BAC 2025-16084
Publicatiedatum 28-05-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 10 juni 2024 met kenmerk UHT-DCHOA
Hoorzitting: 9 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 1 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag. Dit besluit, dat hierboven is aangehaald, wordt hierna omschreven als het bestreden besluit.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2018 en 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 1 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2018 en 2019.
- UHT heeft bij vooraankondiging op 28 maart 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie op grond van de Wht.
- Belanghebbende heeft op 14 mei 2024 haar zienswijze op de vooraankondiging naar voren gebracht.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 28 mei 2024 aan de Belastingdienst Toeslagen (hierna: de B/T) toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1 lid 1 van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2018 en 2019.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2018 en 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 17 juli 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 14 mei 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 20 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 9 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 10 maart 2026 nadere stukken ingediend.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de toeslagjaren 2018 en 2019 af te wijzen.
Afgewezen toeslagjaren
Ter zitting verklaart belanghebbende dat het bezwaar alleen ziet op het toeslagjaar 2019. De overige bezwaren komen hiermee te vervallen.
Belanghebbende betwist de brieven te hebben ontvangen van de B/T van 19 juli en 26 oktober 2019 waarin belanghebbende op de hoogte wordt gesteld dat haar kind vier jaar wordt en dat de KOT voor dagopvang zal worden gestopt. In deze brieven wordt tevens vermeld dat er alleen KOT bestaat voor buitenschoolse opvang en hoe deze moet worden aangevraagd.
De Commissie constateert dat de brieven naar het juiste adres van belanghebbende zijn verstuurd. Zij heeft geen aanleiding gevonden in het dossier om te veronderstellen dat de brieven niet zouden zijn aangekomen of onjuist zijn verstuurd. Daarmee acht de Commissie het aannemelijk dat belanghebbende de brieven heeft ontvangen. Het bezwaar slaagt niet.
Belanghebbende stelt dat de B/T haar meermaals telefonisch heeft geïnformeerd dat de verlaging(en) betrekking had op haar hoge inkomsten. Er is nooit besproken dat dit kwam doordat haar zoon vier jaar werd. Hierdoor is belanghebbende als het ware op het verkeerde been gezet. De Commissie constateert dat er in 2019 twee verlagingen zijn geweest. De eerste verlaging vindt plaats op 21 september 2019 als gevolg van een gezamenlijk hoger toetsingsinkomen. Op pagina 13 van het dossier is te lezen dat belanghebbende op 25 april 2022 telefonisch contact heeft met de B/T en dat zij verwijst naar de verlaging van 21 september 2019. De Commissie acht het aannemelijk dat de B/T belanghebbende met betrekking tot deze verlaging correct heeft geïnformeerd, namelijk dat de verlaging het gevolg was van een gezamenlijk hoger toetsingsinkomen. De tweede verlaging vindt plaats op 21 november 2019 door de melding van DUO dat het kind van belanghebbende vier jaar is geworden. Voor de stelling dat belanghebbende telefonisch over deze melding verkeerd of onjuist zou zijn geïnformeerd, ziet de Commissie onvoldoende aanknopingspunten. Met het versturen van de informatiebrieven op 19 en juli en 26 oktober 2019 heeft de B/T voldaan aan zijn informatieplicht ten opzichte van belanghebbende. Verder constateert de Commissie dat de B/T de KOT voor belanghebbende alsnog heeft vastgesteld aan de hand van de door belanghebbende genoten opvang.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2019 vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De door de B/T doorgevoerde bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel geen aanspraak op compensatie wegens vooringenomenheid of hardheid.
De besluiten van de B/T van na 23 oktober 2019 vallen buiten het toepassingsbereik van de Wht. De Commissie heeft geen aanknopingspunten in het dossier gevonden voor de veronderstelling dat er in 2019 een onterechte kwalificatie “opzet/grove schuld” is geweest. Daarom bestaat voor dit jaar ook geen aanspraak op een daarop gebaseerde tegemoetkoming.
Het bezwaar is ongegrond.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie adviseert het bestreden besluit niet te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie adviseert het bestreden besluit niet te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter