BAC 2023-12460
Publicatiedatum 21-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 18 januari 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 16 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 3 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2016 tot en met 2019. In overleg met belanghebbende is het verzoek gewijzigd naar de toeslagjaren 2015 tot en met 2018.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 18 januari 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018.
- Belanghebbende heeft op 23 februari 2023 bezwaar ingediend tegen deze beschikking.
- Belanghebbende heeft op 28 mei 2024 het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 20 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 29 januari 2026 heeft de Commissie van belanghebbende per e-mail het verzoek ontvangen om de hoorzitting van diezelfde datum te verplaatsen. In overleg met belanghebbende is de hoorzitting vervolgens verzet naar 12 februari 2026. Belanghebbende is op die datum, zonder nader bericht, niet verschenen. De Commissie heeft daarom besloten om de zaak op basis van de stukken af te doen.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Persoonlijk dossier
Belanghebbende stelt dat hij ten onrechte niet zijn persoonlijk dossier heeft ontvangen. Hij stelt dat zonder het volledige ouderdossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt deze stelling van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie/beschouwing en de daaraan ten grondslag gelegde stukken zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT hiermee heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.
De hersteloperatie is bedoeld om belanghebbenden financieel te compenseren voor het leed dat hun is aangedaan en om te proberen het vertrouwen in de overheid te herstellen. In de ogen van de Commissie worden deze belangen het beste gediend als een belanghebbende zo snel mogelijk inzicht krijgt in de informatie over zijn of haar situatie, in de vorm van een ouderdossier. Daarom staat de Commissie positief tegenover het ouderdossier en de spoedige verstrekking daarvan aan belanghebbende. Dat betekent echter niet dat daarom nu geconcludeerd moet worden dat het verstrekte bezwaardossier onvolledig is. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft voor een reden waarom het ouderdossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Belanghebbende stelt dat hij mogelijk stond opgenomen op een fraudelijst. UHT heeft gecontroleerd of belanghebbende stond opgenomen op de Fraude Signalering Voorziening (hierna: FSV). Dit was volgens UHT niet het geval. De Commissie acht het mede gelet op het ontbreken van enige contra-indicatie voldoende aannemelijk dat belanghebbende niet stond opgenomen op de FSV-lijst en daarmee dus niet stond opgenomen op een fraudelijst. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter