Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-16703

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 4 december 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 29 januari 2026 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 9 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2008, 2009 en 2010.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 4 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008, 2009 en 2010.
  • UHT heeft bij beschikking van 9 mei 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 en dat de Integrale Herbeoordeling in gang wordt gezet.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 22 november 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2008, 2009 en 2010.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 20 december 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 23 oktober 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 3 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 29 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Volledigheid dossier/recht op een eerlijk proces

Belanghebbende voert aan dat hij niet de beschikking heeft over het volledige dossier. Belanghebbende betoogt dat hij in zijn procesbelang is geschaad, omdat hij niet de beschikking heeft over alle op het besluit betrekking hebbende stukken. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook de LIC-overzichten over de relevante toeslagjaren en het informatie- en beoordelingsformulier, zijn op 6 november 2025 aan gemachtigde gezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken en gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie acht het bezwaar daarom op dit onderdeel ongegrond.

Toeslagjaren 2008 t/m 2010

Belanghebbende betoogt dat zij over de toeslagjaren 2008 t/m 2010 in aanmerking komt voor een bedrag aan compensatie op grond van vooringenomen handelen door B/T dan wel vanwege hardheid van het stelsel. UHT stelt dat de neerwaartse correcties over de toeslagjaren 2008 t/m 2010 waren gelegen in reguliere wijzigingen en dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor compensatie.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel van hardheid van het stelsel. De neerwaartse correcties in KOT over de voornoemde toeslagjaren waren gelegen in door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen, veranderingen in het toetsingsinkomen van belanghebbende en informatie uit de KOI-viewer.

Voor wat betreft het toeslagjaar 2010 geldt dat de KOT op nihil is gesteld naar aanleiding van een telefonische stopzetting door belanghebbende zelf. Van de desbetreffende telefonische stopzetting is in het dossier een XML-bestand opgenomen. De Commissie overweegt dat voldoende aannemelijk is geworden dat belanghebbende de KOT over het toeslagjaar 2010 zelf heeft stopgezet. Hierbij weegt de Commissie mee dat in het voornoemde XML-bestand van de telefonische stopzetting het Sofinummer van belanghebbende is opgenomen en dat uit de voorhanden zijnde gegevens in het dossier volgt dat belanghebbende over het toeslagjaar 2010 tot en met 31 mei 2010 gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang – hetgeen in overeenstemming is met de telefonische stopzetting per 1 juni 2010.

Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen.

Gemachtigde heeft ter zitting gesteld dat indertijd sprake is geweest van een motiveringsgebrek door B/T ten aanzien van de neerwaartse wijzigingen in de KOT over de toeslagjaren 2008 t/m 2010 en dat dit motiveringsgebrek van een dergelijke omvang is dat binnen de onderhavige procedure geen herstel kan plaatsvinden door een uitleg van de respectievelijke neerwaartse correcties. De Commissie overweegt dat, wat hier ook van zij, onvoldoende aannemelijk is geworden dat belanghebbende hierdoor recht zou hebben op een bedrag aan compensatie op grond van de Wht. De neerwaartse correcties waren immers het resultaat van reguliere wijzigingen. De Commissie verwijst naar het voornoemde.

Verder is naar het oordeel van de Commissie ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS), zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2012

Belanghebbende betoogt dat het toeslagjaar 2012 ten onrechte niet is meegenomen in de herbeoordeling. De Commissie stelt vast dat de onderhavige bezwaarprocedure niet ziet op het toeslagjaar 2012 en beperkt zich daarom in dit advies tot het bezwaar tegen de herbeoordeling van de wel onderzochte jaren.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de Commissie adviseert tot het in stand laten van de bestreden beschikking, bestaat geen aanleiding om het verzoek tot vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter