Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13022

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 oktober 2022 (UHT-DC I)

Hoorzitting: 2 maart 2026

Overdracht advies aan UHT: 14 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bestreden beluit op onderdelen te herroepen, de compensatie opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 77.673,- voor de jaren 2007 tot en met 2011.

Op 5 november 2022 is de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moet het bestreden besluit geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 26 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 tot en met 2013. Belanghebbende heeft ingestemd met de herbeoordeling van de jaren 2007 tot en met 2011, omdat in die jaren KOT is ontvangen.
  • UHT heeft bij besluit van 21 februari 2022 aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, in het kader van de Catshuisregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 augustus 2022 aan de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 49b van de Algemene wet Inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) en de hardheidscompensatie van artikel 49 van de Awir niet van toepassing zijn voor de maanden april tot en met december van het toeslagjaar 2011.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 77.673,- voor de jaren 2007 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij de besluiten van 6 oktober 2022 met de kenmerken UHT-DC-I A en kenmerk UHT-DH5 A aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de periode van april 2011 tot en met december 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 november 2022 tegen het besluit met kenmerk UHT-DC I een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 december 2023 het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 27 mei 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift. Deze reactie wordt hierna aangeduid als de beschouwing.
  • Op 2 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2007 tot en met 2011 op de juiste wijze heeft berekend.

Op de zaak betrekking hebbende stukken
Belanghebbende maakt bezwaar omdat de onderliggende stukken en de LIC-overzichten ontbreken. Op grond van artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Op 13 januari 2026 zijn aan gemachtigde producties toegezonden die van belang zijn voor deze zaak. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van die stukken en ruim gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit hetgeen belanghebbende en UHT naar voren hebben gebracht blijkt niet dat er nog stukken in het dossier ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest voor het door UHT genomen besluit. Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb.
De Commissie overweegt dat, voor zover sprake is geweest van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, die gebreken zijn hersteld in de beschouwing van UHT. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2007 tot en met 2011 (Componenten n, o en p)
Ten aanzien van de toeslagjaren 2007 tot en met 2011 heeft belanghebbende gesteld dat de compensatieberekening onjuist is. UHT heeft in de beschouwing erkend dat zij de toeslagjaren 2007 tot en met 2011 onjuist heeft berekend, voor zover het de vergoeding immateriële schade (component n), de toeslagrente gemiste KOT (component o) en de aanvullende vergoeding van 1% (component p) betreft. De Commissie adviseert de compensatieberekening op deze punten aan te passen in de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ten aanzien van dit onderdeel gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen overeenkomstig hetgeen daarover in de beschouwing is opgemerkt.

Proceskosten
Omdat het bestreden besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert zij tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

De Commissie adviseert om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Ook adviseert de Commissie om belanghebbende een forfaitaire vergoeding, zoals hierboven is omschreven, toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter