Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15717

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 18 april 2024 (UHT-DCHOA))

Hoorzitting: 17 november 2025

Overdracht advies aan UHT: 18 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bestreden beschikking op onderdelen te herroepen en met inachtneming van dit advies een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 tot en met 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 8 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren vanaf 2006. UHT heeft de jaren 2009 tot en met 2011 beoordeeld.
  • UHT heeft bij besluit van 1 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,- in het kader van de Catshuisregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 5 april 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat UHT zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2011.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 14 mei 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 27 mei 2024 tegen dit besluit ook een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 27 februari 2025, het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 6 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 17 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie schriftelijk verzocht, op 2 december 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft op 24 december 2025 daarop gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011 af te wijzen.

Toeslagjaar 2009

Belanghebbende stelt het volgende. In het jaar 2009 is er voor haar dochter geen dubbele aanvraag voor de KOT geweest. Uit geen enkel stuk uit het dossier blijkt dat door zowel belanghebbende als haar toeslagpartner een aanvraag voor KOT voor 2009 is ingediend. Ook blijkt niet dat er voor het jaar 2009 KOT is toegekend. Het standpunt van UHT is dat er wel sprake is van een dubbele aanvraag voor hetzelfde kind, waardoor belanghebbende voor het jaar 2009 evident geen recht heeft op KOT.

De Commissie komt, ten aanzien van het toeslagjaar 2009, tot het volgende advies. De documenten waaruit zou blijken dat er sprake is van een dubbele aanvraag van de KOT voor 2009 ontbreken in het dossier. In de aanvullende beschouwing van 2 december 2025 verwijst UHT, ter onderbouwing van haar standpunt, naar het door haar toegestuurd klantbeeld SAS van 2009 en naar een betalingsoverzicht waarop voorschotbedragen staan vermeld die overgemaakt zijn naar de kinderopvanginstelling en naar de toeslagpartner, de heer [naam] (zie: productie 1209016 in het ouderdossier). Ook verwijst UHT naar de aanvraag van 28 april 2008, waarin de toeslagpartner, de heer [naam], met terugwerkende kracht per 1 januari 2007 KOT aanvraagt die nadien automatisch is gecontinueerd. Deze aanvraag is echter niet in het dossier aanwezig en ook niet door UHT toegestuurd. Omdat de beschikkingen en de aanvraag van 28 april 2008, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de heer [naam] voor het jaar 2009 KOT heeft aangevraagd en dat die aan hem is toegekend, ontbreken, is de Commissie van mening dat UHT haar standpunt ten aanzien van de dubbele aanvraag van KOT voor 2009 niet aannemelijk heeft gemaakt. De overzichten zijn daarvoor onvoldoende. De Commissie adviseert UHT, gelet op de geest en strekking van de Wht, belanghebbende het voordeel van de twijfel te geven. Nu de motivering van het besluit voor het toeslagjaar 2009 onvoldoende is, is sprake van een motiveringsgebrek. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en met inachtneming van dit advies een beslissing op bezwaar te nemen.

Toeslagjaren 2010 en 2011

Voor de toeslagjaren 2010 en 2011 geldt dat de door UHT vastgestelde wijzigingen reguliere correcties betreffen die het gevolg waren van door belanghebbende aangeleverde gegevens. Er is geen sprake geweest van een neerwaartse beschikking, terugvordering of andere vorm van benadeling. Een beroep op de hardheidsregeling slaagt evenmin, nu niet is voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een terugvordering of verlaging van de KOT van ten minste € 1.500. Ten slotte komt belanghebbende in geen van de genoemde jaren in aanmerking voor een OG/S-tegemoetkoming, aangezien in die jaren geen OG/S-kwalificatie van toepassing was. De Commissie adviseert UHT het bezwaar van belanghebbende voor de toeslagjaren 2010 en 2011 ongegrond te verklaren.

Ontvangst stukken

Gemachtigde stelt namens belanghebbende dat zij verschillende brieven met betrekking tot de KOT niet heeft ontvangen. De Commissie overweegt dat belanghebbende in deze bezwaarprocedure de gelegenheid heeft gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en van bewijsstukken te voorzien. Een eventuele tekortkoming is daarmee hersteld. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskosten

Omdat de bestreden beschikking naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert zij tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

De Commissie adviseert om het bezwaar gegrond te verklaren. Ook adviseert de Commissie om belanghebbende een forfaitaire vergoeding, zoals hierboven is omschreven, toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter