BAC 2025-15703
Publicatiedatum 21-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 24 juni 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 12 februari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag van 3 oktober 2024 met kenmerk UHT-DCHOA (hierna: de bestreden beschikking).
In de bestreden beschikking heeft UHT aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van een herstelregeling voor de toeslagjaren 2013 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 20 april 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- UHT heeft bij beschikking van 7 mei 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een compensatie.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2013 tot en met 2019 op grond van een herstelregeling.
- Gemachtigde heeft bij brief van 7 november 2024, ingekomen op 7 november 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 24 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 27 november 2025 is vanuit de Commissie aan gemachtigde een bericht verzonden dat het de Commissie bekend is dat gemachtigde vanaf oktober 2025 afziet van hoorzittingen in zaken waar zij belanghebbenden bijstaat. Aan gemachtigde wordt binnen een door de Commissie vastgestelde termijn de gelegenheid geboden om aanvullende standpunten en/of stukken in te dienen alvorens de Commissie overgaat tot advisering. De Commissie stelt vast dat gemachtigde tot en met 29 januari 2026 hiervoor de termijn heeft gekregen. Er is vanuit gemachtigde geen reactie ontvangen.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Geen persoonlijk dossier en/of onvolledig bezwaardossier
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat zij niet de beschikking heeft over alle benodigde informatie om het bestreden besluit te kunnen controleren. Zij heeft namelijk niet de beschikking over haar persoonlijk dossier en/of het volledige bezwaardossier.
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier en/of het volledige bezwaardossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie/beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft voor een reden waarom het persoonlijk dossier of aanvullende stukken moeten worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele mogelijkheid dat - bij onbekendheid van de stukken in dat dossier - nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren waarin KOT neerwaarts is gecorrigeerd
Toeslagjaar 2013
De Commissie stelt vast dat uit de stukken in het dossier blijkt dat de KOT is verlaagd naar aanleiding van de door belanghebbende doorgegeven stopzetting op 5 september 2013 per 1 september 2013 (productie 1213002 en productie 2700003).
Toeslagjaar 2015
De Commissie stelt op grond van de door belanghebbende ingestuurde jaaropgave en de gegevens uit de KOI-viewer (productie 1215018) vast dat de KOT is verlaagd, vanwege minder afgenomen uren aan kinderopvang.
Toeslagjaar 2017
De Commissie stelt vast de KOT over deze periode twee maal is verlaagd. Beide verlagingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van wijzigingen in het aantal afgenomen opvanguren, die door belanghebbende zelf zijn doorgegeven (productie 1217007 en productie 1217011).
Toeslagjaar 2018
De Commissie stelt vast dat uit het dossier blijkt dat belanghebbende de KOT op 3 mei 2018 per 15 juni 2018 heeft stopgezet (productie 1218006 en productie 2700005). Om deze reden is de KOT neerwaarts gecorrigeerd.
Toeslagjaar 2019
De Commissie stelt vast dat de KOT over deze periode tweemaal is verlaagd. De eerste verlaging is naar aanleiding van, zoals blijkt uit de stukken, op een wijziging in het aantal afgenomen opvanguren en uurtarief, die door belanghebbende op 8 maart 2019 zijn doorgegeven. De tweede verlaging van de KOT is doorgevoerd naar aanleiding van de door belanghebbende doorgegeven stopzetting van de KOT op 3 juli 2019 met ingang van 3 augustus 2019 (productie 1219011 en productie 2700007).
Gelet op het voorgaande overweegt de Commissie dat het niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de genoemde toeslagjaren sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over deze toeslagjaren was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend.
Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.
De Commissie overweegt dat voor een reguliere neerwaartse correctie/terugvordering en nadien een verrekening, de Wht geen ingang kent. De wet geeft de grenzen aan van de hersteloperatie. De situatie waarin de terugvordering terecht was en de verrekening, dus de invordering, nadelige gevolgen heeft gehad voor de betrokkene, is niet in de Wht geregeld. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren waarin KOT niet is gecorrigeerd
De Commissie overweegt dat voor toeslagjaren 2014 en 2016 niet is gebleken dat de KOT is gecorrigeerd. Hieronder geeft de Commissie een toelichting per toeslagjaar.
De Commissie stelt vast dat er in toeslagjaar 2014 geen correctie is geweest van de KOT. Belanghebbende heeft weliswaar KOT aangevraagd, maar niet toegekend gekregen. Het is de Commissie niet gebleken dat er over deze periode gebruik is gemaakt van geregistreerde opvang, waardoor het aannemelijk is dat B/T de aanvraag op legitieme grond heeft afgewezen. Gelet op de informatie in het dossier is het recht op KOT wel toegekend per 1 februari 2015. De Commissie ziet geen aanknopingspunten om het standpunt van UHT in de schriftelijke reactie onjuist te achten.
De Commissie stelt vast dat uit de stukken in het dossier blijkt dat de KOT in toeslagjaar 2016 niet is verlaagd. Om deze reden is er geen recht op compensatie op grond van een herstelregeling. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
De Commissie is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot het besluit om het verzoek om compensatie van
belanghebbende af te wijzen. Daarom komt belanghebbende ook niet in aanmerking voor een aanvullende compensatie voor de werkelijke schade.
Proceskostenvergoeding
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar ongegrond is, belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van proceskosten.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter