissie ook het LIC-overzicht over 2011 in aanmerking. De Commissie adviseert het bezwaar op de punt ongegrond te verklaren.
Overige jaren
Voor zover de overige jaren nog een punt van bezwaar zijn constateert de Commissie dat uit de stukken in het dossier voor de toeslagjaren jaren 2008, 2012, 2013, 2014 en 2015 niet gebleken is dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd of heeft ontvangen. Het bezwaar bevat geen aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen.
Belanghebbende heeft dan ook geen recht op compensatie over deze periode.
De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren 2016 tot en met 2018
De Commissie stelt vast dat voor de toeslagjaren 2016 tot en met 2018 uit de stukken niet is gebleken dat belanghebbende over deze periode KOT heeft aangevraagd dan wel heeft ontvangen. Gemachtigde heeft dit ter zitting bevestigd en aangegeven dat op dit punt geen bezwaar meer wordt gemaakt.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter