BAC 2023-14775
Publicatiedatum 13-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 31 juli 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 21 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 21 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 31 juli 2023. Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 8 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 tot en met 2011.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij besluit van 31 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: “het bestreden besluit”) aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2008 tot en met 2011.
- Belanghebbende heeft bij brief van 3 september 2023, ingekomen op 5 september 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 21 november 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Belanghebbende heeft in een e-mailbericht van 20 januari 2026 de gronden van het bezwaar aangevuld.
- Op 21 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Procedurele bezwaren
Motivering bestreden besluit / zorgvuldigheid / persoonlijk dossier
Belanghebbende voert aan, samengevat, dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onzorgvuldig is voorbereid. Het besluit is genomen door de persoonlijk zaakbehandelaar tegen wie belanghebbende een klacht heeft ingediend. Belanghebbende verzoekt daarnaast om haar volledige, persoonlijk dossier.
De Commissie overweegt dat zij geen aanknopingspunten heeft gevonden voor de stelling van belanghebbende dat de motivering van het bestreden besluit onvolledig moet worden geacht of dat de voorbereiding daarvan onzorgvuldig is geweest. De Commissie constateert dat UHT in bezwaar een schriftelijke beschouwing heeft ingediend, waarin UHT een aanvullende uitgebreide uitleg heeft gegeven met behulp van het MIB-formulier, overzichten van het Landelijk Incassocentrum en overige producties. Naar het oordeel van de Commissie is het bestreden besluit hierdoor in ieder geval thans voldoende voorzien van een kenbare motivering.
De Commissie overweegt voorts dat de schriftelijke beschouwing en het bezwaardossier op 19 maart 2025 aan belanghebbende zijn gezonden. Belanghebbende heeft hierdoor kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en de gelegenheid gehad om daarop te reageren. Het is de Commissie niet gebleken dat in het aan belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier nog stukken zouden ontbreken die van belang zijn voor het door UHT genomen besluit.
De Commissie voegt hieraan toe dat de stelling van belanghebbende dat het bestreden besluit is genomen door de persoonlijk zaakbehandelaar tegen wie belanghebbende een klacht heeft ingediend, niet juist is. Het bestreden besluit is genomen door UHT. De Commissie heeft begrip voor het feit dat belanghebbende kennelijk ontevreden is over de afdoening van haar zaak door de persoonlijk zaakbehandelaar en dat belanghebbende tegen haar een klacht heeft ingediend, maar de Commissie verbindt hier geen verdere gevolgen aan nu er geen aanknopingspunten zijn dat dit van invloed is geweest op het bestreden besluit.
Van enige schending van het bepaalde bij artikel 7:4, lid twee, van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook niet gebleken. De door belanghebbende in dit verband ontwikkelde bezwaren kunnen dus niet tot het door haar gewenste doel leiden.
Afwijzing compensatie
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T of van hardheid van het stelsel.
In het zogeheten MIB-formulier (productie 50 bezwaardossier) is voor de betrokken jaren uitgebreid beschreven en toegelicht welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in de KOT hebben plaatsgevonden. Voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2010 is de KOT neerwaarts gecorrigeerd op grond van informatie die door belanghebbende is aangeleverd en waaruit blijkt dat over die jaren minder opvanguren zijn afgenomen.
Voor toeslagjaar 2011 is de KOT éénmaal neerwaarts gecorrigeerd als gevolg van een door belanghebbende doorgegeven stopzetting van de KOT per 13 augustus 2011 (productie 52 bezwaardossier).
Geplaatst tegen de achtergrond van deze feiten en omstandigheden overweegt de Commissie dat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2011 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel.
Overig
De Commissie hecht eraan om tot slot nog het volgende op te merken.
Uit het bezwaarschrift, de aanvulling op het bezwaarschrift en al hetgeen ter zitting is besproken is het beeld naar voren gekomen dat belanghebbende in de afgelopen jaren veel stress heeft ervaren als gevolg van het handelen van verschillende overheidsinstanties. Dat heeft begrijpelijkerwijs een grote impact gehad op het leven en het welzijn van belanghebbende. Evenwel, de onderhavige procedure gaat enkel over het herstel van fouten van B/T in relatie tot de KOT. Als hiervoor al gezegd, de Commissie heeft geen aanwijzingen gevonden dat B/T fouten heeft gemaakt, in die zin dat sprake is van vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel.
Kortom, alle bezwaren van belanghebbende die betrekking hebben op andere zaken dan de KOT, vallen buiten het bestek van deze procedure en de Commissie kan daarover daarom geen advies uitbrengen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter