Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-03725

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 16 juni 2023 (UHT-DC)

Hoorzitting: 31 maart 2026

Overdracht advies aan UHT: 9 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 20 juni 2023 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: de bestreden beschikking).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 en 2006.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2002 tot en met 2004. In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar is dit aangepast naar de jaren 2005 en 2006.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 1 juni 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 en 2006.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 16 juni 2023, ingekomen op 16 juni 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 20 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 31 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de bestreden beschikking niet inzichtelijk is gemotiveerd en op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

De Commissie is van oordeel dat UHT de bestreden beschikking op uitvoerige en draagkrachtige wijze heeft gemotiveerd. Met de beschouwing van 20 augustus 2025 heeft UHT een uitgebreide toelichting gegeven, onder meer aan de hand van LIC-overzichten en het SAS-rapport en overige relevante stukken. Deze documenten maken onderdeel uit van de onderliggende stukken. De Commissie adviseert dan ook om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2005

De KOT van belanghebbende is in dit toeslagjaar eerst met € 3 verhoogd en vervolgens met € 3 verlaagd. Het is onduidelijk wat de oorzaak is geweest van deze aanpassingen van de KOT.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2005 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De verlaging van de KOT over het toeslagjaar 2005 was vermoedelijk gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Bij een dergelijke verlaging is er geen reden om aan te nemen dat er sprake is van vooringenomen handelen. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2006

Uit de onderliggende stukken blijkt dat de KOT van belanghebbende niet is gecontinueerd voor het toeslagjaar 2006. UHT stelt zich terecht op het standpunt dat de automatische continuering van de KOT eerst met ingang van 1 januari 2006 is geïntroduceerd, met de inwerkingtreding van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Vóór de inwerkingtreding van de Awir bestond er geen wettelijke verplichting voor de B/T om de KOT automatisch te continueren.

Tijdens de hoorzitting, gehouden op 31 maart 2026, heeft de gemachtigde van belanghebbende verklaard dat zij bij B/T een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) heeft ingediend. Op basis van de naar aanleiding daarvan verstrekte stukken stelt zij vast dat B/T destijds uitnodigingsbrieven aan ouders heeft verzonden, teneinde hen in de gelegenheid te stellen de KOT voor een opvolgend toeslagjaar opnieuw aan te vragen. Voorts blijkt uit deze stukken dat B/T destijds een beleidsmatige keuze heeft gemaakt om geen rappelbrieven te verzenden in gevallen waarin ouders niet reageerden op de uitnodigingsbrief. Of een dergelijke uitnodigingsbrief in het geval van belanghebbende is verzonden, kan niet meer worden vastgesteld, nu niet alle relevante stukken uit het jaar 2005 bewaard zijn gebleven. Op B/T rustte echter geen wettelijke plicht om actief bij ouders te verifiëren of zij de KOT voor het toeslagjaar 2006 wensten voort te zetten. De Commissie is daarom van oordeel dat, ook indien zou zijn nagelaten een uitnodigings- dan wel rappelbrief te verzenden, niet kan worden geconcludeerd dat B/T vooringenomen heeft gehandeld.

Gelet op het voorgaande lag de verantwoordelijkheid voor het indienen van een nieuwe aanvraag van de KOT voor het toeslagjaar 2006 bij belanghebbende zelf. Vaststaat dat belanghebbende zelf geen KOT heeft aangevraagd voor het toeslagjaar 2006. Op grond van artikel 2.1 lid 1 Wht kan compensatie worden toegekend aan de aanvrager van KOT. Belanghebbende voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet voor compensatie op grond van deze herstelmaatregel in aanmerking komen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter