Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16582

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 18 oktober 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 15 januari 2026 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 5 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de: gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 18 oktober 2023 met het kenmerk UHT-DCHA.

Aan belanghebbende is geen compensatie toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 25 maart 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2012 tot en met 2016. In overleg met belanghebbende worden alleen de toeslagjaren 2015 en 2016 herbeoordeeld.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 september 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2015 en 2016 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • In het voorlopig besluit van 26 september 2023 met kenmerk UHT-VCH A heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat hij over de toeslagjaren 2015 en 2016 geen recht heeft op compensatie. Dit voorlopig besluit is op 9 oktober 2023 nogmaals aan belanghebbende toegezonden.
  • In de definitieve beschikking van 18 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCHA heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat hij over de toeslagjaren 2015 en 2016 geen recht heeft op compensatie.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 10 november 2023, ingekomen op 14 november 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 15 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 15 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur en onvolledig dossier
Belanghebbende voert als bezwaar aan, dat het besluit van UHT in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is genomen. Hij heeft geen inzage gekregen in de stukken, die aan het besluit ten grondslag liggen en het besluit is niet gemotiveerd. Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - en de overige producties, is naar het oordeel van de Commissie in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft daarom geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan. Daarnaast is belanghebbende in het bezit van het volledige bezwaardossier. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Afgewezen toeslagjaren

2015 en 2016
Belanghebbende voert als bezwaar aan dat B/T in de jaren 2015 en 2016 vooringenomen heeft gehandeld, omdat de wijzigingen in de KOT niet door hem zijn opgegeven en B/T hem had moeten vragen of de opgegeven wijzigingen juist waren.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat over de toeslagjaren 2015 en 2016 sprake is geweest van vooringenomen handelen door B/T dan wel van hardheid van het stelsel. In zowel het toeslagjaar 2015 als in het toeslagjaar 2016 vonden er neerwaartse correcties plaats omdat belanghebbende wijzigingen had doorgegeven. Naar aanleiding hiervan is de KOT bijgesteld. Dergelijke reguliere wijzigingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Belanghebbende heeft aangevoerd dat de wijzigingen niet door hem zijn opgegeven en dat B/T daarom bij hem navraag had moeten doen. De Commissie is van oordeel dat de wijzigingen zijn gedaan met vermelding van het BSN nummer van belanghebbende en dat B/T er daarom van uit mocht gaan dat de wijzigingen door of namens belanghebbende waren opgegeven. Voor zover daarbij door een derde gebruik is gemaakt van de DigiD van belanghebbende is de Commissie van oordeel dat het delen van DigiD-inloggegevens voor rekening en risico van belanghebbende dient te komen. Bovendien zijn de wijzigingen in overeenstemming met de gegevens in de KOI viewer. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, bestaat geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter